zondag 10 augustus 2014

Week 33 - Een tijd van rust

…, want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne.
HSV

En wie is binnengegaan in Zijn rust, vindt rust na zijn werk zoals God na het Zijne.
NBV

Hebreeën 4:10

Als ik zaterdag na het schrijven van het stukje ‘Take a break!’ vast op de memobriefjes (die er zo mooi zijn bij gegeven en aan de kalender vastzitten) het thema en de Bijbelteksten van de volgende week schrijf, vind ik het eigenlijk wel bijzonder dat het thema aansluitend op ‘Take a breakt’, is: een tijd van rust.
Had ik net besloten om als antwoord op het thema een weekje rust te nemen en even alles los te laten, mag ik deze week verder gaan met het thema een tijd van rust.
Maar ik kom heel anders uit dan ik had verwacht.
Nee, niet zo zeer door wat er als overdenking op de kalender staat, maar wel door de gegeven Bijbelgedeelten, die toch spreken over een heel ander soort rust.
Eigenlijk vind ik het alles bij elkaar heel verwarrend en het is dan ook mijn gebed dat God mij leidt in Zijn woord, in hoe het wordt bedoeld en in mijn gedachten


Binnengaan in Zijn rust.
Maar wat is Zijn rust?
Er wordt verwezen naar de sabbat, naar de dag dat God rustte van Zijn werk.
In zes dagen had Hij de hemel en de aarde geschapen en alles wat zij bevatten, maar de zevende dag rustte Hij van Zijn werk.

Genesis 2:2,3:
‘Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.
En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.’

Door wat er in de overdenking op de kalender staat, komen deze beide teksten voor mij tot leven.
In de overdenking wordt gewezen naar het feit dat God aan het einde van iedere dag van de scheppingsweek een moment nam van even terugkijken en zien dat het goed was.
‘Een moment van tevredenheid.’
Na zes dagen echter nam Hij een hele dag rust.
Deze woorden op de kalender ‘een moment van tevredenheid’ prikkelen mij meer dan ooit om eens stil te staan bij die zevende dag dat God rustte van Zijn werk.
Een moment van tevredenheid …
In mijn gedachten komt het beeld op van iemand die alles aan het overzien is.
Die van bovenaf naar beneden kijkt en zijn ogen langzaam laat gaan over alles wat hij ziet; die elk detail in zich opneemt en wiens hart zich meer en meer verheugd over alles wat  hij ziet.
In gedachten zie/voel ik als het ware hoe een brede glimlach op zijn gezicht verschijnt bij het zien van al het moois dat hij heeft gemaakt en voel met hem de vreugde en blijdschap die opwelt in zijn hart bij de aanblik van alles.
Met een voldaan en tevreden gevoel strekt hij zijn benen, en met zijn armen achter zijn hoofd geniet hij met volle teugen van alles wat hij ziet, terwijl zijn hart vervuld is van intense vreugde, vrede en dankbaarheid.
Dit alles is slechts mijn (zeer) beperkte menselijke benadering van hoe God Zich ongeveer gevoeld zou kunnen hebben op die zevende dag; gewoon een beeld dat in mijn hart opkwam bij het lezen van de woorden ‘een moment van tevredenheid’.

En God vond deze dag zo belangrijk, dat Hij hem apart zette van alle andere dagen.
Hij heiligde deze dag!
God rustte deze dag en Hij vond dat iedereen dit moest doen.

Exodus 20:8-11:
‘Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt. 
Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. 
Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter,noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is. 
Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. 
Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.’


Maar er is meer, het gaat nog verder en dieper dan alleen deze sabbatsrust; het is breder en verwijst naar een veel indringender zaak en dat zien we als we ook de andere verzen van Hebreeën 4 lezen.

Vers 1 – ‘Laten wij er dan beducht voor zijn dat iemand van u ooit schijnt achter te blijven, terwijl de belofte om in Zijn rust binnen te gaan nog van kracht is.’

Vers 3 – ‘Wij die tot geloof gekomen zijn, gaan immers de rust binnen, zoals Hij gezegd heeft: Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij niet binnengaan! 
En dat terwijl Zijn werken al sinds de grondlegging van de wereld voltooid zijn.’

Vers 4-11 – ‘Want Hij heeft ergens over de zevende dag als volgt gesproken: En God heeft op de zevende dag van al Zijn werken gerust. 
En op deze plaats opnieuw: Zij zullen Mijn rust niet binnengaan! 
Omdat dus het feit blijft dat sommigen deze rust binnengaan, en dat zij aan wie het Evangelie eerst verkondigd was, niet binnengegaan zijn vanwege hun ongehoorzaamheid, bepaalt Hij opnieuw een zekere dag, namelijk heden, wanneer Hij zo lange tijd daarna door David zegt (zoals al eerder gezegd is): Heden, als u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet. 
Want als Jozua hen al in de rust gebracht had, zou God daarna niet gesproken hebben over een andere dag. 
Er blijft dus nog een sabbatsrust over voor het volk van God, want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne. 
Laten wij ons dan beijveren om die rust binnen te gaan, opdat niemand door het volgen van dit voorbeeld van ongehoorzaamheid ten val zal komen.’


God bevrijdde het volk Israël uit Egypte en beloofde hen te brengen naar een land ‘overvloeiende van melk en honing’. (Exodus 3:8)

Maar door hun ongehoorzaamheid aan God, zwierven ze 40 jaar door de woestijn en slechts een enkeling ging dit land binnen. (Numeri 14)

Tegelijkertijd is dit het beeld van ons leven hier en de eeuwige heerlijkheid die ons wacht door de Here Jezus; van ons als zondige mensen en de bevrijding die we kunnen ontvangen door de Here Jezus; de onrust in ons hart en de rust en vrede die we ontvangen als we Hem, Jezus, aannemen als onze Heer en Heiland.

Wij zijn als het ware het volk Israël, dat staat aan de grens van het beloofde land.
De verkenners komen terug; volgens tien van hen is het onmogelijk om het land in te nemen, maar twee dringen aan om te geloven en te vertrouwen op hun God.
Tien zien wat voor ogen is, twee zien de grootheid van God.
Tien laten zich inpakken door bepaalde dingen die ze hebben gezien, twee strekken zich uit naar wat God heeft gezegd en beloofd.
Ja, wij zijn als het ware als het volk Israël; wij leven in de tijd nadat de Here Jezus voor ons aan het kruis is gestorven voor onze zonden, en door Hem aan te nemen als onze Heer en Heiland, onze Redder, mogen wij straks het ons Beloofde Land binnengaan.

‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’
Johannes 3:16

Een ieder van ons staat aan die grens, of heeft daar gestaan.
Een ieder van ons krijgt de boodschap te horen. (Mattheüs 24:14)
En een ieder van ons moet een keuze maken.
We worden zelfs in dit hoofdstuk van Hebreeën gewaarschuwd om ons hart niet te verharden zoals het volk Israël destijds. (vers 7 & 11)
Ook worden we aangespoord om ons te blijven inspannen om deze rust binnen te gaan, omdat ongehoorzaamheid aan God, ons ten val kan brengen. (vers 11)

Op Jozua, Kaleb en hun families na, en iedereen onder de 20, mocht niemand van het volk Israël het Beloofde Land binnengaan.
Ook nu zullen er velen zijn die door hun ongehoorzaamheid niet binnen zullen gaan in de rust van God.
Ze kiezen ervoor om te zijn als de tien verspieders die weigerden te geloven en te vertrouwen op God, op Zijn woord, op Zijn beloften.

Binnengaan in de rust van God …
Tot geloof komen, vergeving van onze zonden ontvangen en daarmee Zijn rust en vrede.
Sabbatsrust, een andere sabbatsrust.

God rustte op de zevende dag van Zijn werk, maar vanaf de zondeval heeft Hij eigenlijk geen moment meer gerust.
Johannes 5:17 – ‘Maar Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe(voortdurend, aan één stuk door) en Ik werk ook.’
Ik denk dat pas als de nieuwe hemel en aarde een feit zijn, Hij weer zal rusten van Zijn werk, tot die tijd is Hij er op gericht om de mensen te redden.
God kon rusten op de zevende dag van Zijn werk, omdat alles perfect was, nu is het een puinhoop, een wanorde en chaos.
Ik kan me zo voorstellen dat pas als alles hersteld is, Hij weer zal kunnen rusten als toen.

Maar hoe zit dat nu met ons?
Opnieuw kom het prachtige citaat van Augustinus in mijn gedachten:

‘Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.’

Hoewel de eeuwige rust nog op ons wacht, kunnen we nu al wel Gods rust binnengaan.
God heeft een ieder van ons geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis; Hij heeft als het ware iets van Zichzelf in ons gelegd, dus ons hart zal altijd rusteloos blijven tot het terugkeert naar Hem, de Maker, waar het thuishoort.
Jezus heeft de weg tot de Vader bereid; door Hem, doordat Hij de straf op onze zonden heeft gedragen, is de weg naar de Vader weer vrij; kunnen we weer naderen tot Zijn troon van genade in alle vrijmoedigheid. (Hebreeën 4:16)
Bij Hem vindt onze ziel rust, bij Hem komt onze ziel tot rust, te midden van alle chaos en wanhoop van de wereld om ons heen.
Bij Hem vinden we nieuwe kracht om verder te kunnen en om vol te houden.
Zijn Geest woont in ons, maar als we niet regelmatig tijd  nemen om bij Hem te zijn en gewoon maar onze eigen wegen gaan, zal het vuur van Zijn Geest doven en gaan we onze weg in eigen kracht.

‘Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U!’

Iedere dag worden we wel op de één of andere manier opgejaagd.
We moeten tegenwoordig zoveel; er wordt vaak zoveel van ons verwacht; of we verwachten zoveel van ons zelf, leggen onszelf allerlei dingen op.
En als we niet oppassen lopen we onszelf voorbij.
Vaak weten we diep van binnen wel, dat we tot rust komen als we tijd met God gaan doorbrengen, maar o, hoe moeilijk is het soms voor ons om die tijd ook werkelijk vrij te maken, die ruimte daarvoor apart te zetten.

‘Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, …’

‘En de HERE God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?’
Genesis 3:8a,9

Ik kan me zo voorstellen, aan de hand van de twee bovenstaande Bijbelteksten, dat God niet alleen deze avond, de avond waarop alles fout liep, in de hof wandelde, maar dat Hij dat iedere avond deed, omdat Hij tijd met Adam en Eva wilde doorbrengen.
Adam zegt immers: ‘Toen ik U hoorde;’ het geluid was hem dus duidelijk bekend.
Hij hoorde God aankomen.
Vanaf het begin is het dus zo geweest dat God en de mens tijd met elkaar doorbrachten, zo hoorde het, zo wilde God het; Hij wilde samenzijn en genieten; en …  dat wil Hij nog steeds!

Door het volbrachte werk van de Here Jezus is dit opnieuw weer mogelijk.
De zonde brengt zoveel onrust en onvrede, berooft ons ook van zoveel kracht; eigenlijk hebben we het meer dan nodig om dit ook dagelijks te doen.
Niet alleen op zondag, maar dagelijks, iedere dag.
Aan het begin van de dag, om van Hem de kracht te ontvangen voor de dag die voor ons ligt, om als het ware onze batterij bij Hem op te laden, vanuit het besef dat we het zonder Hem niet kunnen.
En aan het einde van de dag, om alles nog eens te overdenken en samen terug te blikken op de dag die achter ons ligt.
En vele malen tussendoor, gewoon even snel misschien, Hij is immers nooit ver weg: ‘Heer, ben ik nog wel op de goede weg? Heer, help mij! Heer, dank U!  Heer, wat wilt U? Heer, …’

Een tijd van rust …
…  Binnengaan in Zijn rust.


‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en bent u onrustig in mij?’
Psalm 42:6

‘…, kiest dan heden, wie gij dienen zult: …’
Jozua 24:15

‘Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, …’
Psalm 62:2

‘Mijn hart is tot rust gekomen,
ik ben niet langer gejaagd;
als een kind in de armen van zijn moeder,
zo rustig ben ik.’
Psalm 131:2


Lieve Vader in de hemel.
Het is eigenlijk zo overduidelijk dat we alleen rust zullen vinden bij U, en toch, wat zijn we vaak eigenwijs en gaan we gewoon door met waar we mee bezig zijn; soms zelfs tot we er (bijna) aan onderdoor gaan.
Wat moet U toch wel vreselijk veel van ons houden dat U zo’n geduld hebt met ons.
Dank U wel, lieve Vader, voor zoveel liefde!
Dank U wel voor Uw goedheid, Uw trouw, Uw genade, Uw vergeving!
Werk met Uw Geest diep in ons, doe ons beseffen dat er geen andere plek is waar ons onrustige hart tot rust komt dan bij U, opdat we alles aan de kant zullen gooien waar we mee bezig zijn om Uw rust binnen te gaan.
Dan zal ons leven vruchtdragen, omdat het verbonden is met U, de wijnstok.
Omdat het Uw levenssappen zijn die ons doorstromen, waardoor we kracht ontvangen om te doen wat we hebben te doen en zullen vruchtdragen op Uw tijd.

In Jezus’ Naam.

- Amen -


Binnengaan in Zijn rust … 

Tijd apart zetten voor Hem,
even weg van de drukte van alle dag;
stil worden en luisteren
naar Zijn stem.

Een moment om tot rust te komen,
weg te zijn van de hectiek van alle dag,
om je met de kracht van Zijn Geest
te laten doorstromen.

Binnengaan in Zijn rust …

Tijd nemen om bij Hem te zijn,
ver weg van de onrust van alle dag;
gewoon verlangend naar een tijd
van innig samenzijn.

Een ogenblik waar alles even stil staat,
je weg bent van de verplichting van alle dag,
je Hem tot in het diepst van
je wezen binnenlaat.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,





Ps. Ik ben deze week niet bezig geweest met het werk dat nog op mij lig te wachten, maar heb echt heel andere dingen gedaan, en heb daar ook een stuk rust in gevonden.
Hoewel ik mijzelf wel regelmatig tot de orde moest roepen en nee moest zeggen tegen mijzelf; zo gingen mijn gedachten automatisch naar die bezigheden.
Een teken om het toch een beetje anders aan te pakken ;)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen