zondag 31 augustus 2014

Week 36 – Laat je licht schijnen

Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
HSV

Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.
NBV

Mattheüs 5:16


Laat je licht schijnen …
Ik heb de afgelopen dagen aardig geworsteld met dit thema.
Het klinkt zo simpel, maar ik vind het allesbehalve simpel.
Het is zo veel omvattend en zo diepgaand …

Het bracht mij terug naar 1976, naar de toespraak van Henk Binnendijk op de EO-Jongerendag; och, wat een indruk heeft die toespraak op mij gemaakt.
Maar de vragen die op de kalender erbij gegeven worden, leiden mij weer een heel andere kant op, namelijk naar het, al dan niet worstelend, hoe gestalte te geven van deze opdracht van Jezus; naar Paulus opmerking om er op aan te dringen, gelegen of ongelegen en hoe we dat interpreteren; naar Zijn opdracht ‘maak alle volken tot Mijn leerlingen’ met de vraag ‘hoe doe je dat?’ eraan gekoppeld.
En dan de gegeven Bijbelgedeelten en teksten die verwijzen naar het feit dat geloof zonder werken een dood geloof is en dat liefde in alles wat we doen de drijfveer moet zijn.

Sinds vrijdagmorgen is er echter één ding dat steeds opnieuw terugkomt in mijn gedachten, namelijk een paar verzen uit het gegeven Bijbelgedeelte Jacobus 2:14-26, waar staat dat Abraham door God rechtvaardig wordt verklaard, doordat zijn geloof in God samenging met zijn daden.


Jacobus 2:21-24:
‘Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde?
Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden?
En de Schrift is vervuld die zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd.
U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof.’


We kunnen het gaan hebben met deze tekst over hoe we ons licht kunnen laten schijnen.
We kunnen het gaan hebben over goede werken; welke, hoeveel, enz. ...
Maar wat mij bezighoudt en dringt, is het laatste gedeelte van deze tekst: dat Hij wordt verheerlijkt.
Als we willen weten hoe we gestalte kunnen geven aan Jezus’ opdracht om ons licht te laten schijnen, dan is denk ik de vraag die we onszelf in alles moeten stellen: ‘Zal God worden verheerlijkt in wat ik doe?’
Ik moet helaas bekennen en belijden, dat dit negen van de tien keer niet echt de vraag is die ik mijzelf stel bij de dingen die ik doe en dit is dan ook in de eerste plaats opnieuw een grote les voor mijzelf om hier bij stil te staan, over na te denken en iets mee te doen.
Terwijl ik hierover mijn gedachten laat gaan, word ik opnieuw teruggebracht naar de bovenstaande teksten over Abraham.
Alsof God mij wil zeggen: daar wil Ik dat je naar toe gaat, daar ligt de sleutel!
Waar ik bij bovenstaande verzen bij stil gezet word, is Abraham’s  gehoorzaamheid aan God, en ik denk dat dit de sleutel is naar alles, de sleutel naar het ‘ons licht zo laten schijnen voor de mensen, dat zij onze goede werken zien, maar de Vader in de hemel verheerlijken’.

Mijn gedachten gaan ondertussen weer alle kanten op.
Hoewel ik heel erg word bepaald bij ‘gehoorzaamheid’, dringen ondertussen ook allerlei andere gedachten zich aan mij op.
Gedachten aan goede werken, aan dat de mensen dit moeten zien, zodat de vader verheerlijk wordt.
Het lijkt zo veel meer te duiden op je handen uit de mouwen steken, dan op gehoorzaamheid.
De vraag die in mij opkomt als ik aan Abraham denk, is dan ook: zagen de mensen in  Abraham’s omgeving God zodanig in wat hij deed dat zij Hem ook verheerlijkten?
(En dat geldt ook voor de andere geloofshelden: Rachab, Noach, Mozes … Hebreeën 11)

Ik geloof het niet, ik denk eerder dat zij deze mensen eerder voor gek verklaarden om wat zij deden.
Maar wacht eens even, werd  en wordt God niet verheerlijkt om wat zij deden door mensen die hun verhalen hoorden, en door ons?
Dit brengt mij ineens bij een ander punt, namelijk, dat het dus niet zo hoeft te zijn dat God direct -à la minute- door onze werken wordt verheerlijkt, maar dat het dus ook zo kan zijn, dat Hij op een geheel ander en later tijdstip wordt verheerlijkt.
Diep in ons hart willen we denk ik allemaal wel direct, en anders toch wel zo snel mogelijk,  resultaat zien van wat we doen.
We weten dat dit niet altijd zo is, en niet kan, maar om vol te houden, om standvastig te zijn, om te blijven geloven en vertrouwen, dan  …
En toch vraagt God ons om gehoorzaam Zijn wegen te gaan, omdat het Hem zal verheerlijken.
En toch vraagt God ons om te doen wat Hij ons vraagt, al zien we pas veel later, of zelfs nooit de uitwerking van onze gehoorzaamheid, of de vrucht van ons werk.

Ons licht zo laten schijnen, dat de mensen in wat we doen God zien en Hem daardoor verheerlijken, houdt dus duidelijk veel meer in dan we zo op het eerste gezicht denken.
Ons zien is zo beperkt, zo klein, zo bekrompen; Zijn wegen zijn immers zoveel hoger, zoveel omvattender en zo onbegrijpelijk voor ons mensen.

Misschien twijfel je weleens aan waar je mee bezig bent of je Hem daarmee eert of dient; misschien vraag je jezelf wel af of de mensen God zien en verheerlijken in wat je doet.
Of jouw levenshouding, jouw levenswandel mensen raakt en hen bij God brengt.
Misschien is wat je doet (of niet doet) in jouw ogen heel onbeduidend en klein, maar voor God is alles wat we in gehoorzaamheid aan Hem doen, niets onbeduidend of te klein, want in Zijn handen wordt het kleinste groot, en het onbeduidendste belangrijk.
Mozes sprak, maar God gaf het water.
Mozes stak zijn hand met de staf omhoog, maar God gaf de Israëlieten de overwinning.
Jozua en het volk Israël liepen om de stad Jericho en braken na de 7e keer uit in gejuich, maar God deed de muren instorten en gaf hen Jericho in handen.
En zo zijn er nog vele voorbeelden uit de Bijbel waar, doordat men gehoorzaam deed wat God vroeg, grootse dingen tot stand kwamen waardoor Zijn eer en glorie werd gezien en bekend gemaakt.
Ach, God ziet de dingen zo heel anders dan wij mensen ze vaak zien!
Hoe zouden wij Gods eer en glorie kunnen laten zien, hoe zouden wij er ooit voor kunnen zorgen dat Hij verheerlijkt wordt, als Hij niet Zelf door genade Zijn kracht eraan verleent?

Ja, geloof en daden gaan samen hand in hand; het één kan niet zonder het ander.
Geloof zonder daden is een dood geloof, zegt de Bijbel in vers 26.
Gehoorzaamheid aan God is een daad en omvat denk ik eigenlijk alles wat goede werken of daden inhoudt.
Gods woord geeft ons de richtlijnen voor ons leven, vertelt ons hoe we dienen te leven zodat het is tot Zijn eer, vertelt ons wat Hem vreugde schenkt en wat hem verdriet doet, of wat Hij haat, en zo weten we hoe Hij verheerlijkt kan worden in ons leven.

1 Petrus 2:12 zegt:
‘Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop Hij komt rechtspreken.’


‘Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Goede werken doen is zoveel meer dan je het vuur uit de sloffen lopen.
Het is boven alles gehoorzaam zijn aan Hem uit liefde voor wat Hij heeft gedaan en dat zich uit in geheel onze handel en wandel, in wat we doen, of juist niet doen, geleid door de Heilige Geest, zodat Hij verheerlijk wordt.


Lieve vader in de hemel.
Als we ons oor te luisteren leggen, lijkt het soms alsof we van alles en nog wat moeten doen, omdat Uw woord zegt dat geloof zonder werken dood is en wij ervan gemaakt hebben dat dit inhoudt dat we van alles en nog wat zouden moeten doen.
Maar U vraagt niet van ons dat we van alles en nog wat doen, U vraagt alleen van ons dat we U gehoorzaam zijn en doen wat U van ons vraagt, zowel vanuit Uw woord, als aan een ieder van ons persoonlijk.
Heer, ik vraag me af of, als we allemaal echt open zouden staan voor de leiding van Uw Heilige Geest, en ons werkelijk zouden laten leiden, echt gericht zouden zijn op het verheerlijken van Uw naam, er dan werkelijk nog zoveel lege plekken zouden zijn in gemeenten voor allerlei functies of taken die verricht moeten worden?
Zou er dan nog zoveel eenzaamheid of teleurstelling zijn?
Zouden we dan niet veel meer van U laten zien aan de wereld om ons heen?
Lieve Vader, ik kan niet anders dan mijn hand in eigen boezem steken en U belijden dat mijn licht niet altijd schijnt, en zeker niet altijd op de juiste plaats of tot eer van U.
Ik wilde dat het zo was, ik verlang daarnaar.
Werkt U het in mij uit, lieve Vader; kom en maak mijn hart vol van Uw Heilige Geest opdat iedere vorm van angst of schroom, die mij nu nog tegenhoudt, verdwijnt en ik door de leiding van Uw Geest en in Uw kracht, dat lichtende licht en dat zoutende zout zal zijn, tot eer en glorie van Uw grote Naam.
In Jezus’ Naam.

- Amen –


Heer, hier ben ik,
U wil ik gehoorzaam zijn.
Niet alleen in mijn woorden,
maar ook in mijn daden.
Uw licht wil ik doorgeven,
laten schijnen op elke plaats
en niet slechts op veilige
en geëffende paden.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen