zondag 28 september 2014

Week 40 - Een leeg bestaan?

Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos is; maak mij levend door Uw wegen.
HSV

Houd mijn ogen af van wat leeg is, laat mij Uw wegen gaan, en leven.
NBV

Psalm 119:37

(GNB - zinloze; NBG – ijdele; SV – ijdelheid)


De hele week loop ik al te worstelen met wat ik met dit onderwerp moet.
De overdenking gaat deze week over ongewenste kinderloosheid en als moeder van vier kinderen voel ik mij totaal niet bekwaam om hier ook maar iets over te schrijven, want wat weet ik er immers van af?
Daarnaast had ik moeite met de tekst die de schrijfster van de overdenking erbij gebruikt, daar deze in andere vertalingen niet alleen andere woorden gebruikt, maar ook eigenlijk op heel iets anders doelt.
Echter, aan de andere kant, als je verder en dieper nadenkt over deze tekst en het onderwerp, dan is het ook wel weer het beste gebed dat gebeden kan worden.
Wat het denk ik voor mij gewoon lastig en moeilijk maakt, is simpelweg mijn gevoel van ‘niet het recht hebben’ om hierover te schrijven, omdat ik wel kinderen heb.
Maar, als ik het breder maak, is deze bede van David eigenlijk een voorbeeldgebed voor ons allemaal en daarmee kom ik toch uit bij zoals de tekst in eerste instantie is bedoeld.

‘Wend mijn ogen af van …
Doe mij leven op Uw weg.’

De tekst duidt op de dingen van de wereld, op dingen die ons afhouden, of afbrengen van God, de wereldse dingen dus.
De wereld is vol verleidingen en verlokkingen en onze ogen zien vele dingen, maar wat doen we ermee, hoe gaan we daar mee om?
Geld, macht, status, succes, of materiële dingen zoals een huis, auto, kleding, vakanties …
Wat is er allemaal niet te koop in deze wereld, wat biedt de wereld eigenlijk niet allemaal, ook op TV, of wat via de computer binnenkomt, soms zelfs ongevraagd.

Ik geloof echter ook dat dit geldt voor onze christelijke wereld.
Bepaalde functies, of positie in onze gemeente, aanzien, roem, eer, geld …
Als ik om me heen kijk, dan zie ik dat er ook in onze christelijke wereld heel veel gevaren schuilen waar men in mee getrokken kan worden, en die ons bij God vandaan leiden in plaats van naar Hem toe zoals eigenlijk de bedoeling is.
Hoe mooi mensen het soms ook kunnen brengen, in welk christelijk jasje het soms ook gestoken wordt en met welke Bijbelteksten men het ook tracht te onderbouwen.


‘Wend mijn ogen af van …’

God heeft ons ogen gegeven om te kunnen zien, maar hoe anders had Hij het Zich vast voorgesteld dan het uiteindelijk is geworden.
God gaf ons ogen om Hem te zien, wie Hij is, Zijn heerlijkheid, Zijn grootheid, Zijn majesteit, Zijn kracht, Zijn macht, Zijn liefde; om te zien de wonderen van Zijn hand.
Maar welk een teleurstelling werd het …

Genesis 3:6 - En de vrouw zag …
Wat was die vrucht mooi, wat zag die er lekker uit; vergeten werd al het andere,  en wat God had gezegd  was schijnbaar ineens niet meer zo belangrijk.
De vrucht en de woorden lokten meer dan wat God had gezegd, en het zien bracht de zonde in de wereld.

2 Samuël 11:2 - Vanaf het dak zag hij(David) …
Wat was die vrouw mooi! Hij kon zijn ogen niet van haar afhouden en alles in hem begon te branden van begeerte en hij liet haar bij zich komen en sliep met haar.
Wat deed het er toe dat zij de vrouw was van een ander, hij had haar gezien en wilde hebben.
Als zij dan nog zwanger van hem wordt, vermoordt hij haar man om er goed uit te komen, en zo leidde de ene zonde tot de volgende.

Zo maar twee voorbeelden van wat er kan gebeuren als onze ogen dingen zien.
En laten we vooral niet denken dat wij beter zijn en dat ons dit niet kan of zal gebeuren!
Als we de woorden van Jezus in onze herinnering brengen, dan denk ik dat we ons er eerder aan schuldig maken dan dat we vaak denken.

‘Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw(man) kijkt om haar te begeren, in zijn(haar) hart al overspel met haar(hem) gepleegd heeft.
Als dan uw rechteroog u doet struikelen, ruk het uit en werp het van u weg, want het is beter voor u dat een van uw lichaamsdelen te gronde gaat en niet heel uw lichaam in de hel geworpen wordt.’
(Mattheüs 5:28,29)

Jezus spreekt hier over overspel, maar dit woord geldt voor alles wat ons tot zonde verleidt door wat onze ogen zien.
Zegt de wet immers niet:
‘En u zult niet begeren de vrouw van u naaste. U zult uw zinnen niet zetten op het huis van uw naaste, noch op zijn akker, noch op zijn slaaf, noch op zijn slavin, noch op zijn rund, noch op zijn ezel, noch op iets dat van uw naaste is.’
Jezus woorden zijn eigenlijk nog veel verstrekkender dan deze woorden uit de wet en ze laten ons zien, hoe snel zien tot zonde kan verleiden/brengt.
Nee, ik geloof niet dat we nu maar gelijk allemaal ons rechteroog moeten uitrukken, maar het laat wel zien hoe serieus Jezus is over deze dingen, hoe zwaar het allemaal weegt en hoe belangrijk het is dat we eerlijk zijn naar God, en naar onszelf.

‘Wend mijn ogen af van …’

We kunnen deze woorden met de Psalmist meebidden, maar we zullen er weinig aan hebben als we de bron van de verleiding(en) niet wegdoen, of maatregelen nemen die ons er tegen beschermen.
We kunnen iedere dag bidden ‘Heer, wend mijn ogen af van …’, maar als ik ’s avonds na een bepaalde tijd achter mijn tv blijf hangen of op bepaalde zenders blijf kijken dan …
Of, als we blijven zien op wat we niet hebben en anderen wel, …
Of als we …, vul voor jezelf maar in.

Toch kunnen de woorden ‘Wend mijn ogen af van …’ ook in het geval van ongewenste kinderloosheid (of andere omstandigheden) misschien een gebed worden.
‘Houdt mijn ogen af van wat leeg is, …’*
De pijn en het verdriet van bepaalde omstandigheden waarin we verkeren kunnen soms zo diep en intens zijn, dat we zelf niet instaat zijn om dit te veranderen, en dan zijn er deze woorden om te bidden: ‘Wend mijn ogen af van …’
Wilt U het doen, Here, want mij lukt het niet!
Vooral in het geval van ongewenste kinderloosheid, waar je als vrouw jarenlang iedere maand opnieuw wordt geconfronteerd met het verdriet, de pijn, de leegte.
Maar ook later nog met het ouder worden; nooit oma (en opa), alleen, eenzaamheid …?!

De woorden van de andere vertalingen lijken dan in eerste instantie eigenlijk niet te passen: ‘wend mijn ogen af van wat zinloos is, wat nutteloos is, wat ijdelheid is, maar aan de andere kant toch ook weer wel, al klinken deze woorden dan wel heel hard.
Met het blijven kijken naar wat we niet hebben, naar omstandigheden zoals ze zijn, naar die leegte, is zinloos, is nutteloos, is ijdelheid.
Het helpt ons niet verder, eerder de andere kant op.
Het houdt onze blik van God af, in plaats van dat we Hem zien.
Het zorgt er eerder voor dat we ontevreden worden, boos, bitter, depressief.

Nee, ik bedoel nu niet dat je dit gebed maar gelijk moet gaan bidden als je net hebt gehoord dat je geen kinderen kunt krijgen, of dat je een ongeneeslijke ziekte hebt, of dat je je baan verliest, of je huis, of …
We moeten ook de tijd nemen om te rouwen, om het verdriet en de pijn die met deze dingen gepaard gaan een plek te geven en om een nieuwe, andere weg in te kunnen slaan.
Maar het is wel een waarschuwing om niet ergens in te blijven hangen.


‘Doe mij leven op Uw weg.’
‘Laat mij Uw wegen gaan, en leven.’

Deze woorden verleggen ons blikveld; onze aandacht wordt verlegd van verleiding, van omstandigheid, naar God.
Het is nog aanwezig, verleidingen zijn er en zullen er ook altijd zijn, net als misschien die leegte, of die ziekte, of …, maar we kiezen ervoor om onze ogen, en ons hart, op Hem te richten.

‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil geen dingen doen die U pijn en verdriet doen, ik wil niet dat doen wat U zo haat, ik wil U volgen, dienen en eren in alles wat ik doe.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil Uw wil doen, wat U vreugde schenkt, waarmee U tot Uw doel zult komen met mij.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: vertel mij maar, Heer, wat U dan voor mij in petto hebt, wat ik dan mag doen, mag betekenen, wat Uw plan is met mijn leven.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil Uw woorden indrinken, ze onderzoeken, overdenken, naleven.
‘Laat mij Uw wegen gaan’: ik wil zien op wie U bent, op wat U doet, op wat Uw wil is en daarnaar, daar vanuit, leven.


U bent mijn Herder. (Psalm 23)**
U bent met niemand te vergelijken, noch door iemand te evenaren.
(Jesaja 40:12-31)
U zult het goede werk dat U in mij bent begonnen ook afmaken.
(Filippenzen 1:3-11)
U heeft ons gezegend met talrijke geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten. (Efeziërs 1:3-14)
U kent mij zoals niemand anders mij kent, en u houdt van mij en zorgt voor mij. (Psalm 139:1-18)

‘Wend mijn ogen af van …
Doe mij leven op Uw weg.’


Lieve Vader in de hemel, wend mijn ogen af van alles dat U verdriet doet, wat een blokkade vorm tussen U en mij, wat er voor zorgt, dat U niet tot Uw bestemming kunt komen en doe mij leven op Uw weg.
U bent mijn Herder, mijn God, die door niets en niemand is te evenaren, die mij kent als niemand anders en toch van mij houdt en voor mij zorgt.
Laat mij zien, Vader, waar ik mijn blik afwend van U en richt op dingen die niet goed zijn, die mij van U afhouden en mij ontevreden of jaloers maken.
Die voor onrust en rusteloosheid zorgen, en mij niet doen leven zoals U het wilt.
Lieve Vader, ik bid U in het bijzonder voor hen die gebukt gaan onder hun kinderloosheid, die nog worstelen en in diepe rouw zijn.
Ontferm U, Vader, over hen; help en troost hen, ja, bemoedig hen en doe leven.
Ik bid U voor hen, die in andere nood verkeren en geen uitweg zien, die vastzitten in hun problemen, pijn, verdriet, moeiten of zorgen.
Ontferm U, Vader richt op; help en verlos hen, ja, bevrijdt hen.
Doe ons allen leven, Vader, op Uw weg.
In Jezus’ Naam.

- Amen - 


Wend mijn ogen af 

Wend mijn ogen af, o Heer,
van alles wat de wereld biedt
en wat mij wegtrekt van U.
Laat mij Uw wegen gaan,
zien op wie U bent,
een leven leven tot eer van U.

Wend mijn ogen af, o Heer,
van mijn omstandigheden als ik
daardoor het zicht op U verlies.
Help mij door Uw Geest,
opdat ik dicht bij U blijf
en ik U niet verlies.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,





* Dit is de gedachtegang van de schrijfster van de overdenking die ik meeneem.

** Deze laatste Bijbelgedeelten zijn afkomstig van de kalender.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen