zondag 12 oktober 2014

Week 42 - Vissen

En Jezus zei tegen hen: Kom achter Mij, en Ik zal maken dat u vissers van mensen wordt.
HSV

Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’
NBV

Marcus 1:17


Evangeliseren …
Ik moet bekennen dat ik daar niet bepaald iets mee heb.
Het idee dat ik de straat op moet en flyers moet uitdelen, of zo maar mensen aanspreken, voor ze bidden enz., doet me nog net niet in paniek raken, maar roept wel heel veel stressvolle emoties op, waardoor ik de neiging heb om heel hard weg te lopen, een heel andere kant op.
Onze oudste zoon daarentegen vind dit geweldig om te doen; duidelijk een gave die hij van God heeft ontvangen, want hij heeft dit noch van mij, noch van mijn man.
Gelukkig is evangeliseren meer dan dit, veel meer.
Ik geloof niet dat we allemaal geroepen zijn om de straat op te gaan, of naar een ver land om daar de goede boodschap van de Here Jezus te gaan brengen, maar ik geloof wel dat we allemaal geroepen zijn om van Hem te getuigen op de plaats waar wij staan.
Al moet ik daarin bekennen, dat ik daar ook niet altijd zo erg goed in ben.
O, ik heb zeker geen moeite om te getuigen van wat Hij in mijn leven doet, en heeft gedaan, maar dat andere, zoals bijvoorbeeld Paulus, nee, daar heb ik geen kaas van gegeten.


Ik heb al weer heel wat af geworsteld deze afgelopen week met dit onderwerp, en ik moet zeggen, ik ben er nog steeds niet uit.
De overdenking op de kalender helpt mij er ook niet echt bij; die geeft mij alleen maar meer het gevoel van schromelijk tekortschieten en falen op dit vlak.
En er zijn daarnaast ook verschillende vragen die bij mij bovenkomen (of zal dat ergens zo zijn om er als het ware onderuit te kunnen komen?).
De vragen die in mij opkomen zijn:

1. Vraagt Jezus nu echt van mij dat we met iedere ongelovige waar we mee te maken hebben (of krijgen), ons verdiepen in hoe wij die persoon nu het beste kunnen benaderen om hen de boodschap van Jezus’ verlossing te brengen?
In de overdenking wordt het zo gezegd:
‘Willen we mensen om ons heen graag bekend maken met Jezus, dan zullen we ons in hen moeten verdiepen, hun taal leren verstaan en spreken en de boodschap van Gods liefde zo verpakken dat zij bereid zijn dichterbij te komen en het liefst ook toe te happen.
(Gebaseerd op 1 Korinthiërs 9:19-23)

2. Terwijl ik al schrijvende doorworstel met dit onderwerp, komt tegelijk de vraag in mij op of Jezus dit ook wel tegen ons zegt?
De mannen die Jezus riep waren visser van beroep, en Jezus zei tegen hen: ‘Volg Mij en ik zal jullie vissers van mensen maken.’
Ik ben geen visser van beroep, nooit geweest en zal het ook nooit worden (ik durf niet eens een levende vis vast te houden, brr).
Vraagt God dit dan wel op deze wijze van mij?

Ja, ik geloof weldegelijk dat er van ons gevraagd wordt om getuigen van Jezus te zijn, absoluut, maar vraagt Hij dat zo, op deze wijze, aan een ieder van ons?
Als ik dit lees en er over nadenk dat ik dit zo in praktijk zou moeten brengen, dan voel ik mij echt doodongelukkig, en ook totaal onbekwaam, want ik mis gewoon de daarvoor benodigde capaciteiten.
Daarbij zou het ten koste gaan van mijn gezin en wat ik nu mag doen en mag betekenen in Zijn koninkrijk.
Is dat nu de bedoeling?
En is evangeliseren niet veel meer en breder dan dit?
Zeggen daden soms niet veel meer dan woorden?
Is voorleven, in je leven zichtbaar laten zijn wat je met je hart geloofd en met je mond belijdt ook niet een vorm van?

Nog een citaat van de kalender; van het laatst gedeelte ‘En nu jij’.
‘Getuigen is geen plicht, maar een levensstijl, het natuurlijke gevolg van het volgen van Jezus.

Welke ‘evangelisatiestijl’ past bij jou? Hoe ontdek je dit?’

Zucht, nog meer om te gaan onderzoeken en uit te vogelen.
Als ik mijn Bijbel lees vind ik nergens iets over het ontdekken van mijn ‘evangelisatiestijl’.
Toch ben ik wel nieuwsgierig genoeg om eens op Google rond te snuffelen.
En ja hoor, er is zo weliswaar een test om je ‘evangelisatiestijl’ te ontdekken.
(>> Evangelisatie-stijlen-test)
Ik geloof dat ik toch echt oud wordt, want als ik de vragen lees, dan kom ik al in de problemen, want mijn wereld is gewoon ‘te klein’/anders om deze vragen te kunnen beantwoorden.
En hoewel mijn wereld al veel groter is dan jaren geleden, toch ‘past’ mijn leven zoals het is, niet bij deze vragen, of andersom.
Velen zijn gewoon niet te beantwoorden, omdat ik bepaalde dingen niet tegenkom, of terugvind in mijn leven.

Ik ben bang dat ik deze week blijf zitten met een heel onbestemd en onbehaaglijk gevoel.
Maar met dat ik dit stukje voor deze week wil afsluiten, valt mijn blik op één van mijn aantekeningen die ik afgelopen week gemaakt heb bij de gegeven Bijbelgedeelten.

‘… een heerlijke geur van Christus zijn tot eer van God.’

De beide kanten vechten nog een beetje met elkaar, maar deze woorden doen het onbestemde en onbehaaglijke gevoel wel verdwijnen.
Want is dat niet het verlangen van mijn hart, Zijn heerlijke geur verspreiden met mijn gedichten en schrijfsels?
Meer van hem leren om Hem ook weer meer te kunnen weerspiegelen?
Zijn de vrouwenochtenden of –avonden (of senioren) die ik samen met Caroline en Martine soms mag verzorgen ook niet een manier om Zijn heerlijke geur te verspreiden?
Nee, ik ben daarmee geen ‘visser van mensen’, tenminste, zo kan ik mezelf dan helemaal niet zien, maar zegt Paulus ook niet in 1 Korinthiërs 3:6 niet: ‘Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien.’ ?
Och, al mogen mijn gedichten (of schrijfsels) alleen al mensenharten zacht maken, zodat het zaad wat een ander zaait  en weer een ander begiet, door Hem kan gaan groeien.

Is getuigen niet zoveel meer dan alleen maar evangeliseren, hoe belangrijk dit ook is?
Heeft God ons daarom niet allemaal verschillend gemaakt?
Of is ‘visser van mensen’ zijn, misschien veel breder en veel omvattender?


Lieve Vader in de hemel.
Soms zijn er gewoon dingen waar ik maar niet helemaal uit kom, die mij onrustig maken, en me het gevoel geven niet goed te doen.
Maar ik wil daar niet op blijven zien en leg dit alles bij U neer, en bid U, dat U het gewoon verder uitwerkt in mijn leven, en dat als dit werkelijk hetgeen is wat van mij gevraagd wordt, U het mij laat zien en mij dan ook de vaardigheden geeft die ik daar voor nodig heb.
Tot die tijd, Heer, zal ik U dienen en Uw geur verspreiden op de manier waarin ik zelf ook vreugde vindt, en die mij ook heel dicht bij U brengt.
Op de manier, en met de gaven, die U mij gegeven heeft.
U wil ik volgen, Heer, U wil ik dienen, en eren.
In Uw handen.

- Amen -


Zijn geur verspreiden

Heer Jezus,
U wil ik volgen
U wil ik eren,
door te laten zien
dat U in mij leeft.
Uw heerlijke geur
wil ik verspreiden
met de gaven die U
mij gegeven heeft.

- Amen -

Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen