maandag 20 oktober 2014

Week 43 - Een beetje vreemd

…; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald.
HSV

Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, …
NBV

Mattheüs 25:35b


Ook deze week een onderwerp wat ik best lastig en ook moeilijk vind; omgaan met vreemdelingen in je land.
De gegeven Bijbelgedeelten nemen mij mee naar het volk Israël, naar wat God hen geboden en gezegd heeft over deze dingen; naar voorbeelden, maar ook naar de Here Jezus, naar wat Hij zei over deze dingen.
Een paar voorbeelden:

Deuteronomium 10:18,19 – Die (de Heere, onze God) recht verschaft aan de wees en de weduwe, Die de vreemdeling liefheeft door hem brood en kleding te geven.
Daarom moet u de vreemdeling liefhebben, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte.

Job 31:32 - De vreemdeling overnachtte niet op de straat; ik opende mijn deuren voor de reiziger.

Het Bijbelboek Ruth.
Bijvoorbeeld: Ruth 2:5-16

Mattheüs 25: 35b;43 - …; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald.
                                  -   …; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij niet gastvrij
                                   onthaald; …

Er zijn nog veel meer voorbeelden in de Bijbel waarin men hun gastvrijheid laat zien.
Ik moet bijvoorbeeld denken aan Abraham en Lot.

Abraham - Genesis 18:1-8:
Er staan plotseling drie mannen voor Abraham als hij bij de ingang van zijn tent zit en hij loopt snel op hen toe, buigt en nodig ze direct uit om met hem mee te gaan.
Hij biedt ze water aan om hun voeten te wassen, een rustplaats in de schaduw van een boom.
En hij geeft zijn vrouw de opdracht om snel koeken te bakken van het fijnste meel en zelf loopt hij snel naar de kudde en zoekt een mals, vet kalf uit om door zijn knechten klaar te laten maken.
Als alles klaar is, geeft hij het zijn gasten met melk en boter, en tevens gaat hij bij hen zitten onder de boom.

Lot – Genesis 19:1-9:
Lot zit ’s avonds in de stadspoort als er twee mannen (door de Heer gestuurd) aan komen in Sodom.
Lot loopt hen tegemoet en nodigt hen  mee naar zijn huis om daar hun voeten te wassen en hen onderdak te verlenen voor de nacht.
(Lot kende de stad en de mensen waar hij woonde!)
Ook gaf hij hen te eten.
Maar boven alles bood hij hen bescherming tegen de bevolking van de stad Sodom, zodanig, dat hij zelfs daarbij zijn dochters inzette.
(al heb ik daar wel mijn vraagtekens bij of dat wel goed was)

Al met al laten deze voorbeelden wel heel duidelijk zien, dat gastvrijheid in een heel hoog vaandel stond (staat?) bij het volk Israël.
En misschien is dit wel kenmerkend voor de meeste volkeren uit het Midden-Oosten.

Ik denk niet dat wij Nederlanders daar echt om bekend zullen staan; ik ben bang eerder het tegenovergestelde.
Wij zijn denk ik eerder een beetje op onszelf, kat-uit-de-boom-kijken-types, een beetje bekrompen, en daarnaast best wel kniepers en ons-ben-zuunig-types.
De koekjesschaal gaat één keer rond bij het kopje koffie, en als je geluk heb twee keer.
Vervolgens wordt de schaal vaak weer opgeruimd.
Soms wordt de schaal wel op tafel gezet met de woorden: pak maar, hoor!, maar we zijn het niet echt gewend om maar gewoon voor een tweede of derde keer van de schaal te pakken.
En als het gaat om onverwachte bezoekers, dan worden die niet altijd binnengelaten of een kop koffie aangeboden, zelfs niet als het bekenden zijn.
Alles lijkt in onze maatschappij (en cultuur?) afhankelijk te zijn van onze agenda en waar we zin of behoefte aan hebben.
Gastvrijheid zoals we in de Bijbel lezen, is tegenwoordig ver te zoeken.
(hoe dat in het buitenland is weet ik niet, want daar kom ik niet)

Ik moet ook zeggen, dat ik daar ook wel moeite mee heb, heel veel  moeite zelfs.
Mijn eerste gedachte is dan altijd: je kunt toch tegenwoordig niet zomaar meer iemand die je niet kent binnenhalen! Moet je zien wat er tegenwoordig allemaal niet gebeurt!
Met dat in mijn gedachten opkomt, dat het vroeger in de tijd van Abraham niet zo was als nu, komt tegelijk ook de vraag of dit ook wel echt zo is?
Ik weet het niet en blijf het heel lastig en moeilijk vinden.
Alles in mij wrikt en wringt zich om me hier heel ver vandaan te houden.
Mijn angst speelt mij (nog steeds) parten door de dingen die in mijn kindertijd zijn gebeurd.
Toch zegt Jezus In Mattheüs 25:40, en dat maakt dat ik het niet totaal bij mij vandaan kan houden: ‘Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’
En ook deze woorden vergezellen mij al zolang ik mij kan herinneren en hebben een onuitwisbare indruk in mijn ziel achtergelaten.

Het kleutervertelboek van Anne de Vries is misschien voor velen hopeloos verouderd en niet meer van deze tijd, toch heb ik hieruit ook mijn kinderen voorgelezen, omdat ik hen wilde laten delen in wat de verhalen mij hadden gedaan en voor mij (nog steeds) betekenen.
En binnenkort zal ik hem ook weer gaan gebruiken om mijn kleindochter uit voor te lezen, met het gebed in mijn hart, dat ook haar hartje geraakt mag worden door de verhalen.
Mijn favoriete verhalen, de verhalen die echt een onuitwisbare indruk hebben achter gelaten, zijn de verhalen van de Barmhartige Samaritaan en het verhaal waar de tekst voor deze week uit komt.

‘En Koning Jezus zal zeggen: “Toen je die arme bedelaar blij maakte, en die vreemdeling, en dat zieke vriendje en al die anderen, toen heb je Mij blij gemaakt! Wat je voor Mijn minste broeder gedaan hebt, dat heb je voor Mij gedaan.”*

O, wat wilde ik graag dingen doen die Koning Jezus blij zouden maken.
Ik had een groot hart vol liefde voor mens en dier, maar mijn kinderhart is de loop van de jaren met het ouder worden zwaar beschadigt en gehavend, en hoewel mijn hart nog steeds vol bewogenheid is, is het meer een bewogenheid op afstand geworden door alles wat er is gebeurd en kan ik me niet meer zomaar geven als vroeger en ben ik behoorlijk op mijn hoede.
De herinneringen aan deze dingen doen mij zeer en ik wilde dat het weer anders was, weer zoals toen, maar …

Maar zoals ik geloof, dat God niet van mij vraagt om maar de straat op te gaan om te evangeliseren en flyers uit te delen etc. (zie vorige week), zo geloof ik ook niet dat God van mij vraagt dat ik nu maar iedere vreemdeling binnenhaal, of te eten geef, of …
Net zoals dat ik geloof dat God mij vraagt te getuigen op de plaats waar ik sta en leef, zo geloof ik ook dat Hij dit op deze wijze van mij vraagt.
En ik denk bijvoorbeeld aan een vriendelijke groet en/of praatje met een straatkrantverkoper(ster) en het kopen van een krant, of zomaar een gift geven; aan mijn laatste babyspulletjes, die ik uit een stukje nostalgie bewaard had, maar toch weggaf, toen de vraag om babyspulletjes kwam voor een hoogzwangere asielzoekster.

Ik geloof, ik denk, dat God van ons vraagt, dat we niet met een boog om de dingen heen lopen die Hij op onze weg plaatst, die op ons pad komen, maar dat we daar getuigen, daar handelen in overeenstemming met Zijn woord, Zijn opdracht(en).
Zo gaan mijn gedachten dan toch ook weer naar het kleutervertelboek, naar het verhaal van de Barmhartige Samaritaan:

Maar hoor, … kwam daar toch weer iets aan? …
Trappel, trappel, trap, … ging het.
Wat was dat? …
Een ezel was het.
Maar op die ezel zat een man.
Zou die misschien willen helpen?
O neen, die deed het vàst niet!
Dat was een Samaritaan, een man uit een vreemd land!
Een vijand was het!
Neen, die zou vast geen medelijden hebben.
Die zou lachen en zeggen: “Ha, lig jij daar? … Net goed voor jou, hoor!”…
Die arme man aan de kant van de weg deed zijn ogen dicht en hield zich heel stil.
Hij hoopte, dat die Samaritaan hem niet zou zien…
Maar hoor, de ezel bleef staan!
Voetstappen kwamen dichterbij …
Een stem zei: “Och, arme stakker, wat hebben ze met jou gedaan? …
Kun je niet meer lopen? …
Wacht maar, ik zal je wel helpen, hoor! …”*


De ander zien en … dan niet voorbij lopen.
Nee, ik geloof niet dat we allemaal geroepen zijn om van alles en nog wat op te zetten voor de vluchtelingen, asielzoekers, vreemdelingen, daklozen …, om hen op te zoeken en  …
Maar ik geloof wel dat God van een ieder van ons vraagt om onze ogen niet te sluiten, niet met een boog ergens om heen te lopen.
Hoewel het verhaal van de Barmhartige Samaritaan misschien in wezen niet bij het thema voor deze week hoort, toch zit daar voor mij de kern in van waar het om draait.
Zien, … en handelen, ongeacht.

“Toen je die arme bedelaar blij maakte, en die vreemdeling, en dat zieke vriendje en al die anderen, toen heb je Mij blij gemaakt! Wat je voor Mijn minste broeder gedaan hebt, dat heb je voor Mij gedaan.”*

3 Johannes :5 - Geliefde, uw trouw blijkt uit wat u doet voor de broeders, ook al zijn het vreemden voor u. 
(WB)


Lieve Vader in de hemel.
Wat vind ik het soms allemaal moeilijk en lastig.
Wat zou ik graag willen dat ik niet zo onbeholpen was met mensen die ik niet ken, en nog meer met echte vreemdelingen.
Wat verlang ik ernaar om echt vrij te zijn, verlost van de schade die het verleden heeft aangericht en de littekens die het heeft achtergelaten.
Maar ik dank U, lieve Vader, dat U het goede werk, dat U in mij begonnen bent, ook af zal maken en dat er een dag zal komen, dat alles voorbij is en verleden tijd.
Dank U wel, dat U van mij houdt zoals ik ben en dat U samen met mij werkt aan al die dingen die nog niet goed zijn in mijn leven.
Dank u wel, voor U liefde en geduld!
Mijn grootste verlangen is om U te dienen, Heer Jezus, meer en meer te worden zoals U.
Straks uit Uw mond te horen: ‘Goed gedaan, jij trouwe diensknecht!’
Help mij alstublieft, Heer Jezus, want zonder Uw hulp zal ik het niet kunnen.
Leidt mij door Uw Heilige Geest, en maak mij steeds opnieuw bewust van de kracht die in mij leeft, zodat ik kan doen waar U mij toe roept.

- Amen -


Een liefdevol en bewogen hart

Heer,
open mijn ogen
opdat ik zal zien,
en … in actie zal komen.
Laat mij nimmer
mijn hoofd wegdraaien
van de hulp die
een ander nodig heeft.
Laat ten alle tijd zichtbaar zijn
dat mijn hart door U
in bezit is genomen;
en dat Uw liefde
en bewogenheid,
ja, Uw Geest
in mij leeft.

- Amen -

Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




*Citaat uit het Kleutervertelboek van Anne de Vries

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen