zondag 30 november 2014

Week 49 - Te koop: kerst

Denk aan deze dingen, Jakob, Israël, want u bent Mijn dienaar.
Ik heb u geformeerd, u bent Mijn dienaar, Israël, u zult door Mij niet vergeten worden.
Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk.
Keer tot Mij terug, want Ik heb u verlost.
HSV

Gedenk dit alles, Jakob en Israël, want jij bent Mijn dienaar!, 
Ik heb je gevormd, dienstbaar ben jij aan mij, Israël, je wordt door Mij niet vergeten!
Wegwissen zal Ik je overschrijdingen als een mistbank, als een wolk je zonden; keer terug naar Mij, want Ik heb je verlost!
NB

Neem deze dingen ter harte, Jacob, neem ze ter harte, Israël, want jij bent Mijn dienaar.
Israël, Ik zal je niet vergeten.
Ik heb je misdaden als een wolk doen verdampen, je zonden als de mistnevel.
Keer terug naar Mij: Ik zal je vrijkopen.
NBV

Jesaja 44:21,22


Of het nu te maken heeft met het ouder worden, of met de dingen die we mee hebben gemaakt en daardoor de betrekkelijkheid van alles steeds meer gaan inzien; ik weet het niet, maar één ding is zeker: hoe meer en harder er als het ware geschreeuwd wordt door middel van de folders die op mijn deurmat vallen en het belachelijk vroege in de winkels liggen van alle ‘kerstartikelen’, hoe meer ik me terugtrek van deze dingen en verlang naar eenvoud en rust.

Menigmaal komt in deze tijd van het jaar het beeld in mijn gedachten van een armoedige stal, met hooi en stro, een voerbak en twee arme mensen die ondanks de armoedige setting de rijkste zijn van de gehele wereld, omdat zij net ‘hun’ Zoon ter wereld hebben gebracht.
Een Zoon, waarvan zij weten dat het Gods Zoon is, maar waarvan ik overtuigd ben, dat zij Deze met net zoveel, zo niet meer, vreugde en blijdschap hebben ontvangen als iedere ander kind dat daarna nog geboren werd.
Hoe schrijnend is het contrast met de tijd waarin we nu leven!
Hoe goed lukt het de satan om de Kerstboodschap te bedelven onder eten, drinken, kerstbomen, kerststukken, takken, ballen, … noem maar op.
O, begrijp me niet verkeerd, ik zeg niet dat het niet mag of dat het verkeerd zou zijn, maar wat er gebeurt in de wereld, het verloop van de dingen, is voor mij wel een teken aan de wand en alles gebeurt zo geniepig en in het verloop van, dat we als we niet oppassen gewoon mee gaan doen, omdat het er bij hoort.
En er is er eentje die lacht en voor wie de decembermaand steeds mooier wordt.

De schrijfster van de overdenking voor deze week heeft er ook de nodige problemen mee.
Een paar kreten van folders die zij hierop deelt:
‘Alles voor een gezellige en voordelige Kerst!’
‘Op je mooist tijdens de Kerst!’
Maar de ergste vond zij de volgende en na aanleiding daarvan is ook het thema van deze week:
‘Meer Kerst voor je geld!’
De vraag die daarmee direct omhoog kwam was natuurlijk: ‘Sinds wanneer is Kerst te koop?’

Tegenwoordig lijkt het er inderdaad op dat Kerst te koop is; alles draait om de verkoop van kerstsfeerverhogende artikelen.
Ik denk niet dat er een andere maand is waarin er zoveel folders op je deurmat vallen als in de maand december.
Hoewel Pasen bezig is aan een ‘inhaalslag’, ook hier zie je een verschuiving komen naar overdaad rond eten, drinken en allerlei versieringen, de maand december spant denk ik nog steeds de kroon.
En ja, net als de schrijfster van de overdenking, word ook ik niet goed van alle Boeddhabeeldjes die daarin een rol zijn gaan spelen.
Het idee alleen al …!
En ook de kerstman en de daarbij horende cadeaus lijkt meer en meer zijn intrede te doen in ons land, net als de rendieren en het versieren van je huis aan de buitenkant.
Wat zijn we toch aan het doen; wat maken we toch van Kerst?
Wat is nog het belangrijkste deze maand, waar draait het eigenlijk nog echt om?
Is er nog wel plaats voor Hem?

Als alles met oog op Kerst draait om kopen (eigenlijk zou je eens alles op moeten schrijven wat je  met oog op die dagen koopt aan versieringen, eten en drinken etc. en dat vergelijken met je uitgaven van een andere ‘gewone’ maand!?!) en we schijnen te vergeten dat het met Kerst juist draait om het feit dat Hij, Jezus, juist kwam om ons vrij te kopen.

… in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar  met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam. 
1 Petrus 1:18,19

‘Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid en voor Zichzelf een eigen volk zou reinigen,  ijverig in goede werken.’
Titus 2:14

Samen met de schrijfster van de overdenking wil ook ik de nadruk leggen op het feit dat niet wij kopen met Kerst maar God.
God koopt ons vrij!
En de prijs daarvoor was gruwelijk hoog!
Hij, Jezus, betaalde met Zijn eigen leven op een gruwelijke wijze!

Ik weet niet hoe het bij jou is, maar Kerst is voor mij niet meer alleen dat lieve kleine baby’tje in de kribbe.
Het kruis laat zijn schaduw vallen over de kribbe en een helder, heerlijke Licht van de toekomst die mij wacht, omgeeft beiden.
Ja, ik geloof zeker dat Kerst een feest is dat gevierd mag worden; kijk maar eens naar wat we niet te vieren hebben!
Maar door wat er van gemaakt wordt, is de kans groot, dat we de oorspronkelijke reden van het feest uit het oog verliezen, dat we het begraven onder de dennentakken, kerstballen, en al die andere dingen.
Dat we de kerstman en zijn cadeautjes tot de belangrijkste persoon van Kerst maken in plaats van Jezus en Zijn geschenk.

Laten we deze Kerst toch beseffen dat de kribbe leeg is en dat de schaduw van het kruis over de kribbe valt.
Het kindje is een volwassen man geworden en heeft Zijn leven gegeven zodat wij konden worden vrijgekocht van de zonde.
En deze man is teruggekeerd naar Zijn Vader, waar Hij een plaats voor ons, voor een ieder die in Hem gelooft, aan het bereiden is.
Ja, het is ontzettend belangrijk om niet te vergeten dat God mens werd, dat Hij naar deze wereld kwam als een baby.
Het betekende dat Hij Zijn plaats in de hemel opgaf voor de donkere moederschoot; dat Hij de heerlijkheid die Hij had bij Zijn vader inruilde voor deze door duisternis gevulde, zondige wereld.
Maar Zijn doel was om jou en mij vrij te kopen van de zonde, opdat we zullen zijn waar Hij is.


Morgen (vandaag alls dit stukje verschijnt) is het de eerste advent.
Advent staat voor verwachten, uitzien naar; is een voorbereidingstijd naar Kerst toe.
Als ik even op Internet kijk naar de oorsprong van Advent(-stijd)* kom ik ook nog een ander, minstens even belangrijk, aspect tegen, namelijk, dat Adventstijd ons ook wil richten op de nog te verwachten komst van de Here Jezus: Zijn wederkomst.
Ook dat is een wezenlijk onderdeel van Advent.
Jezus komt terug!
En dan?

Dan komen we terug bij het kopen en gekocht worden.
Kopen wij Kerst, of laten we ons vrijkopen met Kerst; of zijn we reeds vrijgekocht?
Wat doen wij?
Waar staan wij?
Wat verwachten wij?
Waar zien wij naar uit?

De laatste woorden van de schrijfster voor deze week neem ik graag mee deze Adventstijd in:

‘Neem tijd om Jezus in de ogen te kijken en te luisteren naar Zijn woorden. Om Hem te bedanken.’


Lieve vader in de hemel, wat hebben wij ervan gemaakt?
Wat hebben wij gemaakt van de geboorte van Uw Zoon?
Welk een poespas hebben we er rondom heen gebouwd en hoe dreigt alles niet de werkelijke Reden van Kerst te begraven!?!
Vergeef ons, Vader, vergeef ons, Heer Jezus, vergeef ons …
Help ons om het dit jaar misschien eens anders te doen dan anders.
Laat ons de tijd nemen om U, Heer Jezus in de ogen te kijken en te luisteren naar Uw woorden; tijd nemen om U te bedanken.
Kerst is niet het feest van samenzijn en gezelligheid, maar het Feest van Uw Liefde voor de mens, voor mij!
Een liefde zo ongekend groot, dat U Uw heerlijkheid opgaf om als baby naar deze wereld te komen en daar te lijden en te sterven voor een ieder van ons!
Waar U de prijs betaalde voor ons, voor onze zonden, om de toegang tot de Vader weer vrij te maken.
Laat deze boodschap toch blijven doorklinken, Vader, in onze harten, maar ook in  en door ons leven heen.
In wie we zijn en hoe we leven, in onze keuzes, in onze levenswandel.
Laat toch Uw Licht, Heer Jezus, alle lampjes en lichtjes die deze maand ter decoratie worden opgehangen of neergezet, alles overschijnen, opdat er niet alleen gekocht zal worden, maar ook worden vrijgekocht.

In Jezus’ Naam.

- Amen -


Zijn naam is: Jezus!

Er is één Licht,
dat helderder schijnt
dan ooit een licht
heeft geschenen.
Er is één Licht,
dat ooit voor korte tijd
werd gedoofd,
maar daardoor ook
De Weg heeft bereid.

Er is één Licht,
dat wacht om
gevolgd te worden
naar het hemels paradijs.
Er is één Licht,
-je kunt het niet missen-
dat onafgebroken schijnt
op de weg die Hij
voor ons heeft geplaveid.

Er schijnt een Licht;
Zijn naam is Jezus.
Zie je het nog
tussen alle andere
lichtjes door?
Weet je ook nog,
tussen alle versierselen
en menugangen,
waarvoor?

Er schijnt een Licht boven alle lichten:
Zijn Naam is: Jezus!


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




* >> Oorsprong Advent

zondag 23 november 2014

Week 48 – Een heerlijk buffet

… de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig, met elkaar zijn zij rechtvaardig.
Zij zijn begerenswaardiger dan goud, ja, dan veel zuiver goud, en zoeter dan honing en honingzeem uit de raat.
HSV

… de regels van de Ene zijn wáarheid, rechtvaardig alle sámen; begerenswaardiger
dan goud, van het edelste een schát!- en zoeter dan honing, dan honingzeem uit de ráat.
NB

De voorschriften van de HEER zijn waarachtig, rechtvaardig, geheel en al.
Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat.
NBV

Psalm 19:10b,11


Gods woord wordt ook wel het ‘voedsel voor de ziel’ genoemd; ons geestelijk voedsel.
Jezus zegt in Mattheüs 4:4: ‘De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.’
Zoals ons lichaam voedsel nodig heeft om te groeien en te kunnen functioneren, zo heeft ook onze ziel dit nodig om dezelfde redenen.

De Bijbel spreekt hier ook over en maakt dit duidelijk aan de hand van het voorbeeld van zuigelingen en volwassenen:

1 Korinthe 3:2 – Ik (Paulus) heb u met melk gevoed en niet met vast voedsel, want u kon dat nog niet verdragen; … 

1 Petrus 2:2 – ‘En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien.

Hebreeën 5:12-14a - ’Want hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid, want hij is een kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, …

Gods woord laat dus heel duidelijk zien dat groei door het woord van God tot je te nemen niet alleen belangrijk is, maar ook noodzakelijk.
Wat zou er van ons worden als we ons hele leven alleen maar aan de fles zouden blijven lurken?

Ik vind het beeld, de vergelijking van pasgeboren kinderen naar volwassenheid heel bijzonder, want het voorbeeld geeft een heel duidelijk beeld van wat er wordt bedoeld,  waardoor je je niet bezwaard of schuldig hoef te voelen als je net tot geloof gekomen bent, maar wat je ook aanspoort en terechtwijst als je al langer geloofd.
God laat door deze woorden heen zien, dat Hij ons mensen kent; dat Hij precies weet wat wij nodig hebben en dat Hij weet dat dingen tijd kosten, en Hij geeft ons de ruimte om te groeien.
Hoe bijzonder!
Tegelijkertijd laat Hij ons in Zijn woord echter ook zien dat groei wel noodzakelijk is; iets dat Hij van ons verwacht, zodat we bruikbare instrumenten kunnen worden in Zijn hand.
Duidelijk mag zijn dat dit alleen maar mogelijk is als we de Bijbel aannemen als het door de Heilige Geest geïnspireerde woord van God, tot onderwijs, om te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in rechtvaardigheid. (2 Tim. 3:16)


Toch is de Bijbel voor velen een gesloten boek, weinigzeggend en moeilijke, zware kost.
Beslist niet zoeter dan honing, of kostbaarder als goud, zoals onze tekst voor deze week zegt.
Hoewel er nog zoveel is wat ik niet begrijp, of kan plaatsen, of kan uitleggen, of … vul maar wat in, ik zelfs totaal niet van honing houd, is Gods woord mij heel dierbaar geworden.
Zo dierbaar, dat het voor mij wel is geworden als het heerlijkste dat er is, en kostbaarder dan wat dan ook.

Gods woord is alles wat het zegt dat het is, maar ik heb het pas ontdekt toen ik Zijn woord niet alleen las, maar ook in praktijk ging brengen.
Voor jaren heb ik zitten wachten op het ‘gevoel’ wat ik erbij zou ‘moeten’ hebben/krijgen; ervaringen, bewijs, … maar pas toen ik Zijn woord in praktijk ging brengen (geloven, danken, proclameren, uitstappen), ging ik de waarheid en de rijkdom van ervan ontdekken.
Stap voor stap; van de melk naar het fruithapje, naar het brood, naar de spinazie, naar de stamppotten boerenkool en misschien wel uiteindelijk tot de meest culinaire gerechten.
En dit proces gaat maar door en door en door.
Leren, zien, ontdekken, groeien, handelen, doorgeven, blijven ontvangen van Hem door Zijn Geest, leren, nog meer ontdekken, zien, groeien …


Gods woord is betrouwbaar!
Gods woord is betrouwbaar, omdat onze God betrouwbaar is!
Je kun aan op wat Hij zegt! (Psalm 12:7)
Hij liegt niet en verandert niet van gedachten zoals de mens, noch belooft Hij iets en laat het na, of kondigt iets aan en doet het niet! (Num. 23:19)
Ja, soms zit er heel lange tijd tussen een belofte van God en de vervulling ervan, maar God doet altijd wat Hij belooft!
Wij mensen zijn (vaak) zo ongeduldig, en kunnen maar slecht wachten; alles moet snel snel.
En als we niet oppassen trekt dit ook door in ons geloofsleven, in onze tijd met God.
We plannen van alles, maar hoeveel tijd plannen we per dag, per week in voor een ontmoeting met God?
Is er wel regelmatig (iedere dag?) een moment tijd die we vrijmaken om Zijn woord te lezen?
Of is het iets dat even snel tussendoor alles door moet?
Hoe kunnen we verwachten iets van Hem te horen als we niet bereid zijn om tijd met Hem door te brengen, stil te worden en naar Hem te luisteren?


Het thema van deze week is ‘Een heerlijk buffet’.
O, wat zou ik het graag helemaal hebben uitgeschreven hier in mijn blog, maar helaas, copyright.
De overdenking van de afgelopen week nam mij mee naar het Bijbelrestaurant ‘De honingraat’ en toonde mij het speciale Bijbelmenu; een heerlijk buffet!
Alles wat we in een gewoon restaurant tegen kunnen komen, komt aan bod.
Een klein proeverijtje:

Het vlees: Symboliseert het bestuderen van de wetten, voorschriften en offers in oa. Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Vlees is voedzaam en belangrijk. Soms is het wat taai, moet je er langer op kauwen. Je zult zeker onder de indruk raken en de smaak waarderen.

De groente: De vier evangeliën (Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes) hebben hun eigen kleur, smaak en textuur. Ze vullen elkaar aan en zijn absoluut noodzakelijk in het menu.

En zo gaat het verder met de aardappels, de saus, het dessert (zoet en zuur); het fruit, de koffie, het gebak en de chocolade.
En ben je in een ‘gewoon restaurant’ beperkt in de keuze, in wat je mag nemen en in de hoeveelheid, dit restaurant biedt echt alles en je mag nemen wat je wilt en net zoveel als je wilt, want alles is in overvloed aanwezig.


Mag ik je nog enkele recensies doorgeven over dit restaurant?

* Het is werkelijk een genot om hier te eten; het is zoeter dan honing in je mond,  en als je niet van honing houdt, bedenk dan maar iets wat jij het lekkerst vindt, en het is nog veel lekkerder!

* Daar eten is een bron van blijdschap!

* Het eten doet mij jubelen!

* Het eten van deze gerechten verlicht mijn leven!

* Hier hoef je nooit bang te zijn dat het eten niet goed is; nooit mislukt hier iets, of is het te zoet of te zuur, of te bitter of te …; altijd precies goed! Soms wel even wennen, maar uiteindelijk altijd perfect!

* Eén grote vreugde en blijdschap voor je hart om hier te eten!

(Psalm 119:103; Psalm 119:77, 174; Psalm 119:171,172; Psalm 119:105; Num. 23:19; Jeremia 15;16)

Ik hoop dat de gegeven recensies uitnodigend genoeg zullen zijn om hier toch eens te gaan eten, of de tijd ervoor te nemen om ook eens echt goed te proeven wat je eet.
Het kost je misschien wat tijd, maar je zult ontdekken dat je er alleen maar vaker en vaker wilt eten.
En wat let je?


Lieve Vader in de hemel, welk een ‘overheerlijk buffet’ biedt U ons aan.
Ja, sommige gerechten zijn even wennen, en soms moeten we even goed kauwen, maar och, Heer, als we de tijd nemen om regelmatig terug te komen om de gerechten te proeven, welk een genot is het dan niet om in dit ‘restaurant’ te eten.
Geef, Vader, dat we, misschien nieuwsgierig geworden door de recensies, eens in het restaurant, waar U de ‘Chefkok’ bent, komen eten en er ook lang genoeg zullen blijven om wat we eten ook echt te kunnen proeven.  
Geef dat we ook de ‘Gastheer’ de ruimte zullen geven om ons de verschillende gerechten uit te leggen, of om ons bepaalde gerechten te adviseren.
Laat ons daar ook echt voor openstaan en niet eigenwijs alleen maar nemen wat wij willen, of alleen maar lekker vinden. 
Laat ons ook dankbaar zijn voor de ‘liefdevolle en zorgzame handen’ die ons het eten aanreiken.
En doe ons daarbij ook beseffen hoe rijk wij eigenlijk zijn dat wij dit restaurant zomaar binnen handbereik hebben; want niet overal, Heer, kunnen mensen dit restaurant zo makkelijk binnengaan en eten.
Vaak beseffen we pas wat we missen als we het niet (meer) hebben; geef dat dit bij ons niet zo zal zijn, maar dat we zullen komen en eten nu het (nog) kan.

In Jezus’ Naam.

- Amen -


Bron van vreugde

O, HEER,
hoe kostbaar zijn mij
Uw woorden!
Ze zijn kostbaarder dan
de gouden ketting om mijn hals
en zoeter dan de fijnste
en heerlijkste chocolade
die ik ooit heb gegeten.

Uw woord is echt en puur,
waar en waarachtig,
en als ik terugkijk in mijn leven,
zie ik hoe U overal was en mij
nimmer hebt vergeten.

Welk een bron van vreugde
is Uw woord mij geworden.
Welk een vrede mijn deel
als ik U in de stilte ontmoet.

Ik kom tot rust in Uw aanwezigheid,
in het tot mij nemen van Uw woord,
waardoor ik U beter leer kennen
en kan zeggen:
‘Het is goed wat U ook doet!’


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,





zondag 16 november 2014

Week 47 - En ik?

Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus.
HSV

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus.
NBV

1 Korinthiërs 12:12


Als ik vandaag (zaterdag) achter mijn laptop kruip om verder te gaan met mijn stukje voor zondag, komt er op een gegeven moment iets heel anders uit mijn  pen dan anders, namelijk een verhaal.
Als het af is en ik het nog eens nalees en overdenk, delete ik elk eerder geschreven woord, gewoon omdat ik het gevoel heb dat ik dit moet doen, omdat het verhaal voldoende is.
Zo is er dus deze week ook geen gedicht, maar nodig ik je uit om het verhaal te lezen.
Dat God het in ons aller hart mag uitwerken.


De Dirigent en het orkest

Van heinde en ver komen mensen aangelopen.
Mannen, vrouwen, met of zonder kinderen en/of baby’s .
Sommigen komen samen, anderen komen alleen, en elk van hen heeft een instrument in hun handen.
Ze verzamelen zich op een heel groot plein, waar allemaal stoelen en muziekstandaards klaarstaan.
Men neemt elkaar op; sommigen openlijk, anderen vanonder hun wimpers.
Op een verhoging staat de dirigent klaar.
Zijn ogen glinsteren vol verwachting en gaan over al die mensen die eraan komen.

Maar hoe dichterbij de mensen komen, hoe onrustiger het wordt.
Mensen botsen tegen elkaar en verdringen elkaar om maar op de eerste rij te kunnen zitten.
Hun muziekinstrument is immers het belangrijkste!
Kijk eens hoe groot, kijk eens hoe mooi, kijk eens hoe …
De mensen met een klein instrument worden opzij gedrongen of aan de kant geschoven en er zijn er zelfs die zeggen: gaan jullie maar naar achteren, of daar ergens aan de zijkant staan; denk je nu echt dat dat miezerige instrument van jullie belangrijk is voor de grote dirigent?!
Wat doe je hier eigenlijk?

Het is een lawaai vanjewelste; stoelen en muziekstandaards schuiven en vallen om; ja, zelfs mensen en kinderen duwen elkaar omver.
Ruziënde stemmen klinken over het grote plein en er is maar weinig oog voor de dirigent, die inmiddels zijn aanwijzingen probeert te geven te midden van het lawaai.
De glinstering is uit Zijn ogen verdwenen, en heeft plaatsgemaakt voor diep verdriet en pijn om wat Hij ziet en hoort.

Hier en daar ziet Hij dat er toch mensen zijn die elkaar helpen; uitgestoken handen naar hen die zijn gevallen, armen die om schouders geslagen worden om te troosten.
Handen, die de stukken van kapot gevallen instrumenten weer bij elkaar te rapen en helpen om het weer in elkaar te zetten, zodat ze weer gebruikt kunnen worden.
Handen, die omver gevallen stoelen en muziekstandaards weer overeind zetten en schoonmaken.
Er zijn er die zachtjes beginnen te spelen en te zingen, ondanks de chaos van alles.
Die letten op de dirigent, die zijn aanwijzingen blijft geven; want nee, de dirigent geeft niet op!
Elk instrument heeft hij immers nodig voor dit muziekstuk!
Van de kleine piccolo en triangel tot de grote trom; van de jukalille tot de contrabas.
Van het vreugdevolle gekraai van de baby tot de jubelende kinderstemmen.

Voor een moment sluit de dirigent zijn ogen; een verdrietige trek ligt op zijn gezicht, terwijl stille tranen zachtjes over zijn wangen glijden.
Och, als ze nu maar zouden willen luisteren, op hem zouden letten, zouden willen horen wat hij zegt, dan, dan, … het zou zo mooi zijn …

Als hij daar zo stil staat met gesloten ogen, verdriet dat zijn gezicht tekent en tranen die nu duidelijk glinsteren, lijkt het langzaam stiller te worden.
Men stoot elkaar aan, en wijzen elkaar op de dirigent.
De één na de ander ziet de dirigent, zijn verdriet, zijn tranen, en meer en meer verstompt het geruzie, meer en meer steken mensen handen naar elkaar uit, helpen elkaar, vragen elkaar om vergeving van hun woorden en wat ze deden.
Grote en kleine, mannen en vrouwen, gehuwden en ongehuwden, …
Geschuifel van voeten, stoelen en muziekstandaards en instrumenten klinkt tot het uiteindelijk helemaal stil is en alleen de stem van de dirigent klinkt.

Nu hoort een ieder waar hij of zij moet zitten, welke plaats hij voor hem of haar heeft bestemd.
Ze horen de tederheid en liefde in zijn stem zelfs voor het kleinste instrument, en de trots in zijn stem voor zowel degene die hij achteraan plaatst als vooraan.
Ze horen zijn uitleg en waar hij een ieder wilt hebben en hij wijst terwijl hij spreekt: jij daar, jij daar, jij daar, en  daar kom jij het beste tot je recht!
De liefde, die hoorbaar is in zijn stem en zichtbaar op zijn gezicht helen de wonden die op weg naar dit moment zijn ontstaan.
Als iedereen dan zijn plaats heeft ingenomen, de instrumenten zijn gestemd en het voor hem bestemde muziekstuk voor zich heeft; alle ogen gericht zijn op de dirigent, is het moment aangebroken waarop het plein zich vult met de prachtigste klanken ooit gehoord.

De klanken missen hun uitwerking niet.
Het gezicht van de dirigent straalt, en harten vullen zich met vreugde.
En met de vreugde stroomt de liefde de harten binnen; voor hun dirigent en voor elkaar.
De handen van de dirigent bewegen en met het volgen van zijn leiding lijkt het alsof het grote plein opeens is afgeschermd van de wereld daarbuiten en een ieder weet dat hij op zijn plek is; kostbaar, waardevol, geliefd en bemind, en even belangrijk.
Hoe langer zij samen spelen en zingen, hoe meer zij één worden met de dirigent, tot het uiteindelijk lijkt alsof er maar één zichtbaar is; de Dirigent.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




zondag 9 november 2014

Week 46 - Het mopperplantje

Doe alle dingen zonder morren (en meningsverschillen), …
HSV

Doe wat u doen moet zonder te mopperen (of tegen te spreken.)
GNB

Doe alles zonder mopperen (en ruzie), …
HB

Filippenzen 2:14


‘Mopperen; is er één huis waar niet gemopperd wordt?’*


Mopperplantje,
je bent grauw,
stekelig en kaal,
en je bloemen geuren
naar eigenwijsheid,
egocentrisme,
trots
en opstandigheid.

Met elke keer
dat ik je water geef
groei je gestaag
en ondermijn je
mijn vertrouwen
op de Heer, mijn God,
en breng je mij tot
steeds meer
ontevredenheid.

Welk voorbeeld
ben ik nog
voor de wereld
om mij heen;
ben ik zo nog wel
als een ster die
Gods Licht uitstraalt
en Zijn liefde
verspreidt?!

Naar: De overdenking van de kalender


Afgelopen week mocht ik stilstaan en nadenken over mopperen en ik moet je bekennen dat ik tot de conclusie kwam, dat ik niet alleen veel meer mopper dan dat ik me er bewust van ben, maar dat de impact ervan ook veel groter en verstrekkender is dan ik me ooit heb gerealiseerd en het heeft me gebracht tot het zetten van bepaalde stappen.

Mopperen is iets zeggen omdat je ontevreden ben; ontevredenheid uiten; onvrede uiten.
Andere woorden voor mopperen die je in de Bijbel vaak tegenkomt zijn: murmureren, morren, zich beklagen of verwijten.
De nieuwe ‘Bijbel in gewone taal’ spreekt over protesteren of klagen.


De gegeven Bijbelgedeelten brengen mij naar het volk Israël.
Ja, dit volk heeft inderdaad heel wat afgemopperd; tjonge jonge, wat ‘Mozes’ allemaal over zich heen kreeg!

Wat voorbeelden:
Exodus 15:24 - Toen morde het volk tegen Mozes, en zei: Wat moeten wij nu drinken? 
Exodus 16:2 - En heel de gemeenschap van de Israëlieten morde tegen Mozes en tegen 
Aäron in de woestijn.
Exodus 17:3 - … het volk morde tegen Mozes en het zei: …
Numeri 11:10 - Toen hoorde Mozes het volk jammeren, geslacht na geslacht, ieder voor de ingang van zijn tent.
Numeri 14:2 - Al de Israëlieten morden tegen Mozes en tegen Aäron. 


Ik heb me gedurende deze week eens een beetje proberen te verplaatsen in hun sandalen, en getracht me een klein beetje voorstelling te maken van ‘wat als ik daar nu bij had gelopen, me tussen en onder hen had bevonden’.
Wat zou ik hebben gedaan?
Het is heel makkelijk om nu te zeggen dat ik echt niet zo gemopperd zou hebben, want moet je toch eens kijken wat God allemaal al niet voor hen had gedaan en voor hen had gezorgd; ze moesten toch weten dat Hij altijd en overal kan en zal helpen.
En toch …
Ik weet het zo net nog niet; het ligt er denk ik ook een beetje aan met welke mensen je het meeste optrekt.
Als je om je heen niets anders hoort dan gemopper en geklaag, heeft dat een negatieve uitwerking op jezelf.
Vroeg of laat wordt je zelf chagrijnig en ga je mee mopperen.
En is het niet om hetzelfde als waar de ander op moppert, dan is het wel op degene(n) die mopperen.
We worden immers ook vrolijk en blij als andere mensen vrolijk en blij zijn!
Sommige kinderen kunnen zo heerlijk schaterlachen, dat al heb je eigenlijk geen reden om te lachen, toch tovert hun lachen op zijn minst een glimlach op je gezicht.
Het spreekwoord zegt niet voor niets: ‘waar je mee omgaat, raak je mee besmet.’
We zien dit in Numeri 11:4:
‘Het samenraapsel van vreemdelingen dat in hun midden verkeerde, werd met gulzigheid bevangen; daarom jammerden ook de Israëlieten opnieuw en zeiden: …’
Mopperen heeft dus duidelijk effect op onze omgeving, en niet bepaald een positief effect.

Daarnaast kom in de Bijbelgedeelten waaruit de verzen komen, ook heel duidelijk naar voren, dat hun gemopper tegen Mozes en Aäron in wezen tegen God is.
Mozes zegt dit ook in Exodus 16:8b – ‘Want wie zijn wij? Uw gemor is niet tegen ons gericht, maar tegen de HEERE.’
Ik heb mezelf deze week menigmaal afgevraagd, mijn gemopper op de kinderen, dat zij hun rommel niet opruimen, hun spullen overal laten slingeren; op die automobilist die maar 50/60 km blijft rijden waar je 80 km mag, of op mijn man, omdat hij … (ga ik lekker niet zeggen)
De volgende tekst kwam in mijn gedachten: ‘En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’
Ik weet dat deze tekst over daden spreekt, maar ik vraag me af of dit ook niet geldt voor dit soort dingen?
Is mijn gemopper (is immers ook een daad) tegen de kinderen, die automobilist, mijn man …, in wezen niet tegen Hem?

God stelt Zijn volk op meerdere manieren op de proef en om verschillende redenen.
Hij wilde dat zij zouden weten wie Hij was, dat ze Hem gehoorzaam zouden zijn, Hij wilde dat ze op Hem hun vertrouwen zouden stellen:

Exodus 15:25b -  ‘Hij riep tot de HEERE, en de HEERE wees hem een stuk hout. Dat wierp hij in het water. Toen werd het water zoet. Daar heeft Hij het volkverordeningen en bepalingen gegeven, en daar heeft Hij het op de proef gesteld.

Exodus 16:4 – ‘Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde hoeveelheid verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet.’

Numeri 14:11 – ‘En de HEERE zei tegen Mozes: Hoelang zal dit volk Mij nog verwerpen? En hoelang zullen zij niet in Mij geloven, ondanks al de tekenen die Ik in het midden van hen gedaan heb?’

Zou Hij dat ook bij mij doen als de kinders hun rommel weer laten liggen, als die automobilist te langzaam rijdt naar mijn zin, of als mijn man, of …?
Zijn het stuk voor stuk ook eigenlijk geen mogelijkheden waar ik kan leren?


Het gemopper van het volk Israël had grote, zeer grote gevolgen.
In eerste instantie heeft God geduld met het volk, en geeft Hij het de tijd om te leren zien wie Hij is en dat Hij betrouwbaar is, maar Zijn geduld houdt ook op.

Numeri 14:26,27 – ‘Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Hoelang zal Ik nog bij deze boosaardige gemeenschap blijven, die tegen Mij mort? Ik heb het gemor van de Israëlieten gehoord, waarmee zij tegen Mij morren.

Numeri 11:1, 10b, 19,20, 33

‘En het gebeurde, toen het volk zich beklaagde, dat het kwaad was in de oren van de HEERE, want de HEERE hoorde het, zodat Zijn toorn ontbrandde. En het vuur van de HEERE brandde onder hen en verteerde, aan de rand van het kamp.’

 ‘En de toorn van de HEERE ontbrandde hevig; ook in de ogen van Mozes was het kwalijk.’

 ‘U zult het niet één dag eten, geen twee dagen, geen vijf dagen, geen tien dagen, en geen twintig dagen, maar tot een volle maand, totdat het u de neus uit komt en u ervan walgt. Want u hebt de HEERE, Die in uw midden is, verworpen, en hebt voor Zijn aangezicht gejammerd: Waarom zijn wij eigenlijk uit Egypte vertrokken?’

‘Het vlees zat nog tussen hun tanden, voordat het gekauwd was, toen de toorn van de HEERE tegen het volk ontbrandde, en de HEERE bracht het volk een zeer grote slag toe.’

Numeri 14:1-38


De consequenties van het gemopper voor het volk Israël waren verschrikkelijk; wat dat betreft is dit voor ons nu heel anders.
Ons gemopper lijkt vaak niet veel consequenties te hebben, hooguit merken we dat de mensen om ons heen chagrijnig worden, of dat God ‘even’ verder weg is dan anders, of de dingen die we moeten doen lukken niet zo goed, …
Maar zoals God het volk Israël strafte voor hun geklaag en gemopper, nee, zo is dat in onze tijd niet meer; toch …?

Misschien is er geen vuur meer uit de hemel en mogen we door het verzoenende bloed van de Here Jezus ons beloofde land straks toch binnengaan, maar lopen we niet heel erg ons doel mis met ons gemopper?

Filippenzen 2:14,15
‘Doe alles zonder morren of tegenspreken, zodat u onberispelijk en onschuldig bent, onbesproken kinderen van God, te midden van een slinks en ontaard geslacht, waarin u schittert als sterren in het heelal.’

‘Waarin u schittert als sterren in het heelal.’

‘… loof Hem, alle lichtende sterren …
Psalm 148:3b

Loof ik Hem met mijn gemopper?
Ben ik een lichtende, schitterende ster als ik mopper?


Op mijn bureau liggen nog verschillende schrijfsels van mij; ooit een keer geschreven naar aanleiding van verschillende dingen.
Ze liggen er al een poosje en zijn heel persoonlijk.
Als ik mijn schrift, wat daaronder ligt, wil pakken, word ik getrokken naar één van de gebundelde blaadjes om dat schrijfsel nog eens weer te lezen en ik kom tot de ontdekking dat dit aansluit bij deze twee laatste twee verzen.
Mag ik je even meenemen naar deze persoonlijke notities?


Citaat boek:
‘Het is niet verkeerd om plannen te maken, maar de les van Hizkia ’s tunnel is dat God, als we ons vertrouwen op Hem stellen, niet alleen overwint, maar ook wordt verheerlijkt.’


De vraag die in mij bovenkomt is: Hoe wordt God verheerlijkt in mijn leven? In de dingen die ik doe, of zeg …?
Als ik vanmorgen even een stukje lees uit het boek ‘Lopen op het water’ van Lynn Austin (even naar beneden scrollen) kom ik bij het bovenstaande citaat.
En terwijl ik gewoon doorlees tot het einde van het gedeelte, word ik ‘besprongen’ door het woord verheerlijkt.
Of eigenlijk, nog meer door de gedachte dat het de bedoeling is van ons leven, van de dingen die wij doen, dat God wordt verheerlijkt.

Mijn gedachten gaan tegelijk alle kanten op -naar mijn huishouden, de was, de rommel die ik steeds tegenkom, de badkamer en toilet …
In een woordeloze tweespraak die plaatsvindt in mijn gedachten in slechts luttele seconden, is het alsof God zegt: ‘In alles wat je doet gaat het erom hoe je het doet.’

Ik kom mezelf hier tegen, mopperend over de steeds weer terugkerende dingen die moeten worden gedaan, mopperend op iedereen, omdat ze ‘weer’ overal hun rommel laten slingeren en niet opruimen.
In die slechts luttele tijd komt ook de gedachte in mij op over ‘sloofje zijn’, mezelf verliezen, wie ben ik dan, doen wat een ander oplegt, verwacht, wil …
De gedachten buitelen in korte tijd over elkaar heen, maar één ding blijft daarin overeind staan: ‘…, opdat Ik word verheerlijkt!’

Ik mag mezelf verliezen in Hem die liefde is.
Ik kan mezelf verliezen in Hem, want in Hem ben ik veilig en geborgen.
In Hem vind ik alles wat waarde heeft.
In Hem word ik getransformeerd tot volmaaktheid en word ik vrij van alles wat mij bind of vast wil houden.

Mezelf verliezen in Hem doet mij opstaan tot een nieuwe schepping, vol kracht en luister, die Hem weerspiegeld en verheerlijkt.

‘Doe met vreugde het werk waartoe je geroepen bent, Mijn kind, ook de minder leuke dingen die daarbij horen, of die het gevolg zijn van je keuzes.
Wees gehoorzaam aan Mij en dien met vreugde.
In mij ben je nooit een sloof.
In Mij ben je nooit minderwaardig.
In mij vind je en ben alles.


Doe alles zonder morren of tegenspreken, zodat u onberispelijk en onschuldig bent, onbesproken kinderen van God, te midden van een slinks en ontaard geslacht, waarin u schittert als sterren in het heelal.

… loof Hem, alle lichtende sterren …


Lieve Vader in de hemel.
Dank U wel, voor de lessen die ik mag leren, voor Uw geduld daarin en voor Uw oneindige liefde die U daarin betoont.
Ik ben stil en onder de indruk, Vader, als zo deze week tot mij doordringt wat mijn gemopper wel niet betekent voor U, voor mij zelf, voor anderen.
Wat de gevolgen waren voor Uw volk voor hun gemopper, en hoe dat wel niet laat zien wat het U doet.
Ik kan U niet beloven dat ik nooit meer zal mopperen; dingen zijn makkelijker aangeleerd dan weer af, maar brengt U, door Uw Geest mij toch steeds weer al deze dingen in gedachten een volgende keer als ik mopper of wil mopperen, ook al is het stil in mijn  gedachten, opdat ik werkelijk een lichtende ster zal worden in deze wereld.
Een lichtende ster, die U weerspiegeld en verheerlijkt.
In Jezus ‘Naam.

- Amen -


Onberispelijk,onbesmet,
onbesproken en oprecht zijn
is wat U van ons vraagt.
Zijn als sterren aan de hemel,
schitterend en stralend,
Uw Naam verheerlijkend
tot in alle eeuwigheid.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




* Citaat kalender


zondag 2 november 2014

Week 45 - Liefde en Trouw

Allereerst even het volgende: De oorspronkelijke titel van deze week is 'Trouw'.
Ik heb de vrijheid genomen om Liefde en daar voor te zetten, omdat ik vind dat deze twee echt bij elkaar horen en niet losgekoppeld mogen worden.
In de overdenking op de kalender en bij de gegeven punten om over na te denken, gaat het ook over beiden, dus waarom de woorden 'Liefde en' in de titel weggelaten is, is mij een raadsel.


Mogen goedertierenheid en trouw jou niet verlaten.
Bind ze om je hals, schrijf ze op de tafel van je hart, vind gunst en goed verstand
in de ogen van God en mens.
HSV

Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; en bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten.
En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.
SV

Laten liefde en trouw je nooit verlaten, bind ze om je hals, schrijf ze in je hart.
Dan zul je genegenheid ondervinden, waardering zul je krijgen, van God en mensen.
GNB

Mogen liefde en trouw je nooit verlaten, wind ze om je hals, schrijf ze in je hart.
God en de mensen zullen je genegen zijn en je zult waardering ondervinden.
NBV

Spreuken 3:3,4


Als ik deze week ook via Google zo hier en daar nalees wat er gezegd wordt over deze verzen, dan word ik er voor het eerst bij bepaald dat je deze tekst op twee manieren kunt opvatten.
Enerzijds als een wens van een vader naar zijn zoon (en dochter, want ik ben er van overtuigd dat, al schrijft de Bijbel vaak ‘zoon’ die net zo hard geldt voor ons vrouwen) en anderzijds als een opdracht.
Mogen liefde en trouw je niet verlaten of laten liefde en trouw je niet verlaten.
Zelf heb ik het altijd als een opdracht gelezen en niet als een wens.
Misschien vind je dit muggenzifterij, maar persoonlijk geloof ik dat dit een wezenlijke verschil is en ook heel belangrijk.
Als het een wens is van iemand, dan is het vrijblijvend, oftewel, je doet er wel wat mee of niet; maar als het een opdracht is, dan betekent het dat je in actie moet komen, er iets mee moet doen.

‘Laten liefde en trouw je nooit verlaten’;  zorg ervoor, doe er wat aan zodat dit niet gebeurt!
‘Bind ze om je hals en schrijf ze in je hart!’
Als een ketting om je hals, zichtbaar voor jezelf en iedereen, een herinnering voor jezelf, iets, dat je iedere dag opnieuw weer om moet doen, jezelf mee bekleed.
Veranker de woorden in je hart door ze er in te griffen; want je hart is de bron van het leven; alle dingen komen er uit voort.

Liefde en trouw, misschien wel de twee belangrijkste eigenschappen voor ons leven.
Liefde en trouw, twee dingen die tegenwoordig behoorlijk aan de kant worden geschoven.
Liefde is immers zoveel meer dan alleen een diep gevoel van genegenheid, meer dan een emotie, en trouw …?, trouw lijkt gewoon meer en meer uit het leven (ons leven?) te worden geschrapt, gezien het aantal echtscheidingen in zowel christelijke als niet christelijke kringen.

Er wordt wel gezegd: liefde is een werkwoord, wat betekent dat je er (hard) voor moet werken; het gaat niet vanzelf, je moet er iets voor doen.
Als ik kijk naar 1 Korinthiërs 13, dan is dit een waar woord.
Want laten we eerlijk zijn, wil je alle aspecten van dit hoofdstuk in praktijk brengen, dan is dit een levenslange leerschool van hard werken.

De liefde is geduldig,
zij is vriendelijk,
de liefde is niet jaloers,
de liefde pronkt niet,
zij doet niet gewichtig,
zij handelt niet ongepast,
zij zoekt niet haar eigen belang,
zij wordt niet verbitterd,
zij denkt geen kwaad,
zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,
maar verheugt zich over de waarheid,
zij bedekt alle dingen,
zij gelooft alle dingen,
zij hoopt alle dingen,
zij verdraagt alle dingen.

Het betekent iedere dag opnieuw dat ik met Gods hulp, door de leiding van Zijn Heilige Geest, werk om deze dingen te leren.
Dat ik in alles wat er iedere dag in mijn leven gebeurt, ga zien als mogelijkheden om iets te leren.
Liefde is niet slechts een gevoel van ‘houden van’; gevoelens komen en gaan en zijn vaak net zo wispelturig als het weer.
Liefde is toewijding, is gericht op de ander, heeft diens welzijn voor ogen en dan moet trouw daar wel onlosmakend mee verbonden zijn, want is het anders niet simpel om gewoon deze laatste betekenis van liefde te schrappen?!

God Zelf is ons grootste en ultieme voorbeeld van Liefde en Trouw.
In Jezus toonde Hij Zijn Liefde en Trouw aan ons.
Jezus leefde Zijn Liefde en Trouw, was de belichaming daarvan.

Wij mensen hebben de neiging om op te geven als het moeilijk wordt: WIJ hebben immers recht op …
Heeft God niet meer recht dan wie dan ook om ons op te geven, ons aan de kant te zetten, ons vaarwel te zeggen?
Welk een Liefde en Trouw bewijst Hij ons wel niet iedere dag opnieuw!

‘Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.
Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw!’ NBV
‘Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn, dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is! Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw!’ HSV
Klaagliederen 3:22,23

Mijn gedachten gaan naar een zin uit een gedicht die je ziet op felicitatiekaarten voor een huwelijk: ‘Liefde kan pas liefde heten als zij door trouw bevestigd is.’

(Het komt uit een gedicht van  L.W. Brinkman – Oosterman, en is als kaart/boekenlegger verkrijgbaar.  >> Wenskaart)


Het is een zin die mij altijd is bijgebleven.
Misschien komen we hiermee wel op het vlak van Goddelijke liefde terecht en zeg je, dat kunnen wij nooit, maar is het niet de bedoeling dat wij daar wel naar streven?

Door alle eeuwen heen heeft God Zijn liefde aan ons bevestigd door Zijn trouw!
Door alle eeuwen heen, heeft God ons Zijn liefde getoond door Zijn trouw ondanks onze ontrouw!
We willen, en zingen het vaak ook, meer op Hem gaan lijken, maar waar blijft dit als we Zijn opdracht om Liefde en Trouw vast te houden aan de kant zetten en allerlei excuses opnoemen waarom dit in onze situatie niet telt?
Ik besef heel goed dat ik me hiermee op zeer glad ijs begeef, maar toch, is dit niet precies wat Gods woord ons eigenlijk zegt?!
Leefde Jezus ons dit niet voor?!

Wat voor mij altijd een groot voorbeeld is geweest van Liefde en Trouw, is de trouw van Aad van de Sande aan zijn vrouw Coby.
Ik denk dat ik wel kan zeggen dat zij mijn geestelijk vader en moeder waren en een groot voorbeeld.
Vooral de liefde van (tante) Coby staat in mijn geheugen gegrift, maar beiden waren mensen met een enorme liefde voor God en Zijn woord, en leefden dat voor.
In de korte momenten dat ik met hen mocht optrekken (van kinderkampen tot en met 20+ Bijbelstudieweken) hebben zij een onuitwisbare indruk achtergelaten.
Al ben ik hen op een gegeven moment uit het oog verloren, toch hoorde ik hier en daar nog weleens wat van hen en in mijn hart leefde ik mee met ‘mijn ome Aad en tante Coby’ als zij door meerdere hersenbloedingen getroffen wordt en alle gevolgen die dat met zich meebracht.
(>> CIP -  Artikel)

De trouw aan zijn vrouw in al deze jaren en omstandigheden zijn voor mij een voorbeeld voor het leven en weerspiegelt in mijn ogen iets van Gods Liefde en Trouw.


Het voorbeeld van deze twee lieve mensen brengt mij bij het volgende vers, vers 4:
‘En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.’

Hoe belangrijk is het voor ons om in Gods ogen waardering te vinden om wat we doen?
Hoe belangrijk is het voor ons, dat God naar ons leven kijkt met goedkeuring en vreugde?
Hoe belangrijk is het werkelijk voor ons, en wel zodanig dat we daarom bereid zijn om ons eigen ik aan de kant te zetten ter wille van de ander, wetende dat dit God welgevallig is?

Ik heb afgelopen week heel erg geworsteld met dit onderwerp, omdat het mij automatisch bracht bij echtscheiding en hertrouwen, en hoe makkelijk dit tegenwoordig ook in Christelijk kringen wordt gedaan en hoe het allemaal goed gepraat wordt en recht gebreid met ‘God heeft …’.
Ik doe hier verder geen uitspraken over, wil ook helemaal geen oordelen vellen, want ik worstel daar gigantisch mee, en wilde dat het allemaal voor kinderen van Hem anders was; dat wij anders waren.
Hoewel ik me er weldegelijk van bewust ben dat het soms echt niet anders kan.
Maar toch …
Liefde …
Trouw …

Welke keuzes zullen we maken, of gemaakt hebben, als we de diepgaande betekenis van dit woord van God en de enorme reikwijdte ervan, tot diep in ons hart laten doordringen?
Als we kijken naar wat Liefde en Trouw werkelijk betekenen en inhouden?
Als we tot ons door zouden laten dringen hoe God werkelijk naar deze dingen kijkt, over deze dingen denkt; hoe Hij handelt en gehandeld heeft?!
En ja, dit geldt voor heel Zijn woord, voor al Zijn leefregels en opdrachten, maar nu staan deze woorden in het licht.

Laten Liefde en Trouw je nooit verlaten,
bind ze om je hals, schrijf ze in je hart!


Lieve vader in de hemel, vergeef ons dat we zo onzorgvuldig met Uw woord omgaan en de neiging hebben het naar onze hand uit te leggen of  te plaatsen.
Vergeef ons, dat we vandaag de dag zo makkelijk bedekken onder de mantel ‘God is toch liefde, dus …’.
Zowel in onze huwelijken, als in onze vriendschappen, als in ons omgaan met onze naaste.
Vergeef ons, dat we vaak aan de diepe en werkelijke betekenis van de woorden Liefde en Trouw voorbij gaan. 
Dat we het interpreteren zoals wij het vandaag de dag zien, in plaats van dat we Uw woord erop naslaan en gaan kijken wat U zegt en laat zien wat het is.
Maak ons waakzaam en voorzichtig, lieve Vader, in de keuzes die we maken en in de beslissingen die we nemen.
Help ons, door de kracht van Uw Geest, om Uw woord na te leven, en niet mee te sjoemelen, aan te passen aan onze wensen en tijdsgeest.
Help ons door de kracht van Uw Geest om niet de wereld na te leven en in haar voetspoor te gaan.
Maak ons tot krachtige, standvastige en betrouwbare getuigen van U, die de wereld U laten zien in geheel onze houding en leefwijze.
In Jezus ‘Naam bid ik U.

- Amen -


Laat liefde en trouw mij nooit verlaten;
laat mij zorgzaam zijn
voor dit kostbaar goed.
Laat mij waakzaam zijn
opdat ze mij niet ontglippen
in dagen van voor- of tegenspoed.

Laat liefde en trouw mij nooit verlaten;
laat mij ze bewaren
diep in mijn hart.
Laat mij bewust zijn
van de kwetsbaarheid
opdat de grens niet wordt getart.

Laat liefde en trouw mij nooit verlaten!
Ja, Heer, laat tot mij doordringen 
wat U hier tegen mij zegt.
Laat mij keer op keer
de diepte en reikwijdte zien
van wat U heeft gezegd.*


* De eerste twee coupletten zijn bestaande coupletten; het derde couplet is nieuw.
Ik vond dit gedicht echter zo toepasselijk, dat ik het hier gebruik en misschien kun je nu zeggen dat het echt compleet is en af.


Gods rijke en onmisbare zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




PS.
In de Naardense Bijbel wordt het woord vroomheid gebruikt en zoals je bovenin kunt zien in verschillende andere vertalingen het woord goedertierenheid.
Vroomheid betekent:  Godvruchtigheid, Godsvrucht, Godvrezend
Goedertierenheid betekent: Barmhartigheid, Compassie, Edelmoedigheid, Gratie, Genade, Mildheid
Ik laat het aan een ieder zelf over om hier eens verder over na te denken.