zondag 16 november 2014

Week 47 - En ik?

Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus.
HSV

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus.
NBV

1 Korinthiërs 12:12


Als ik vandaag (zaterdag) achter mijn laptop kruip om verder te gaan met mijn stukje voor zondag, komt er op een gegeven moment iets heel anders uit mijn  pen dan anders, namelijk een verhaal.
Als het af is en ik het nog eens nalees en overdenk, delete ik elk eerder geschreven woord, gewoon omdat ik het gevoel heb dat ik dit moet doen, omdat het verhaal voldoende is.
Zo is er dus deze week ook geen gedicht, maar nodig ik je uit om het verhaal te lezen.
Dat God het in ons aller hart mag uitwerken.


De Dirigent en het orkest

Van heinde en ver komen mensen aangelopen.
Mannen, vrouwen, met of zonder kinderen en/of baby’s .
Sommigen komen samen, anderen komen alleen, en elk van hen heeft een instrument in hun handen.
Ze verzamelen zich op een heel groot plein, waar allemaal stoelen en muziekstandaards klaarstaan.
Men neemt elkaar op; sommigen openlijk, anderen vanonder hun wimpers.
Op een verhoging staat de dirigent klaar.
Zijn ogen glinsteren vol verwachting en gaan over al die mensen die eraan komen.

Maar hoe dichterbij de mensen komen, hoe onrustiger het wordt.
Mensen botsen tegen elkaar en verdringen elkaar om maar op de eerste rij te kunnen zitten.
Hun muziekinstrument is immers het belangrijkste!
Kijk eens hoe groot, kijk eens hoe mooi, kijk eens hoe …
De mensen met een klein instrument worden opzij gedrongen of aan de kant geschoven en er zijn er zelfs die zeggen: gaan jullie maar naar achteren, of daar ergens aan de zijkant staan; denk je nu echt dat dat miezerige instrument van jullie belangrijk is voor de grote dirigent?!
Wat doe je hier eigenlijk?

Het is een lawaai vanjewelste; stoelen en muziekstandaards schuiven en vallen om; ja, zelfs mensen en kinderen duwen elkaar omver.
Ruziënde stemmen klinken over het grote plein en er is maar weinig oog voor de dirigent, die inmiddels zijn aanwijzingen probeert te geven te midden van het lawaai.
De glinstering is uit Zijn ogen verdwenen, en heeft plaatsgemaakt voor diep verdriet en pijn om wat Hij ziet en hoort.

Hier en daar ziet Hij dat er toch mensen zijn die elkaar helpen; uitgestoken handen naar hen die zijn gevallen, armen die om schouders geslagen worden om te troosten.
Handen, die de stukken van kapot gevallen instrumenten weer bij elkaar te rapen en helpen om het weer in elkaar te zetten, zodat ze weer gebruikt kunnen worden.
Handen, die omver gevallen stoelen en muziekstandaards weer overeind zetten en schoonmaken.
Er zijn er die zachtjes beginnen te spelen en te zingen, ondanks de chaos van alles.
Die letten op de dirigent, die zijn aanwijzingen blijft geven; want nee, de dirigent geeft niet op!
Elk instrument heeft hij immers nodig voor dit muziekstuk!
Van de kleine piccolo en triangel tot de grote trom; van de jukalille tot de contrabas.
Van het vreugdevolle gekraai van de baby tot de jubelende kinderstemmen.

Voor een moment sluit de dirigent zijn ogen; een verdrietige trek ligt op zijn gezicht, terwijl stille tranen zachtjes over zijn wangen glijden.
Och, als ze nu maar zouden willen luisteren, op hem zouden letten, zouden willen horen wat hij zegt, dan, dan, … het zou zo mooi zijn …

Als hij daar zo stil staat met gesloten ogen, verdriet dat zijn gezicht tekent en tranen die nu duidelijk glinsteren, lijkt het langzaam stiller te worden.
Men stoot elkaar aan, en wijzen elkaar op de dirigent.
De één na de ander ziet de dirigent, zijn verdriet, zijn tranen, en meer en meer verstompt het geruzie, meer en meer steken mensen handen naar elkaar uit, helpen elkaar, vragen elkaar om vergeving van hun woorden en wat ze deden.
Grote en kleine, mannen en vrouwen, gehuwden en ongehuwden, …
Geschuifel van voeten, stoelen en muziekstandaards en instrumenten klinkt tot het uiteindelijk helemaal stil is en alleen de stem van de dirigent klinkt.

Nu hoort een ieder waar hij of zij moet zitten, welke plaats hij voor hem of haar heeft bestemd.
Ze horen de tederheid en liefde in zijn stem zelfs voor het kleinste instrument, en de trots in zijn stem voor zowel degene die hij achteraan plaatst als vooraan.
Ze horen zijn uitleg en waar hij een ieder wilt hebben en hij wijst terwijl hij spreekt: jij daar, jij daar, jij daar, en  daar kom jij het beste tot je recht!
De liefde, die hoorbaar is in zijn stem en zichtbaar op zijn gezicht helen de wonden die op weg naar dit moment zijn ontstaan.
Als iedereen dan zijn plaats heeft ingenomen, de instrumenten zijn gestemd en het voor hem bestemde muziekstuk voor zich heeft; alle ogen gericht zijn op de dirigent, is het moment aangebroken waarop het plein zich vult met de prachtigste klanken ooit gehoord.

De klanken missen hun uitwerking niet.
Het gezicht van de dirigent straalt, en harten vullen zich met vreugde.
En met de vreugde stroomt de liefde de harten binnen; voor hun dirigent en voor elkaar.
De handen van de dirigent bewegen en met het volgen van zijn leiding lijkt het alsof het grote plein opeens is afgeschermd van de wereld daarbuiten en een ieder weet dat hij op zijn plek is; kostbaar, waardevol, geliefd en bemind, en even belangrijk.
Hoe langer zij samen spelen en zingen, hoe meer zij één worden met de dirigent, tot het uiteindelijk lijkt alsof er maar één zichtbaar is; de Dirigent.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




5 opmerkingen: