zondag 4 januari 2015

Week 2 - Niet zonder U, dus vol goede moed!

…, want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwing. 
HSV

Want we leven in een situatie van geloven, niet van zien.
GNB

2 Korinthiërs 5:7
>>2 Korinthiërs 4 t/m 2 Korinthiërs 5:10


Het is nu drie jaar geleden dat mijn man de deur van de zaak in Barneveld definitief sloot.
Wat een moeilijke tijd was dat, maar vooral wat een moeilijke keuze om te maken!
Zoals overal waren het zware tijden, en de zorgen over of we het wel of niet zouden redden waren soms dagelijks voelbaar.
Wat gaat het worden?
Moeten we ons huis uit; moeten we het verkopen, dit heerlijke huis, dat we uit Zijn hand hebben ontvangen?
Is het tijd om het terug te geven?
En wat moeten we dan?
En …?
Hoe …?
Zoveel vragen, zoveel onzekerheden; wat heb ik geworsteld, gehuild, gevochten, met mijn geloof en gevoelens.
En dan komt er iemand uit het niets met de vraag of we de zaak in Barneveld willen ‘verkopen’ (is niet echt verkopen, meer ‘goodwill’, want we huurden het pand en ze wilden niets anders  overnemen dan alleen ons personeel).
Barneveld was echter dé zaak, In Ermelo is mijn schoonvader dan wel begonnen met een heel klein zaakje, Barneveld was echter de eerst ‘grote’ zaak en werd het gezicht van Klapwijk Herenmode (nu Mannenmode)
Waarom Barneveld?
Dat was voor ons echt de grote vraag naar God toe, waarom Barneveld?
Nee, in Ermelo hadden ze echt  geen interesse, alleen Barneveld, de zaak waar mijn man bij zijn vader is begonnen en waar hij jaar en dag in had gestaan.
Als we de dingen op een rijtje proberen te zetten snappen we er gewoon niets van.
Hoe moest het dan allemaal; onze oudste zoon woonde erboven met zijn hoogzwangere vrouw.
Van alles moest er daarvoor veranderd worden met oog op elektriciteit, en weet ik allemaal niet wat.
Het woonhuis boven de zaak had een open verbinding met de zaak, wat geen probleem was zolang wij zelf de zaak hadden, maar nu moest het dicht gemaakt worden, wilde de eigenaar van het pand dit wel, en ook al die andere dingen die veranderd moesten worden.
En wie betaald dit allemaal, en …
En Ermelo dan, dan moest mijn man zelf in Ermelo gaan werken, maar dan was er geen plaats meer voor onze zoon in de zaak, want dat kon Ermelo niet aan.
Zoveel vragen, zoveel onzekerheden, zoveel extra onkosten, zoveel …
Wat een zware tijd was dit in het bijzonder voor mijn man, en wat een moeilijke keuze om te maken.
Maar boven alles bleven we ons afvragen: Heer, wat wilt U?
We konden het alles totaal niet overzien.
We konden totaal niet bedenken hoe het dan verder moest met alleen de zaak in Ermelo en of die rendabel zou zijn, en of mijn zoon wel weer makkelijk nieuw werk zou vinden.
En dat terwijl zijn vrouw hoogzwanger was.
Wordt deze stap het begin van het einde of is dit Gods plan om ons te helpen en te behoeden voor erger?
De beslissing viel: we doen Barneveld weg, en willen gaan staan in het geloof en vertrouwen dat dit Zijn plan is.
Voor alles rond was en mijn man eindelijk in alle rust in Ermelo kon werken, zonder nog enig omkijken naar de afwikkeling, waren we heel wat tijd verder en heel wat geld armer (onvoorstelbaar wat mensen elkaar aandoen als er geld mee gemoeid is).
Voor meer dan een jaar heeft mijn man alles alleen gedaan in Ermelo; er was geen geld voor extra personeel, en het heeft zijn tol wel geëist.
Onze zoon vond gelukkig heel snel een andere baan, waar hij nu nog met veel plezier werkt en waar hij het heel goed heeft.
En ondanks alle moeilijkheden en strubbelingen die deze ‘verkoop’ met zich mee bracht, en de prijs die we er voor moesten betalen (lichamelijk en geestelijk, mijn man natuurlijk in het bijzonder) was er al vrij snel na de overname het zeker weten: dit is goed!
En al heel vaak in de afgelopen drie jaar hebben we God gedankt, want het was inderdaad de allerbeste keuze.
God zegent de zaak, en heeft er zelfs voor gezorgd dat er ruimte is voor een parttimer erbij, zodat mijn man niet alles meer alleen hoeft te doen en hij zelfs weer vrije ochtenden en soms dagen heeft.
Ja, het zijn moeilijke en moeizame jaren geweest, maar wat zijn we er geestelijk rijker en sterker uitgekomen en wat zijn we God dankbaar!

De bovenaanstaande Bijbeltekst kwam ik ook tegen in het eerste hoofdstuk uit het boek ‘Een vrouw naar Gods hart’ dat ik aan het lezen (en bestuderen*) ben en zo werd ik door deze tekst even drie jaar teruggebracht in de tijd.


We wandelen door geloof en niet door aanschouwen; door geloof, niet door zien …
Wat een geweldig woord ook zo aan het begin van het nieuwe jaar en wat sluit het eigenlijk mooi aan bij het de tekst waar ik de vorige keer over mocht nadenken en schrijven: ‘Niet zonder U!’

Als we met Hem op weg gaan, met Hem leven, dan betekent dit eigenlijk dat we er voor kiezen om te leven door geloof.
Helaas is dit vaak makkelijker gezegd dan gedaan, want wat kunnen de omstandigheden of de dingen die gebeuren in ons leven ons het zicht op de Heer doen verliezen en ons geloof ondermijnen, vooral als meerdere vervelende of nare, negatieve dingen zich opstapelen of aaneenrijgen.

Ik weet niet hoe jij dit jaar begonnen ben, hoe jou omstandigheden zijn; misschien zie je wel vreselijk tegen het komende jaar op.
Is er ziekte, een echtscheiding die onvermijdelijk lijkt/is, werkeloosheid, …
Of misschien ben je wel in diepe rouw gedompeld, is een dierbare weggevallen en moet je alleen verder.
Of zit je gevangen in omstandigheden waar je niet voor hebt gekozen, maar waar je ook niet zomaar uitkomt, omdat je niet weet hoe of wat je er aan kunt doen.
Of …
Er kunnen zoveel redenen zijn waardoor ons zicht op Hem wordt vertroebeld of zelfs ontnomen; waardoor we alles behalve goede moed hebben voor het nieuwe jaar dat voor ons ligt.

Toch zijn dit de woorden die voor en na de tekst van deze week een paar keer terugkomen.
Al in Hoofdstuk 4 spreekt Paulus deze woorden in vers 1 en vers 16, en in Hoofdstuk 5 in de verzen 6 en vers 8.
In deze verzen zegt Paulus tot twee keer toe ‘…, daarom verliezen we de moed niet’, en  ‘we houden dus altijd moed/zijn vol moed’, en het zijn geen licht uitgesproken woorden van Paulus.
Als ik in het Bijbelboek Handelingen lees waar hij allemaal doorheen gegaan is, wat hij allemaal heeft meegemaakt, en dit zet naast deze woorden, dan word ik stil en verlang ik het geheimenis van zijn kracht, die spreekt uit deze woorden, te kennen.
Eigenlijk is het geen geheim, al lijkt het wel vaak zo te zijn, omdat hij iets lijkt te hebben wat mij (ons?) vaak ontbreekt.
Het ‘geheim’ van Paulus’ geloof en standvastigheid ligt in wat er in zijn hart leeft.
Filippenzen 3:8-14:
 …, omdat het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, alles te boven gaat.
…, omdat het mij erom gaat Christus te winnen en met Hem één te zijn.
… 
Al wat ik wens is Christus te kennen en de kracht te ondervinden van Zijn opstanding; te delen in Zijn lijden en aan Hem gelijk te worden in Zijn dood, in het verlangen eens de opstanding uit de dood te bereiken.

Maar ik zet wel door, om eens te grijpen waarvoor Christus mij gegrepen heeft.

…, ik vergeet wat achter mij ligt en doe mijn best om te bereiken wat voor mij ligt: ik ga recht op mijn doel af om de hemelse prijs te behalen waartoe God mij geroepen heeft in Christus Jezus.

Alles in Paulus’ zijn leven was hierop gericht; in de keuzes die hij maakte, in alles wat hij deed, in de wegen die hij ging, in alles wat hij ondervond; zijn focus was en bleef Christus.
Hij had maar één doel voor ogen: de hemelse prijs in ontvangst kunnen nemen die op hem wachtte.
En op weg daar naar toe vervulde hij de opdracht die Jezus hem had gegeven (Hand. 9:15,16) en niets kon hem daarvan tegenhouden of afhouden.

Meer dan menigeen van ons heeft Paulus geleden om Christus’ wil.
Nauwelijks was hij begonnen met het prediken, of er werd al een moordaanslag op zijn leven gepland.
En wat te denken van de achterdocht van de gelovigen, ze gingen hem uit de weg, want, was het echt wel waar, of was dit misschien een nieuwe manier om hen gevangen te kunnen nemen?
Maar Paulus sprak vrijmoedig en Jezus gaf hem een vriend die zich over hem ontfermde.
Opnieuw echter werd er een moordaanslag op hem beraamd en zo werd Paulus via Caesarea naar Tarsus geleid om van daaruit verder te trekken.
Zijn gehele leven was getekend door allerlei moeilijkheden, aanslagen, gevangennemingen, stokslagen, stormen, schipbreuk; hij werd gebeten door een giftige slang, …
En toch kon Paulus zeggen: ‘…, daarom verliezen we de moed niet!’, ‘Houden we dus altijd moed!’, Zijn we vol goede moed!’
Paulus verloor de moed niet, omdat hij zijn blik gericht hield op Jezus en op wat komen ging.
Hij verloor de moed niet, omdat hij zag op het onzichtbare en niet op wat zichtbaar was; hij zag niet op zijn omstandigheden, die maar tijdelijk zijn, maar op Hem, die eeuwig is en wat daar op hem wachtte.
Paulus leefde door geloof, en niet door zien!
En nee, dit kwam hem niet aanwaaien, ook hij heeft dit moeten leren.
2 Korinthiërs 1:8,9 – ‘U moet namelijk weten, broeders en zusters, hoeveel moeilijkheden we in de provincie Asia ondervonden hebben. We kregen zoveel meer te dragen dan we konden, dat we zelfs wanhoopten aan ons leven. We beschouwden onszelf al als ten dode opgeschreven. Zo moesten we leren niet op onszelf te vertrouwen, maar op God, die de doden opwekt.’

Vervolgens zegt hij, vers 10: ‘Hij heeft ons uit een groot doodsgevaar gered en Hij zal ons blijven redden. Op Hem hebben we onze hoop gesteld: …’

Daardoor kon hij zeggen, 2 Korinthiërs 4:6-9:
Want dezelfde God die gezegd heeft: Uit de duisternis zal het licht schijnen! heeft geschenen in ons hart, om ons te verlichten met de kennis van Zijn heerlijkheid die afstraalt van het gelaat van Christus. (Hebr. 1:3)
Maar deze schat dragen we mee in aarden potten, en zo wordt duidelijk dat die onmetelijke grote (HSV–allesovertreffende) kracht niet van onszelf komt maar van God.
Van alle kanten worden we belaagd , toch zitten we niet in het nauw; we twijfelen, maar vertwijfelen niet; we worden vervolgd, maar niet aan ons lot overgelaten; we worden neergeslagen, maar komen niet om.’ 

O, ik zou beide hoofdstukken wel uit kunnen schrijven, zulke kostbare, bemoedigende, onderwijzende woorden schrijft Paulus, maar het stuk wordt alweer te lang …
Maar toch ga ik nog even terug naar ons leven, naar het nu, naar de dag van vandaag; terug naar de tijd waarin wij leven, terug naar het nieuwe jaar dat voor ons ligt.

De belangrijkste woorden die we dit jaar mee kunnen nemen en ons op kunnen richten zijn: leven door geloof en niet door zien.
Geloof brengt ons bij Hem, brengt ons bij de Hoop die wij hebben, het Vooruitzicht, Zijn Kracht in ons, waardoor we altijd vol goede moed kunnen zijn, dat eens het tijdelijke door het eeuwige zal worden vervangen, terwijl het zien ons brengt naar ontmoediging, naar bitterheid, onzekerheid, hopeloosheid, klagen,  …

‘Geloven is zeker zijn van de dingen waar je op hoopt, ervan overtuigd zijn dat wat je niet ziet, toch bestaat!’
Hebreeën 11:1

Het is mijn gebed dat we dit jaar, net als Paulus, zullen leren van alle moeilijkheden die op onze weg komen; leren om op Hem te vertrouwen en niet op onszelf; leren om onze hoop op Hem te stellen.
Nog een laatste woord van bemoediging uit deze zo kostbare brief; 2 Korinthe 1:3-7:

‘Dank God, de vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die keer op keer barmhartig is,  de God die in elke omstandigheid troost.
Hij troost ons in alle moeilijkheden en stelt ons zo in staat anderen in al hun moeilijkheden te troosten met de troost die wij van Hem ontvangen.
Want het lijden van Christus komt wel in ruime mate over ons, maar even overvloedig valt ons door Christus ook Gods troost ten deel.
Worden we door onheil getroffen, dan is dat voor uw troost en behoud.
Worden we getroost, dan is dat om u de troost en de kracht te geven om standvastig het lijden te dragen dat ook wij moeten verduren.
En de hoop die wij voor u koesteren, is gegrond, want we weten dat Gods troost u evengoed ten deel zal valt als het lijden.’


Lieve Vader in de hemel, dank U wel voor deze kostbare bemoediging zo aan het begin van dit nieuwe jaar.
Laten deze woorden ons toch mogen vergezellen iedere dag opnieuw, zodat we, wat er ook gebeurt in ons leven, we steeds nieuwe moed zullen hebben, vol goede moed zullen zijn, omdat we zien op U en niet op onze omstandigheden.
Omdat we onze hoop en vertrouwen op U stellen en niet op wat om ons heen gebeurt. 
Omdat we beseffen dat alles wat ons hier overkomt, slechts tijdelijk is, maar dat er een eeuwigheid bij U op ons wacht.
Laat ons hart, net als dat van Paulus gefocust zijn of raken op U, Heer Jezus, op het kennen van U, op de allesovertreffende kracht die U deed opstaan uit de dood, die kracht te ondervinden.
Laat onze ogen gericht zijn op de hemelse prijs die op ons wacht en met een vurig en gepassioneerd hart voor U de wedloop lopen.
Toegewijd aan U, en vol goede moed.
O, Heer Jezus, veranker de woorden in ons hart, breng ze steeds opnieuw in onze herinnering, opdat we leren leven in vol vertrouwen op U.
Standvastig, en vol hoop, en tot Uw eer en glorie!

- Amen -


Vol goede moed!

Vol goede moed en
met opgeheven hoofd
treed ik dit nieuwe jaar
tegemoet.
Ik richt mijn blik op Hem,
Die mijn hoop is en kracht;
Hij is het die mij redde
met Zijn kostbare bloed.

Vol goede moed en
met opgeheven hoofd
stap ik het onbekende
tegemoet.
Hij zal mij niet begeven
en mij niet verlaten;
ik wandel onder Zijn
heerlijke gloed.

Vol goede moed en
met opgeheven hoofd
ga ik zo in vertrouwen
op weg.
Ik kies ervoor om te wandelen
door geloof en niet door zien,
tot Hij de Kroon des Levens
in mijn handen legt.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




*Lees eventueel ook:
>> Begenadigd in de Geliefde!
>> Vertrouw Mij, Mijn kind, en ken Mij in alles!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen