zondag 2 juli 2017

Smaak en zie ... (2 en slot)

‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt.’
>> Psalm 34:6


Persoonlijk

Dat alles in mij juichte bij het lezen van de woorden ‘Indien u tenminste geproefd hebt ...’ en waarom ook ik met David iedereen wil aansporen ‘om te proeven of God werkelijk goed is’  komt voort uit mijn eigen ervaring.
Net als David heb ook ik ervaren dat Gods woord waarheid is, dat God goed is, dat Hij zorgt voor wie Hem toebehoren.
En ik heb dit niet ervaren doordat alles zo voorspoedig ging en er geen problemen, moeilijkheden, pijn of verdriet was.
Nee, ik heb het juist ervaren dwars door al deze dingen heen.

Als gezin hebben we al heel wat moeilijke en zware jaren gehad.
We hebben te maken gehad met twee zonen die jaren gepest zijn op school en daardoor zwaar depressief waren geworden met alles wat daar bij hoort aan zelfmoordgedachten, -neigingen en poging; automutilatie, paniekaanvallen, opname, opleidingen die niet konden worden afgemaakt, diploma’s die daardoor nooit zijn gehaald enz.
Een zoon, die tot wel 14 keer een klaplong kreeg, en vier keer geopereerd is.
Een dochter, die door pleegouders van een vriendje zo werd gehersenspoeld, dat ze niet meer naar ons luisterde en alleen maar deed wat deze mensen zeiden, en die vervolgens
alles op alles zette om haar van ons af te pakken.
AMK en jeugdzorg die we daardoor op ons dak kregen, maar die ons, dankzij God, geloofden.

Eén zaak, mijn man had twee mannenmodezaken, die we na 28 jaar weg moesten doen.
Onze zoon, die we toen moesten ontslaan, terwijl ze net een baby hadden gekregen.
Mijn man, die toen alleen de andere zaak draaiende moest houden en zes dagen in de week moest werken.
Die vervolgens met reuma werd gediagnosticeerd, maar door moest omdat we anders niets hadden.
Ons huis, dat we door alles bijna moesten verkopen.

In het volgende vers, vers 19 zegt David:
‘Wie vertwijfeld is, is Hij nabij; Hij redt wie alle moed verloren.’

Ik kan jullie zeggen, dat ik menigmaal zeer vertwijfeld ben geweest, en op een gegeven moment ook echt alle moed had verloren.
Ik heb heel wat keren gebeden: ‘Heer, neem me maar uit dit leven weg, want ik kan en wil niet meer.’
En toen dat niet gebeurde, kwam het zelfs zover, dat ik tegenover God kwam te staan en me afvroeg of ik nog wel in Hem wilde geloven.
En ik heb me voorgesteld –tenminste geprobeerd voor zover me dat lukte, hoe dat zou zijn,  om zonder Hem verder te leven, en ik kwam tot de slotsom dat er dan niets meer was om nog voor te leven, dat ik dan net zo goed dood kon zijn, want dat zou ik immers zonder Hem zijn.
Het leven zou dan zinloos en doelloos worden.
En ik kon niets anders meer zeggen dan: ‘Heer, ik weet niet meer hoe ik verder moet, maar ik weet ook dan ik zonder U niet verder kan, en ook niets ben.’
Wilt U het dan maar doen, wat dan dat ‘het’ ook maar is.

Nee, er veranderde ogenschijnlijk niets, tenminste niet één, twee, drie.
Maar er was wel wat in beweging gezet door dit gebed; onzichtbaar voor mij, maar zichtbaar  in de onzichtbare wereld.
En langzaamaan begonnen er dingen te veranderen, eerst in mij en later ook in de omstandigheden.

God bracht wat ik nodig had om te kunnen groeien op het juiste moment op mijn pad.
Een cursus, andere vrouwen, mijn blog – o, wat heeft het schrijven me dicht bij Hem gebracht en gehouden.
Mensen die ruim een jaar lang iedere week bij ons over de vloer kwamen om biddend de strijd aan te gaan met die duistere machten die ons kapot wilden maken met onze dochter als middel.
Die biddend rondom ons stonden om ons te bemoedigen.
Een krachtig woord van Hem, dat ons de weg wees in die chaos en strijd, maar ons ook bemoedigde en opbeurde, dat Hij het zou doen, dat Hijzelf voor ons streed:
‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest!’ (Zach. 4:6)

Het was een leerschool om te leren vertrouwen, om te leren te gehoorzamen.
Het was een tijd van proeven en smaken, van ontdekken dat Hij goed was, en is!
Dat Hij betrouwbaar is; dat Zijn woord betrouwbaar is.
Dat er werkelijk iets veranderd als wij ons vertrouwen op Hem stellen.
Dat Hij helpt, en hulp geeft op het juiste moment.

Heel wat keren heb ik me in slaap gehuild, terwijl ik in gedachten weggekropen lag in Zijn armen; de enige plaats waar ik naar toe kon gaan om vol te houden en verder te kunnen.
Beschutting vindend en bescherming tegen alle aanvallen van de boze, en waar ik uit mocht huilen zonder veroordeling, en zonder dat er werd gezegd dat als ik het anders had gedaan of anders zou doen ….
Armen, die mij zachtjes vasthielden, terwijl mijn vuisten op Zijn borstkas ramden, met mijn waarom, en hoe lang nog? en die mij vervolgens tegen Zich aantrokken om mij te troosten in  mijn verdriet.
JA, God is nabij wie vertwijfeld zijn en alle moed hebben verloren …

En weet je, wat nog meer en belangrijker is dan mijn verhaal, is dat in Jezus, Gods eniggeboren Zoon, deze waarheid gestalte heeft gekregen.


Jezus

Lucas 4:14 -21
‘En Hij (Jezus) kwam in Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging naar Zijn gewoonte op de dag van de sabbat naar de synagoge,  en Hij stond op om te lezen.
En aan Hem werd het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats waar geschreven stond:
De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; 
Hij heeft Mij gezonden  om aan armen het Evangelie te verkondigen, 
om te genezen wie gebroken van hart zijn,
om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, 
om verslagenen weg te zenden in vrijheid, 
om het jaar van het welbehagen –ook wel omschreven als het jaar van Gods goedheid; of het genadejaar, van de Heere te prediken.
En toen Hij het boek dichtgedaan en aan de dienaar teruggegeven had, ging Hij zitten, en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gevestigd.
Hij begon tegen hen te zeggen: 
Heden is deze Schrift in uw oren in vervulling gegaan.’

En dan ga ik gelijk door naar Romeinen 8:32 staat:
‘Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken.’

God houdt zoveel van jou en mij, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon liet sterven voor onze zonden.
En Jezus houdt net zoveel van ons als Zijn Vader, want Hij gehoorzaamde Zijn Vader en ging die lange lijdensweg tot in de dood uit liefde voor ons.
De profeet Jesaja profeteerde er over, en Jezus bevestigt niet alleen Zijn woorden, maar in Hem is deze profetie ook waarheid geworden.

Jezus kwam in de eerste plaats om ons te redden, om harten die gebroken zijn van de zonde heel te maken, om de weg tot God vrij te maken.
Als Jezus aan het kruis roept: ‘Het is volbracht’, dan scheurt op dat moment het voorhangsel in de tempel doormidden, van boven naar beneden.
Het voorhangsel, dat het Heilige scheidde van het Heilige der Heiligen.
Het Heilige der Heiligen, de plaats waar God aanwezig was in de tempel.
O, ik vind dit zo mooi!
Er was nu niets meer wat de mens nog scheidde van God; de weg was vanaf dat moment vrij!

Het voorhangsel scheurde van boven naar beneden.
Een mens zou het van beneden naar boven moeten scheuren, maar dit –dat het van boven naar beneden openscheurde, laat zien dat God het Zelf was die met het volbrachte werk van Jezus aan het kruis, de toegang tot Hem vrij maakte.
Niet de mens, maar God Zelf!
Wat een liefde, wat een genade!

‘We mogen nu vrijmoedigheid naderen tot de troon van Genade’, zegt Hebreeën 4:16, ‘waar we barmhartigheid en genade zullen vinden om op het juiste moment hulp te ontvangen.’

Deze tekst kreeg ik trouwens met mijn ‘Volwassendoop’ in oktober 2000.
Een tekst waar ik op dat moment helemaal niets mee kon, en als ik heel eerlijk ben eigenlijk een beetje over teleurgesteld was, want ik had liever een tekst gehad als ‘… maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden enz. (Jes. 40:15) of ‘Hij , die in u een goed werk begonnen is, zal dit …’ (fil.1:6)
Maar door alles waar ik doorheen ben gegaan en waar Hij mij uit heeft geholpen, is deze tekst één van de meest dierbare teksten geworden.
Want met alles mag ik, door Jezus, vrijmoedig naar Hem toegaan, en ik weet nu ook uit ervaring, dat ik daar vol liefde en genade word ontvangen en ik hulp zal krijgen op het juiste moment.


Jezus heeft de weg vrijgemaakt, dus waarom zouden we dan ook niet naar Hem toegaan met alles?
Niets is voor Hem te min of te klein!
God wil gekend worden in alles.
Hij wil een relatie met ons en dat kan alleen als wij vertrouwelijk met Hem omgaan.
Hem kennen in alles wat ons bezighoudt, en Hem steeds meer leren kennen door te proeven en te smaken van Zijn goedheid.
Te proeven van Zijn woord, van Zijn beloften en ontdekken dat ze waarheid zijn.
Het niet alleen meer moeten hebben van het horen van iemand, maar het zelf hebben ondervonden.


Gelukkig ben je als …

Achter zijn aansporing om te proeven van Gods goedheid aan, zegt David:

‘Welzalig de vrouw die bij Hem schuilt’

Welzalig, oftewel ‘gelukkig’.
Gelukkig ben je als je schuilt bij de Heer.
Gelukkig ben je als je bij Hem je toevlucht zoekt.
Gelukkig ben je, want, zegt Psalm 91:

‘Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.
Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen,
Zijn trouw is een schild en een pantser.’

En even verderop:

‘Omdat hij liefde voor Mij opgevat heeft, zegt God, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem in een veilige vesting zetten, want hij kent Mijn Naam.
Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren, in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn, Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken.
Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen, Ik zal hem Mijn heil doen zien.’

Is dat niet geweldig!
Gelukkig ben je als je schuilt bij de Heer!
Gelukkig, want daar ben je veilig en geborgen.
Gelukkig ben je, want Hij zorgt voor je.
Gelukkig ben je, want je zult Zijn heil, Zijn redding dan zien!
Dit wil niet zeggen dat dan gelijk al je problemen en moeilijkheden zijn opgelost, dat pijn en verdriet en al die andere dingen er niet meer zullen zijn, maar wel dat Zijn vrede te midden van dat alles in je zal zijn.

‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. 
Laat uw hart niet in beroering raken, en niet bevreesd worden. (Joh. 14:27)

De vrede van God, die alle verstand te boven gaat en die onze harten  en gedachten zal bewaken in Christus Jezus.  (Fil. 4:7)

Schuilend bij Hem komen we tot rust, en in die rust wordt onze kracht herstelt; ontvangen we nieuwe kracht.

Jesaja 30:15
‘Want zo heeft gezegd mijn Heer, de Ene, de Heilige van Israël: 
in bekering en berusting ligt uw behoud, 
in stilheid en vertrouwen is uw kracht gelegen,- 
maar ge hebt niet gewild; …’

Willen wij wel?
Verlangen wij er naar?
Willen wij proeven en smaken dat Here goed is?
Willen wij schuilen en rusten bij Hem?
Willen wij méér dan het hebben van ‘horen zeggen’?


‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt!’


Lieve Vader in de hemel, dank U wel dat ik mocht, en mag, smaken en zien dat U goedertieren bent; dat U vol goedheid, genade, vriendelijkheid, en ontferming bent; vol liefde die nooit vergaat en vol van trouw.
De weg waarin ik deze dingen mocht(mag) ontdekken was(is) soms heel zwaar, maar toch Heer, dank U wel!
U te kennen, te weten dat U bent die U zegt dat U bent, is mij alles zo waard.
Ik besef ook, Heer, dat dit kennen nog maar zeer beperkt is, en ook heel kwetsbaar, en dat ik het soms ook weer snel vergeet, en ik dank U dan ook voor Uw geduld met mij.
Ik bid U, lieve Vader, dat anderen ook willen en zullen smaken en zien dat U goedertieren bent.
Dat ze geen genoegen zullen nemen met van horen zeggen, maar dat ze zich uit zullen strekken naar U om U steeds beter te leren kennen.
Zodat we met David kunnen zeggen: ‘Op de dag dat ik vrees, vertrouw ik op U. In God prijs ik Zijn woord, op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een schepsel mij kunnen doen?’
Ik loof en prijs Uw heilige naam.

- Amen -


Smaak en zie, proef en ontdek;
God is werkelijk wie Hij zegt dat Hij is.
Neem toch met minder geen genoegen,
het is anders het grootste gemis.

Schuil bij Hem, dan ben je veilig;
schuil bij Hem, dan is je leven geborgen.
Schuil bij Hem, en je bent een gelukkig mens,
want de Heer Zelf zal altijd voor je zorgen.

- Amen -


Smaak en zie, proef en ontdek, je zult niet beschaamd uitkomen!
Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita



zaterdag 1 juli 2017

Smaak en zie ... (1)

‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt.’

>> Psalm 34:9


U, o God, bent een goedertieren God,
een God van liefde, goedheid en genade.
Een God vol mededogen; vriendelijk en trouw,
en Die ernaar verlangt ons hiermee te overladen.

U staat klaar om ons Uzelf te tonen, en te geven;
U wacht op ons tot wij willen proeven en smaken.
U hunkert om ons in onze grootste nood
met Uw goedertierenheid aan te raken.


Vorige maand mocht ik in Vaassen op de VrouwenOchtend waar ik iedere maand naar toe ga, de overdenking verzorgen.
Nu verzorg ik samen met Caroline van de Vate en Martine Lage wel ‘spreekbeurten’, maar dat is wel even heel anders dan alleen een overdenking geven.
Dat is iets dat ik nog niet eerder had gedaan.
Ik heb hier ‘ja’ op gezegd, omdat ik wist dat het God was die dit tijdstip en de plaats had bepaald (verhaal op zich).
Ik vond het doodeng, maar ook dit ervoer ik als opnieuw uitstappen en gaan op de weg die God neerlegt voor mij, in het vertrouwen dat leidt in het onderwerp, het schrijven en het spreken
De tekst en de onderstaande overdenking kwamen hieruit voort.
Met het nadenken over een onderwerp voor de maand juli, kwam ik uit bij deze overdenking en ik besefte dat hij heel mooi aansloot bij de vorige Blogpost ‘De liefde van God zichtbaar in Zijn woord’.


Het was op een zondagmorgen, dat de woorden uit 1 Petrus 2:3 in mijn Stille Tijd naar mij toekomen en mijn hart doen opspringen.
‘Indien u tenminste geproefd heb dat de Heere goedertieren is …’
Toen ik deze woorden las, werd ik zo blij van binnen.
‘Ja’, juichte het in mij, ‘ik heb geproefd dat Hij goedertieren is, dat Hij goed is, genadig, trouw, vol liefde, en geduld!’

Ik weet, goedertieren is een beetje een ouderwets woord en in de nieuwere Bijbelvertalingen kom je het ook niet meer tegen.
Daar is het vertaald met ‘trouw’, of met ‘goed of goedheid’ of ‘liefde’.
Ik moet eerlijkheidshalve zeggen, dat ik ook niet precies kon zeggen wat het nu betekende, het was meer iets gevoelsmatig in de woorden die ik net aangaf van –goed, genadig, liefde, trouw, geduld; al deze dingen eigenlijk omvattend.
Nieuwsgierig en precies als ik ben, ben ik toen natuurlijk wel even op zoek gegaan naar dit woord en ik kwam er achter, dat het ook eigenlijk niet met één woord te beschrijven is.
Het schijnt dat het woord goedertieren afkomstig is van het Hebreeuwse woord ‘chesed’, - en dat woord is gewoon niet in één woord te vangen.
Het wordt dan ook verschillend vertaald met genade, liefdevolle vriendelijkheid, standvastige liefde, mededogen en goedheid.
Ergens anders werd ook het woordje ‘trouw’ er nog bij genoemd.
Goedertieren is dus duidelijk een woord met een hele diepe en rijke betekenis.

Goed, met al deze informatie in ons achterhoofd, gaan we nog weer even terug naar het punt waardoor we bij dit woord kwamen, naar ‘Indien u tenminste geproefd heb dat de Here goedertieren is.’ 
Ik laat de context waarin deze woorden staan liggen, en wil alleen focussen op deze woorden.
Want door deze woorden kwam ik uiteindelijk bij de tekst, waarbij ik werd bepaald dat ik daar verder bij stil moest staan.
Maar voor ik daar naar toe ga, wil ik jullie nog eerst even meenemen naar deze tekst in de Bijbel Gewone Taal.
Ik wil, en ga echt niet op iedere slak zout leggen, maar …
De Bijbel Gewone Taal heeft deze tekst namelijk als volgt verwoord:
‘Want als je Gods woorden hoort, dan weet je hoe goed de Heer is.’
Maar is dat wel hetzelfde als ‘Indien u tenminste geproefd hebt dat ...’.

Voorbeeld.
Iedere Vrouwenochtend sluiten we af met samen eten en dan komen er allemaal lekkere dingen op tafel te staan.
Dan kan iemand tegen mij zeggen dat het heerlijk is en dat de persoon die het gemaakt heeft heel goed kan koken, maar hoe zal ik dat weten als ik niets heb geproefd?
Alleen door zelf te proeven zal ik weten of het lekker is of niet.
Alleen door het uit te proberen zal ik weten of zij een goede kokkin is, of niet.
Men kan van alles zeggen, maar alleen door te ondervinden zal ik het zeker weten.

Dan kun je ook nog zeggen natuurlijk, ja, maar smaken verschillen …
En ja, dat is ook zo, maar of ik wel of iets niet lust, of lekker vind, zegt niets over het feit of de andere wel of niet goed kan koken.
Ik eet bijvoorbeeld echt geen slakken, maar dat wil niet zeggen dat een kok uit een 4 sterrenrestaurant ze niet briljant kan klaarmaken en dus goed kan koken.
Nee, alleen door iets te proeven, iets uit te proberen –en soms zelfs vaker dan één keer, want ja, één keer zegt natuurlijk niet altijd alles, kun je er achter komen of iets lekker is, of iets goed is of niet, en of dus wat er over iemand gezegd is, waar is.
Alleen van horen zeggen werkt dus niet echt.
Wel kun je door het horen iets wel of niet willen gaan uitproberen.
(om werkelijk te weten of iemand goed kan koken, is het natuurlijk wel slim om iets te proeven van wat je lust)

Ik weet, voorbeelden schieten altijd wel ergens te kort, maar toch is denk ik zo wel duidelijk, dat het horen van iets niet hetzelfde is als er van geproefd hebben.
En nodigt God Zelf ons niet uit in Zijn woord om te proeven?


Smaak en zie

Bij de tekst uit 1 Petrus 2:3 werd een verwijzing gegeven en wel naar Psalm 34:9 en daar staat:
‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de man –en ik maak er voor nu even ‘de vrouw’ van, die bij Hem schuilt.’
Smaakt en ziet …
Welzalig …

Smaak, oftewel proef! en zie dat de Here goed is.
Met andere woorden: probeer het uit.
De WillibrordVertaling vertaald het met: ‘ervaart het’ .
En zie, oftewel ‘ontdek het zelf’ …
Ga op onderzoek uit; test het.
En de Psalmist sluit zijn zin af met: ‘welzalig de vrouw die bij Hem schuilt.’
Met andere woorden, gelukkig ben je als je naar God toe gaat en bij Hem je bescherming zoekt.
Waarom gelukkig?
Omdat, als je bij Hem je bescherming zoekt; als je bij Hem gaat schuilen, er achter komt dat je daar veilig bent; dat daar voor je wordt gezorgd; dat Degene bij wie je schuilt te vertrouwen is.
David wist dat, hij heeft het al zo vaak gedaan en keer op keer heeft hij ervaren dat God te vertrouwen is, en daarom spoort hij iedereen in zijn Psalmgedicht aan om dit toch ook uit te proberen, zodat iedereen kan ontdekken hoe goed de Heer is.


David

Voor dat David koning werd, is hij jaren op de vlucht geweest voor koning Saul.
Vanaf 1 Samuël 8 kun je alles over Saul lezen, en in 1 Samuël 16 komt David in beeld.
Davids hield van God; Zijn hart was op God gericht en hij was aan Hem toegewijd.
In zijn strijd met Goliath wordt duidelijk hoeveel hij van God hield, maar ook hoe zeer hij op Hem vertrouwde.
Terwijl de grootste en sterkste soldaten van het leger van Saul bang zijn voor die reus die daar iedere keer tevoorschijn komt en de spot drijft met God en met hen, is David als hij hem de eerste keer hoort tot diep in zijn hart verbolgen en hij gaat, zo jong als hij is, vol vertrouwen op zijn God, de strijd met deze reus aan.
Wat anderen ook zeiden, wat de koning zelf ook zei, David vertrouwde op God.

1 Samuël 17:34-37
‘Majesteit’, antwoordde hij, ‘ik ben herder geweest in dienst van mijn vader. Wanneer een leeuw of soms een beer een lam uit de kudde kwam roven, ging ik achter hem aan, sloeg hem neer en redde het lam uit zijn muil. 
En viel de leeuw mij aan, dan greep ik hem bij zijn baard, en sloeg hem dood. 
Leeuwen en beren heb ik neergeslagen.
Het zal die onbesneden Filistijn net zo vergaan, want hij heeft de slagorden van de levende God uitgedaagd.
De Heer heeft mij gered uit de greep van leeuwen en beren, Hij zal mij ook redden uit de greep van de Filistijn.’

Ook de wapenrusting die Saul hem aangaf trok hij weer uit, want hij kon er niet in lopen.
En zo ging David, alleen gewapend met zijn slinger en vijf gladde stenen die hij in de beek had uitgezocht, op de reus af.

Er staat dat Goliath diepe minachting voor David kreeg toen hij hem zag, omdat hij nog maar een jongen was, en hij vervloekte David in naam van zijn goden.
Hij schreeuwde David toe in vers 43,44a: ’Ben ik soms een hond, dat je met een stok naar mij toekomt? Kom maar op, dan zal ik je vlees aan de aasgieren en roofdieren geven.’
Maar David laat zich niet intimideren door deze grote bullebak, maar loopt rustig op hem af en antwoordt (vers 44b-47)
‘U komt op me af vertrouwend op zwaard, lans en kromzwaard, maar ik kom op u af vertrouwend op de almachtige Heer, de God van de slagorden van Israël. 
U hebt Hem uitgedaagd, maar op deze dag zal Hij u in mijn macht geven.
Ik zal u neerslaan en u het hoofd afhouwen.
Op deze dag zal ik de lijken van het Filistijnse leger aan de aasgieren en de wilde dieren geven.
Dan zal heel de aarde weten dat Israël een God heeft en deze menigte zal weten dat de Heer voor de overwinning geen zwaard en lans nodig heeft.
Het gaat hier om de Heer; het is Zijn strijd.
Hij heeft jullie al in onze macht gegeven.’

Als Goliath in de aanval gaat, zet David de tegenaanval in; hij pak een steen en slingert hem weg en de steen treft de reus zo hard in het voorhoofd dat de steen naar binnendringt, en Goliath valt dood voorover.
David loopt op Goliath af, pakt zijn zwaard en hakt hem het hoofd af.
Hoe vol vertrouwen op God is David hier!
Zien de anderen alleen die grote reus, horen ze alleen zijn grote mond, David ziet dat God groter en sterker is.

Maar David is ook ‘maar een mens’, en korte tijd later is hij blijkbaar alweer vergeten hoe God hem geholpen had met leeuwen en beren, en met die reus; hoe hij op hen af ging wetend dat God voor hem uitging.
Als Saul hem naar het leven staat (1 Sam. 18 - 20) vlucht hij naar koning Achis van Gat. (1 Sam. 21)
En als hij daar hoort wat men over hem verteld aan de koning, is zijn angst zo groot, dat hij doet alsof hij gek is en krabt aan de deuren van de stadspoort en laat het kwijl in zijn baard lopen.
Hij wordt gegrepen en naar de koning gebracht, maar die wil ondanks de verhalen die hem over David verteld waren, niets meer van hem weten, en zo komt David daar weer goed weg.
Nergens vinden we een woord over dat hij naar God toe gaat, Hem om hulp vraagt, of wat hij moet doen.

Hoe anders is dit verhaal.
Toch is het na dit dat David de woorden schrijft: ‘Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt’.
En zo blijkt uit dezelfde Psalm ook dat David, ook al was God even uit beeld, hij God niet vergeten is.
En uit Psalm 56 blijkt dit nog meer, want deze Psalm schreef David toen hij door de Filistijnen gevangen genomen was.
Doodsbang als hij was, neemt hij zijn toevlucht tot God.
We lezen er een aantal verzen uit:

Vers 2:
‘Mijn God, heb medelijden, want ze loeren op mij, ze jagen mij op, heel de dag door.

‘Vers 4 en 5:
‘Bij al mijn angsten, machtige God, vertrouw ik op U.
Ik vereer U, mijn God, om wat U beloofd hebt.
Als ik op U vertrouw ken ik geen angst meer.
Wat zouden ze mij kunnen doen, die nietige mensen?’

Vers 9 t/m 15
‘Mijn omzwervingen hebt U opgetekend, mijn tranen opgevangen in een kruik.
Hebt u ze niet vermeldt in Uw boek?
Als ik U te hulp roep, slaan mijn vijanden op de vlucht, want dit weet ik: 
U, God, bent met mij.
Ik vereer U, mijn God, om wat U beloofd hebt, U vereer ik, Heer.
Als ik op U vertouw, ken ik geen angst meer.
Wat zouden mensen mij kunnen doen?’

Mijn God, mijn beloften aan U kom ik na, ik zal U dankoffers brengen.
Want U hebt me voor vallen behoed, me van de dood gered.
Nu kan ik verder leven, in Uw nabijheid.’


Psalm 34 is geschreven nadat David was weggejaagd van het hof van koning Achis, - in de aanhef van deze Psalm staat trouwens ‘Abimelech’, en dat blijkt een titel te zijn, en deze Psalm begint lofprijs en dankzegging naar God.

Vers 2 t/m 9:
‘Altijd wil ik de Heer danken, zonder ophouden bewijs ik Hem eer.
Van harte zal ik Hem eren; wie in verdrukking leven zullen het horen en zich verheugen.
Verkondig samen met mij de grootse daden van de Heer; laten wij allen Zijn macht erkennen.

Ik heb me tot de Heer gewend en Hij heeft geantwoord; van alle angsten heeft Hij mij bevrijd.
Wie zich tot Hem richten, zullen stralen van vreugde, hun vertrouwen is niet te vergeefs.
Ik was er ellendig aan toe, ik riep de Heer te hulp en Hij luisterde naar mij, verloste mij van al wat mij kwelde.
Als je ontzag hebt voor de Heer waakt Zijn engel over je, staat je bij en bevrijdt je.

- oudere vertalingen zeggen hier ‘De engel van de Heer legert zich rondom wie Hem vrezen en redt hen.’
Oftewel, zet zich rondom je neer, bivakkeert rondom je.
Ik vind dan het woordje ‘rondom’ zo prachtig, en zie het dan als het ware voor me hoe de engel zijn machtige vleugels ter bescherming om mij heen vouwt.

Oké, weer gauw verder.
Vers 9:

‘Je zult zien, je zult merken hoe goed de Heer is: je bent gelukkig als je bij Hem schuilt.’
- ‘Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de vrouw die bij Hem schuilt.’

Smaak en zie; je zult het zien, je zult het merken!

In welke situatie we ook zitten.
In welke omstandigheden dan ook.
Wat het ook is dat ons bezighoudt.
Wat voor moeilijkheden, pijn of verdriet er ook zijn.
Laten we toch naar de Heer gaan, het desnoods uitschreeuwen, dat deed David immers ook.
Laten we desnoods de woorden van één van de Psalmisten gebruiken.
Maar laten we naar de Heer gaan en alles in Zijn handen leggen en zeggen: Heer, doe U het maar; laat U maar zien wie U bent.
Ik wil zien, dat U bent wie U zegt dat U bent!
Ik wil het proeven, ik wil het ervaren!

Probeer het uit!
Wat heb je te verliezen?
Hoe zouden we anders ooit kunnen weten dat God een God van trouw is, van liefde, van genade, van goedheid, van bewogenheid, als we alles maar zelf op willen lossen en zelf willen doen?
Hoe zal Hij Zichzelf ooit aan ons kunnen openbaren als een liefdevolle, zorgende Vader, als wij Hem daar de kans niet voor geven?


Tot zover vandaag; morgen komt het slot.
Ik hoop dat je dan opnieuw meeleest en dat het jou ook uit zal dagen om te proeven en te smaken dat de Heere goed is als je dat nog niet eerder hebt gedaan.
En dat anders, net als bij mij, je hart zal opspringen van vreugde bij de woorden 'indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is'.

Gods rijke zegen en een liefdevolle groet,
Rita












Morgen ...

Dat alles in mij juichte bij het lezen van de woorden ‘Indien u tenminste geproefd hebt’ en waarom ook ik met David iedereen wil aansporen ‘om te proeven of God werkelijk goed is’  komt voort uit mijn eigen ervaring.
Net als David heb ook ik ervaren dat Gods woord waarheid is, dat God goed is, dat Hij zorgt voor wie Hem toebehoren.
En ik heb dit niet ervaren doordat alles zo voorspoedig ging en er geen problemen, moeilijkheden, pijn of verdriet was.
Nee, ik heb het juist ervaren dwars door al deze dingen heen ...

vrijdag 2 juni 2017

De liefde van God zichtbaar in Zijn woord (3 - slot)

Vervolg: 'Gedachten bij Vaders Liefdesbrief'
Deel 3 (slot)


Het mooiste moet echter nog komen.
Want weet je, er komt een dag dat Hij elke traan van onze ogen zal wissen, en alle pijn die je hebt geleden zal Hij wegnemen.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar deze woorden vervullen mij met diepe blijdschap en ontroering, met hoop en uitzicht; wat een enorme troost gaat hier vanuit.
Elke traan zal Hij wissen; alle pijn wegnemen!
Dat betekent dat Hij echt overal bij was en overal weet van had.
Hij heeft het gezien en zal alles voor eeuwig wegnemen.
Eens valt er geen traan meer te huilen; eens zal er een einde zijn aan alle pijn en verdriet.

Met deze woorden moet ik denken aan een gedicht dat ik eens geschreven heb.
Hier even de laatste twee coupletjes.
(Als je het hele gedicht wilt lezen volg dan deze link: >> Ontreddering; even een eindje naar beneden scrollen; ongeveer tot iets voorbij de helft)

‘Mijn lieve kind,
eens neem Ik jou in Mijn armen.
Straks, als je voorgoed bij Mij zal zijn.
Dan zul je pas echt weten,
hoe dicht Ik altijd bij je was,
weet had van al je tranen en al je pijn.
Ik zag werkelijk al je verdriet.
Geloof Me,
Ik vergeet de Mijnen niet.

Eens neem Ik je in Mijn armen
en dan zul je weten,
Mijn Licht heeft je altijd beschenen,
ook al zag je het zelf niet.
Mijn lieve kind,
Ik ben je nooit vergeten,
Ik ben Degene, die alles ziet.’

Zie je, proef je nu, hoeveel Hij van je houdt?
Hij houdt net zoveel van jou als van Zijn Zoon, Jezus!
In Hem heeft Hij Zijn liefde voor ons laten zien; in Hem is Zijn liefde voor ons zichtbaar.
Als je nog even verder meeleest, zul je zo meteen ook ontdekken hoe diep Zijn liefde was en is.
(Openbaring 21:3-4; Johannes 17:23,26)

Het is echter heel belangrijk om eerst te weten dat Hij, Jezus, het exacte evenbeeld is van God.
De Groot Nieuws Bijbel zegt het zo mooi, vind ik:
‘De Zoon –Jezus, is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen.’
O, ik hoop zo dat God jou iets laat voelen van wat ik ervaar met het lezen van deze woorden.
Als je dus wilt weten wie en hoe God is, dan hoef je alleen maar naar Jezus te kijken.
In de vier evangeliën in het Nieuwe Testament – Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes, kun je alles over Hem lezen.
Maar eigenlijk wordt in de gehele Bijbel al  steeds naar Hem ge- en verwezen.
(Hebreeën 1:3)

En alles is er op gericht om ons te laten zien dat Hij aan onze kant staat en niet tegenover ons.
Men spreekt weleens over ‘voor of tegen’ iemand zijn, nou, God is voor ons, en wel zodanig dat Hij om ons te redden Zijn enige Zoon gaf om te lijden en te sterven voor onze zonden.
Door wat Jezus voor ons heeft gedaan aan het kruis op Golgotha, kijkt Hij niet meer naar onze zonden.
De profeet Micha uit het Oude Testament (>> 7:19) verwijst hier al naar als hij zegt:
‘U zult onze schuld tenietdoen, al onze zonden verwijzen naar de bodem van de zee.’
Corrie ten Boom, een geliefd kind van God die het concentratiekamp ‘Ravensbrück’ heeft overleeft, zei dan dat er dan een bordje bij staat met erop: ‘Verboden te vissen.’

Ja, wij zijn zondaren, maar als we Jezus hebben aangenomen als onze Verlosser en Zaligmaker, staan we voor God als zonder zonden.
Dan ziet Hij Jezus en Zijn volbrachte werk en niet onze zonden.
Jezus stierf zodat God en wij weer bij elkaar kunnen komen; Jezus offer aan het kruis heeft verzoening tussen God en ons tot stand gebracht, waardoor wij nu weer vrij kunnen naderen tot Zijn troon.
Het lijden en sterven van Jezus, Gods eniggeboren Zoon, was de ultieme uiting van Gods liefde voor jou en mij, en dat deed Hij in de hoop dat Hij jouw liefde kon winnen.
Hij gaf het liefste dat Hij bezat op voor jou en mij!
Zoveel hield Hij van ons!
En alles deed Hij om jou, jouw hart voor Zich te winnen, want o, Hij verlangt zo naar jou, naar een leven samen met jou.
(Romeinen 8:31,32; 2 Corinthiërs 5:18-19; 1 Johannes 4:10)

Als je Jezus dus verwelkomt, dan ontvang je Hem ook, want Jezus is als Gods Zoon
onlosmakend verbonden met God en niets zal je ooit nog van Zijn liefde kunnen scheiden.
Wijs Jezus dan ook niet af, want als je Hem afwijst, wijs je ook Gods weg naar verlossing af; er is gewoon geen andere weg tot God.
‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, zegt Jezus; ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij.’ (Joh. 14:6)
En weet je wat daarbij ook zo mooi en bijzonder is om te mogen weten, dat niets ons zal kunnen scheiden van Zijn liefde!
Wat er ook gebeurt in ons leven, waar we ook mee te maken krijgen, niets, helemaal niets kan ons scheiden van Zijn liefde!
 (1 Johannes 2:23, Romeinen 8:38-39)

En nu zegt God tegen jou: Komt toch thuis!
Kom toch thuis en Ik geef het grootste feest dat je ooit hebt beleeft.
Als je het verhaal leest waar God deze woorden spreekt, en ook de twee verhalen eronder, dan zul je ontdekken hoe blij God zal zijn als jij thuiskomt en waarom Hij met heel de hemel feest zal vieren.
Want, voor God ben jij immers dat verloren schaap, die verloren cent, die verloren zoon.
En Hij stopt niet met zoeken tot Hij gevonden heeft, zo kostbaar ben jij voor Hem!
Het geeft niet wat je ooit allemaal hebt gedaan of hoe je hebt geleefd, bij Hem is vergeving door Jezus.
Zoals Hij Vader is geweest van iedereen die vroeger in Hem geloofde, van iedereen die nu in Hem gelooft, zo zal Hij ook de Vader zijn van iedereen die nog in Hem gaan geloven.

De enige vraag die nu nog open ligt is: ‘Wil jij Zijn kind zijn?
Mag Hij jouw Vader zijn?
Wil jij Zijn kostbaarste bezit worden, Zijn oogappel? (Psalm 17:8)
Weet je, de Vader wacht op jou.
Zoals de vader uit het verhaal iedere dag op de uitkijk staat naar zijn zoon, zo staat God iedere dag op de uitkijk naar jou.
Hunkerend en verlangend naar jouw thuiskomst, zodat Hij jou in Zijn armen kan sluiten.
(Lucas 15:7, 11-32, Efeziërs 3:14-15, Johannes 1:12,13)

En dan zijn we gekomen aan het einde van de brief, en dus bij de afzender: je Vader, Almachtig God.
Abba – Papa.

Ik hoop toch zo, en dat was van begin af aan mijn gebed, dat je de brief hebt uitgelezen en dat je geraakt ben door Zijn liefde.
Dat je zelfs zo geraakt ben door Zijn liefde dat je niet anders kunt dan je hart aan Hem geven.
Dat je ‘Ja’ zegt tegen Jezus, Hem verwelkomt in je leven als je Verlosser.
Dat je je zonden belijdt en erkent dat je Zijn vergeving nodig hebt, zodat Vader God je in Zijn armen kan nemen en tegen je kan zeggen: ‘Welkom thuis, Mijn zoon; welkom thuis, Mijn dochter!’

Maar misschien ken jij God al(lang) als Vader, en lees je deze brief wel voor de zoveelste keer, gewoon omdat je hem zo mooi vindt, dan nog hoop en bid ik dat je opnieuw gegrepen zult zijn door Zijn ontzagwekkende liefde en dat de betekenis van het woord Vader een nieuwe dimensie heeft gekregen.
Maar ik hoop en bid ook, dat je Zijn liefde (opnieuw?) hebt ontdekt in Zijn woord, en dat je er naar verlangd om nog meer van Zijn liefde te ontdekken in Zijn woord, de Bijbel, want dit was er slechts een fractie van.
En dat je door het lezen van Zijn woord, door het steeds meer ontdekken van Zijn Liefde in Zijn woord, je dichter tot Hem mag groeien en je relatie met Hem zal verdiepen.


Lieve Vader in de hemel, nu ik aan het einde gekomen ben van deze brief en daarmee ook van mijn schrijven over Uw liefde die zichtbaar is in Uw woord, wil ik U zeggen dat ik me er bewust van ben dat dit slechts een fractie is van Uw zichtbare liefde in Uw woord.
Uw gehele woord, - de Bijbel, is immers één grote brief vol liefde aan ons.
Want alles wat U daarin heb laten opnemen getuigt van wie U bent en Uw grote liefde voor ons.
Ik bid, dat een ieder die ooit de ‘Liefdesbrief’ in handen krijgt, hem zal lezen en nooit meer dezelfde zal zijn.
Werk met Uw Heilige Geest door deze brief, en door dit schrijven heen, opdat nog velen U mogen leren kennen en in U zullen gaan geloven.
En dat Uw woord ons dierbaarder zal worden dan welk ander boek dan ook; omdat U het bent die daardoor heen tot ons spreekt.
Soms Vader, misschien wel vaker dan ons lief is, begrijpen wij Uw woord niet zo goed, of helemaal niet, en is het daardoor een gesloten boek voor ons, dan bid ik U om de wijsheid van Uw Geest –waar wij vrij om mogen vragen zegt Uw woord, en om openbaring van U, op welke wijze dan ook.
Opdat onze liefde voor U mag groeien met dat we U meer en meer leren kennen.
Opdat ons leven heiliger mag worden, en tot een aangenaam reukwerk voor U.
In Jezus’ Naam.

- Amen -


O Heer,
hoe zichtbaar is Uw liefde in Uw woord;
iedere bladzijde getuigt daarvan.
Och, namen we toch maar de tijd
om te ontdekken hoe U steeds weer
vol liefde tot ons allen spreekt.
Dan zouden we zien hoe alles verbleekt;
ja, in het niet valt bij wat U zegt.
Als we de rijkdommen ontdekken,
die U ons geeft voor iedere dag,
zal er niets zijn wat ons meer bekoort.


Gods rijke zegen bij het meer en meer ontdekken van Gods liefde in Zijn woord.

Een liefdevolle groet,
Rita



>> Vadersliefdesbrief

donderdag 1 juni 2017

De liefde van God zichtbaar in Zijn woord (2)

Vervolg 'Gedachten bij Vaders Liefdesbrief'


Ik schreef al eerder over de zondeval; over de duivel die heerst in deze wereld en die echt van alles probeert om ons mensen bij God vandaan te houden, of om ons tegen Hem op te zetten.
En zo kan het gebeuren dat mensen die God niet kennen, toch doen alsof ze namens Hem spreken.
Zo zijn er al de meest verschrikkelijke dingen gebeurd en gezegd, waardoor mensen –misschien jij ook wel, ontzettend zijn gekwetst en beschadigd, bij God vandaan gehaald of gehouden, en nog erger, zijn vermoord.
Als we terugkijken in de geschiedenis dan lopen werkelijk de rillingen over je rug, zo schokkend is het soms.
Maar echt, zij die zeiden namens God te spreken en te handelen, kenden Hem niet echt, want God is geen God van ver weg en van kwaad.
Hij is volmaakte liefde, en het is Zijn verlangen om ons te overladen met Zijn liefde, gewoon omdat Hij onze Vader is en wij Zijn kinderen.
(Johannes 8:41-44, 1 Johannes 4:16, 1 Johannes 3:1)

Misschien vind je dit laatste wel erg moeilijk omdat je of geen vader hebt gehad, of één die nooit thuis was, of die jou niet zag staan, of die jou misschien helemaal niet wilde, of misschien zelfs mishandelde.
Maar God is niet te vergelijken met onze aardse vaders.
Hij is en geeft veel meer dan hen.
Aardse vaders schieten te kort en doen dingen verkeerd; kunnen handelen uit egoïsme, of projecteren hun frustraties op hun kinderen, of …; de meest afschuwelijke dingen kunnen gebeuren door de persoon die vader heet.
Maar God is de perfecte Vader!
Alles wat Hij doet komt voort uit Zijn liefde voor ons; altijd heeft Hij het beste voor ons voor ogen.
Ook ik begrijp Zijn wegen vaak niet, maar ik weet dat God is God, en dat Zijn wegen en gedachten zoveel hoger zijn dan die van ons. (>> Jesaja 55:8,9)
Maar Hij heeft mij Zijn liefde en trouw al zo vaak laten zien, en ook doen ervaren, dat ik weet dat Hij, en daarmee wat Hij zegt, betrouwbaar is.
(>> Mattheüs 7:11; Mattheüs 5:48)

Weet je, al het goede komt uit Zijn hand.
Mensen willen je heel vaak anders doen geloven; ze geven God heel vaak de schuld als er iets ergs gebeurd, maar het tegendeel is waar.
Al het slechte en verkeerde in deze wereld komt voort uit onze eigen slechte en boze verlangens, uit de verkeerde keuzes die wij maken, dingen die wij wel of niet doen.
Het zijn gevolgen van het ongehoorzaam zijn aan onze God en Vader, en het luisteren naar de vijand, de duivel.
God is goed, en geeft alleen het goede.
Meer nog dan dat, Hij geeft alles wat we nodig hebben!
Onze aardse vader en moeder weten ook wat we nodig hebben, en meestal geven ze dat hun kinderen ook.
Maar op deze aarde gebeurt het helaas ook, dat hoewel ze het weten, het toch niet doen.
Maar zoals ik al eerder zei, God is anders dan onze aardse vaders, Hij is de perfecte vader en geeft wat we nodig hebben.
(Jacobus 1:17; Mattheüs 6:31-33)

Zo is Zijn plan voor onze toekomst altijd vol hoop geweest.
Dit kan ook niet anders, want Hij houdt van ons met een eeuwigdurende liefde.
Weet je nog, vanaf de moederschoot …; weet wat we nodig hebben …;  de perfecte Vader …
Misschien is het heel moeilijk voor je dat er iemand is die niet alleen zegt dat Hij van je houdt, maar dat Zijn liefde zelfs eeuwig is.
En ja, met alles wat we om ons heen zien gebeuren, wat mensen elkaar aandoen, zelfs mensen die eens zeiden van elkaar te houden …
Maar houdt dan dit opnieuw voor ogen: God is anders; God is niet als wij mensen.
God is God, onveranderlijk en eeuwig, dus ook in Zijn liefde.
Vandaar dat Zijn plannen voor ook altijd vol hoop zijn; maar daar vertel ik straks nog iets meer over.
(Jeremia 29:11; Jeremia 31:3)  

Wat je misschien ook nog niet wist, en wat je je misschien nauwelijks voor kunt stellen, is dat Hij heel veel aan je denkt en zelfs een lied van blijdschap over je zingt.
Ontelbaar en kostbaar zijn Zijn gedachten, met blijdschap verheugt Hij Zich over je en met gejubel juicht Hij over je.
Daar word je toch stil van …
Ook zal Hij niet stoppen met het goede voor je te doen, want als Zijn kind ben je Zijn kostbare bezit.
Zijn kostbare bezit word je als je Jezus, Gods eniggeboren Zoon hebt aangenomen als Verlosser en Heer (iets verderop kun je daar meer over lezen).
Dan ben je apart gezet om Hem lief te hebben, te eren en te dienen en om straks voor altijd bij Hem te zijn.
Daarnaast vertelt ‘Zijn kostbare bezit zijn’ ons ook dat we een ‘gekoesterd en geliefd, een zeer waardevol eigendom’ zijn.
Ik las ergens dat je wel kan zeggen dat we daarmee een lievelingsstatus hebben verkregen.
Het laat dan duidelijk zien dat hier dan sprake is van een bijzondere relatie.
En daarom zal Hij ook niet stoppen met het goede voor je te doen.
Hij wil je gewoon graag laten zien wie Hij is; dat Hij alleen God is, en alle macht heeft.
Vraag Hem, - Hij vindt het zo fijn als mensen met vragen bij Hem komen, en Hij zal je zeker ook antwoorden, en je grote en verbazingwekkende dingen laten zien.
(Psalm 139:17,18; Zefanja 3:17, Exodus 19:5; Jeremia 32:40,41; Jeremia 33:3)      

Misschien was of ben je al wel naar Hem op zoek; en lukt het je niet om Hem te vinden;  vraag je je daardoor misschien wel af wat Hij bedoelt met Hem zoeken met je hele hart, en dat je Hem dan zult vinden.
Met heel je hart …
Eigenlijk kun je zeggen, met alles wat in je is; dat alles moet wijken, er niets zo belangrijk is dan dat.
En als je Hem zo zoekt, met een oprecht hart en met alles wat in je is, dan zul je Hem vinden, want dat is ook Zijn verlangen.
(Deuteronomium 4:29)

En als we God leren kennen, en Hem tot de vreugde van ons hart maken (verheug je in Mij) dan belooft Hij dat hij je al de verlangens van je hart zal geven, verlangens, die Hij er Zelf in heeft gelegd.
Weet je, ten diepste is het grootste verlangen van de mens, - de hunkering van zijn ziel, God kennen.
Augustinus, een oude kerkvader heeft ooit eens gezegd: ‘Onrustig is ons hart tot het rust vindt in U’.
En zo is het ook, want we zijn door God geschapen, dus horen we in wezen bij Hem.
Zolang ons hart echter bij Hem vandaan is, zullen we onrustig blijven, zal ons hart zoekende zijn en blijven, en verlangen naar van alles en nog wat.
(Psalm 37:4; Filippenzen 2:13)

O, en God kan nog zoveel meer voor jou en mij doen, meer dan we ooit kunnen beseffen.
Paulus schrijft deze woorden eigenlijk in een gebed voor de Efeziërs naar God toe.
Hij vraagt dat God hen door Zijn Geest kracht geeft om innerlijk sterk te zijn, zodat hun hart door het geloof een blijvende woning kan zijn voor Zijn Zoon, Jezus,.
Dat ze ‘geworteld en verankerd’ mogen zijn in de liefde en dat ze met iedereen die Hem toebehoren in staat zullen zijn om te bevatten hoe groot Zijn liefde wel niet is; een liefde, die elk verstand te boven gaat.
En of ze toch geheel vervuld mogen worden met de volheid van God, met Jezus, die de belichaming is van Zijn volheid.
En zo wil Paulus aan Hem de eer geven met de erkenning dat Hij, alleen al op grond van de kracht die nu al zichtbaar is in Zijn kinderen, nog veel meer kan dan wij kunnen bidden of beseffen.
God is zo groot, zo machtig, zo …. alles …, dat wij als mens hier op aarde nooit in staat zullen zijn om dat te bevatten.
(Efeziërs 3:20)

En deze grote, ontzagwekkende God, is tegelijk ook Degene die je het meest aanmoedigt; de Vader die je troost in elk verdriet, en die dicht bij je is als je terneergeslagen bent.
Ja, zoals een herder een lam draagt, zo dicht wil Hij je aan Zijn hart dragen.
Hij is het die ons steeds door en met Zijn woord bemoedigt, ons hoop geeft en versterkt; ons aanmoedigt om vol te houden.
Hij heeft nooit gezegd dat het makkelijk zal zijn, maar wel dat Hij er altijd voor ons zal zijn.
Hij keert Zich niet van je af als je verdriet hebt of het niet meer ziet zitten zoals mensen dat soms kunnen doen.
Nee, als een liefdevolle Vader buigt Hij Zich naar je toe en neemt Hij je als het ware in Zijn armen en troost je.
Hij is altijd maar één gebed bij jou vandaan!

Heb je trouwen weleens een afbeelding gezien van een herder met een lammetje in Zijn armen?
Wat straalt daar een liefde en zorg van uit, vind je niet?
Het mooie van dit lam in de armen van de herder is, dat het heel dicht tegen het hart van de herder aanligt en zo dicht wil God jou en mij ook bij Zich dragen.
Jezus, Gods Zoon, vergelijk Zichzelf met ook met een herder, de Goede Herder.
In Johannes 10:1-16 in de Bijbel kun je precies lezen wat Hij daarmee bedoelt.
Volg de link onder de Goede Herder maar. https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/johannes/10/
Het is echt geweldig om te lezen hoe groot de zorg en liefde van deze Goede Herder is voor jou en mij.
(2 Thessalonicenzen 2:16-17; 2 Corinthiërs 1:3-4; Psalm 34:19; Jesaja 40:11)


Wordt vervolgd ...



>> Vadersliefdesbrief

woensdag 31 mei 2017

De liefde van God zichtbaar in Zijn woord (1)

Dit keer heeft het schrijven me niet alleen heel veel tijd gekost om te schrijven, ook kwamen er enkele andere belangrijke dingen bij, waardoor ik geen tijd had om het eerder te plaatsen.
Het is ook deze keer echter weer te lang geworden om in één keer te plaatsen, dus ook nu plaats ik het in drie keer op mijn blog.


Neem de tijd …


Met dat ik gisteren (28 april) met mijn Stille Tijd word stil gezet en tot nadenken gebracht over Gods woord, over de beloften die Hij geeft in Zijn woord en hoe wij toch steeds weer naar God toe mogen gaan, Hem Zijn woord voor mogen houden en mogen pleiten op de beloften die Hij aan ons heeft gedaan, komt ook de gedachte binnen hoezeer Gods liefde toch zichtbaar is in Zijn woord.
God, de Allerhoogste, spreekt tot ons mensen door Zijn woord -de Bijbel, het door de Heilige Geest geïnspireerde boek.
Alles wat we in dit leven maar nodig hebben, alles om Hem te leren kennen, alles aan onderwijzing, troost, hoop, bemoedigingen, antwoorden,  …, alles kunnen we vinden in Zijn woord.
(Ik wil bij het woord ‘antwoorden’ wel even opmerken, dat dit niet betekent dat we op al onze vragen het antwoord krijgen dat we willen horen; soms zegt God ook tegen ons ‘Mijn genade is jou genoeg’, of ‘Mijn gedachten en Mijn wegen zijn hoger dan jouw wegen’.
En laten we daarnaast ook niet vergeten, dat ook ‘nee’ een antwoord is.)
Maar in alles, door heel Zijn woord heen, is Gods liefde zichtbaar.
Van het begin tot het einde, van de eerste tot en met de laatste bladzijde, getuigt Zijn woord van Zijn liefde voor ons mensen.
Creëert Hij op de eerste bladzijde een prachtige wereld voor ons, op de laatste bladzijde belooft Hij ons, dat als onze gewaden witgewassen zijn door het bloed van Jezus, we recht(macht) hebben op de vrucht van de Levensboom en de poorten van de stad mogen binnengaan.
Hij heeft ons lief van nog voor Hij ons geschapen had tot zelfs na de zondeval.
‘Mens, waar ben je’ riep Hij, nadat Eva en Adam gezondigd hadden, en ondanks hun ongehoorzaamheid zocht Hij hen, en redde Hij hen en ons. (Gen. 3:9)
Zijn liefde verdreef hen uit het Paradijs, zodat ze niet van de Boom des Levens zouden kunnen eten, en Hij had Zijn plan (Jezus) al klaar om de breuk die was ontstaan tussen de mens en Hem, te herstellen. (Genesis 3:22)
En alles is opgeschreven zodat we Hem kunnen leren kennen en dichter tot Hem kunnen groeien; Zijn liefde voor ons kunnen ontdekken en een leidraad hebben voor ons leven.
Eigenlijk kun je zeggen dat de Bijbel Gods liefdesbrief is aan ons; wat mij betreft zou dat op iedere voorkant van de Bijbel mogen staan:
Bijbel
Gods liefdesbrief aan jou

En als het Zijn liefdesbrief is aan ons, dan is het ook niet zo moeilijk om Zijn liefde erin te ontdekken.
Wat ik wel heel moeilijk en lastig vond, was het wat, waar en hoe in woorden te vangen.
Tot het vanmorgen (het is inmiddels 6 mei) ineens tot mij doordrong hoe ik Gods woord hierboven had genoemd, namelijk Gods liefdesbrief en het bracht mij bij ‘Vaders Liefdesbrief’, die velen van ons ongetwijfeld kennen.

Op Internet kwam ik met mijn zoeken naar deze Liefdesbrief op de site van Wouter van der Toorn, en via zijn schrijven bij de maker en site van de brief, Barry Adams.

Ik luisterde en las de woorden mee van het filmpje dat met het openen van de site  in beeld komt en wist, dit geeft in het kort alles weer.
Geen enkel woord uit deze Liefdesbrief is mij onbekend, maar het is ook goed om je steeds opnieuw te verdiepen in Gods woord(en), en dus ga ik er eens voor zitten om de woorden van deze Liefdesbrief zelf uit te schrijven en er over na te denken.

Misschien klinkt het je allemaal heel vreemd in de oren, en snap je er niet veel van, begrijp je het niet; of misschien zijn ze je wel bekend, maar heb je er nog niet eerder dieper over nagedacht, hoe dan ook, ik wil je uitnodigen om (nog eens) samen met mij de brief door te nemen, en voel je vrij om ook te reageren op wat je leest; ook ik heb namelijk nog een hoop te leren en heb de wijsheid niet in pacht, maar wel een hart vol liefde voor Hem en om wat op mijn hart komt van Hem met jou te delen.


De liefde van God (zo) zichtbaar in Zijn woord.
Focus.
Neem de tijd.
De schoenen uit …


Gedachten bij Vaders Liefdesbrief
Een intieme boodschap van God aan u.


De brief begint met de aanhef ‘Mijn kind’, gevolgd door dat we Hem misschien niet kennen, maar dat Hij wel alles over ons weet.
Als je God niet persoonlijk kent, dan vind je deze aanhef waarschijnlijk heel erg raar.
En dat is best logisch, want als iemand jou aanspreekt als ‘Mijn kind’, dan geeft die persoon er mee aan dat hij je vader is.
Je zult toch maar ineens zo’n brief op je deurmat, of op je tafel, of zoals hier op je beeldscherm vinden, die zo begint.
Maar, misschien ben je toch ook wel een beetje nieuwsgierig geworden; je ziet immers in één oogopslag, dat de schrijver aangeeft dat je Hem misschien niet kent.
Wie zou jou nu zoiets schrijven, wie stuurt jou deze brief en wie noemt jou nu ‘Zijn kind’.
En wat zal er nog meer in die brief staan …
Ik hoop en bid dat je niet direct naar beneden gescrold hebt naar de afzender en de brief vervolgens gelijk hebt weggeklikt, maar dat je hem toch even helemaal hebt gelezen en dat je ook mijn gedachten erbij nog even wilt lezen.
Dan zul je ook gaan begrijpen waarom Hij jou ‘Mijn kind’ heeft genoemd.


De brief vervolgt:
Je kent Mij misschien niet, maar Ik weet alles over je. Ik weet het wanneer je zit en wanneer je weer opstaat. Alles wat je doet is Mij bekend.
Misschien begin je je nu een beetje oncomfortabel te voelen, want ja, Iemand die schrijft dat Hij alles over je weet, terwijl jij Hem niet of nauwelijks kent, dat is toch wel een beetje creepy, een beetje raar en eng.
Of vind je het te belachelijk voor woorden dat Hij schrijft dat Hij zelfs het aantal haren op je hoofd geteld heeft?
Misschien heb je deze brief nog net niet weggeklikt; heb je zoiets van, nou, alleen nog even kijken wat zij erover zegt, maar dan hoop (en bid) ik, dat er iets in jou zich roert waardoor je hem toch helemaal gaat lezen en hier meeleest.
Want weet je, je hoeft helemaal niet bang te zijn voor deze Persoon die alles van je weet, en noch is het te belachelijk voor woorden dat het aantal haren op je hoofd bij Hem bekend is.
Als je verder met me meeleest, zul je dat ook zelf ontdekken.
(>> Psalm 139:1-3; >> Mattheüs 10:2,30)

Wist je trouwens dat je zelfs naar Zijn evenbeeld bent gemaakt? (>> Genesis 1:27)
Nee, dit wil niet zeggen dat je er nu precies hetzelfde uitziet als Hem; God heeft geen lichaam, God is Geest.
Het maakt ook geen verschil of je nu een man of een vrouw bent, want God heeft beiden naar Zijn beeld geschapen, en dat wil zeggen: goed en volmaakt.

Veel mensen worstelen met hun identiteit; met de vraag wie ze nu toch zijn, misschien jij ook wel.
We weten immers niet altijd wat onze echte en ware identiteit is.
Ons zelfbeeld kan zo vervormd zijn door de wereld (en de vijand, de duivel, van oorsprong de hoogste engel van God, maar die tegen God in opstand is gekomen; hij wilde zelf God zijn), dat we leven vanuit een verkeerd denkbeeld.
Maar als we teruggaan naar onze Maker, naar Hem naar wiens evenbeeld we geschapen zijn, dan vinden we onze ware identiteit.
Dan zijn het niet meer wijzelf, of mensen, of omstandigheden, of wat dan ook, die bepalen wie wij zijn, maar wie Hij is en wat Hij over ons zegt.
En Hij zegt: ‘Je bent gemaakt naar Mijn evenbeeld: goed en volmaakt.’

De mens, dus ook jij als je Hem nog niet kent, is voortgekomen uit Zijn verlangen.
Alleen als Zijn kind is alles van ons leven met Hem verweven.
Je zou kunnen zeggen dat we dan in Hem leven, bewegen en bestaan. (Handelingen 17:28)

Je leven is ook geen vergissing, want nog voordat je verwekt werd kende Hij je al; nog voor de wereld gemaakt werd heeft Hij je al uitgekozen.
Sterker nog, elke dag van je leven stond al opgeschreven in Zijn boek.
Hij is het die bepaalde waar en wanneer je geboren werd.
(Psalm 139:15; Jeremia 1:5; Efeziërs 1:4; Psalm 139:15,16; Handelingen 17:26)

Misschien kun je je dit helemaal niet voorstellen.
Misschien word je wel heel boos als je dit leest.
Misschien wil je juist door waar en hoe je bent opgegroeid wel niets van Hem weten, want als Hij Zich jou Vader noemt, en dit alles dan zo regelt, dan …
Maar weet je, God is niet verantwoordelijk voor de puinhopen die wij mensen er van maken.
Ieder van ons maakt zijn eigen keuzes, goed en fout, en de gevolgen daarvan zijn – al dan wel of niet zichtbaar/merkbaar, voor onszelf of voor anderen.
Ja, zeg je nu misschien, maar als Hij God is, dan had Hij het wel allemaal kunnen voorkomen, en het allemaal kunnen veranderen.

Weet je, toen ik net schreef dat we naar zijn naar Zijn evenbeeld zijn geschapen, dan omvat dat nog meer dan goed en volmaakt, - wat overigens door de zondeval te niet is gedaan.
Maar goed, naar Zijn evenbeeld geschapen zijn wil ook zeggen, met een eigen wil, met eigen keuzes, en verantwoordelijkheden.
God schiep alles wonderlijk mooi en perfect: aarde, dieren en de mens, en het was de bedoeling dat de mens zou zorgen voor Zijn schepping.
Maar, hoewel de mens ‘bijna goddelijk was gemaakt’ (>> Psalm 8), was hij daar niet tevreden mee en wilde zijn als God (>> Genesis 3)
Het was dus de keuze van de mens zelf om tegen God in opstand te komen, en daardoor werd alles wat eens zo goed, mooi en volmaakt was, vernietigd.
Maar al deze dingen doen niets af aan Zijn liefde voor jou, het doet niets af aan het feit dat Hij je gewild heeft en dat je daarom bent geboren; zelfs op die plek en in die omstandigheid.
Want in Zijn grote liefde had Hij ook al een oplossing klaar om de verbroken relatie tussen de Hem en de mens te herstellen, waardoor jij ook kunt genezen van al je pijn en verdriet, maar daar kom ik later nog op terug.

Eerst wil ik je nog meenemen naar het feit hoe prachtig je bent gemaakt; hoe kunstig Hij je heeft gemaakt in de buik van je moeder.
(Psalm 139:14; Psalm 139:13)

Ik heb zelf geen woorden die kunnen beschrijven hoe kunstig en hoe prachtig Hij je heeft gemaakt, ons allen heeft gemaakt.
Men zegt weleens ‘woorden schieten mij te kort’, nu, als het gaat over het ontstaan van ons leven, hoe Hij ons heeft gemaakt, dan schieten mij echt woorden te kort.
Ik wil je daarom even meenemen naar een prachtig filmpje wat dit in het kort laat zien.
>> Het wonder van conceptie tot geboorte

Ik weet niet wat er door jou heen gaat als je deze beelden ziet, maar bij mij liep een traan van ontroering en bewondering over mijn wang.
Is het niet prachtig; is het niet kunstig?
Zijn we eigenlijk niet allemaal ware kunstwerken?

Helaas is de zonde de wereld ingekomen en met de zonde de gebrokenheid, ziekte, ontevredenheid, andere maatstaven dan die van God enz. enz.
Misschien ben je wel anders dan de gemiddelde mens geboren en lijdt je onder hoe iedereen naar je kijkt en met je omgaat.
Misschien heeft het leven wel allerlei sporen achtergelaten; misschien zie je er niet (meer) uit zoals je graag zou willen, maar weet je, je bent en blijft een waar kunstwerk van Zijn hand en Zijn liefde is niet afhankelijk van welke littekens je met je meedraagt, nog van met welke verminkingen, of  hoe je ter wereld bent gekomen.
Wij mensen, ja, wij mensen beoordelen elkaar naar hoe we eruit zien, en of iemand ‘mooi’ is enz., maar Hij niet, Hij ziet voorbij al deze dingen, Hij ziet jou!
Hij ziet jou als persoon: kunstig en prachtig gemaakt!
Ik zei, Zijn maatstaven zijn heel anders dan die van de wereld.

De duivel heeft het in deze wereld voor het zeggen gekregen en waar het maar mogelijk is, zal hij er alles aan doen om er o.a. voor te zorgen dat mensen ontevreden over zijn of worden over zichzelf; het liefst ziet hij dat ze zichzelf gaan haten en verminken op welke manier dan ook, omdat hij weet dat dit hun Schepper enorm veel verdriet doet.
Hij maakt ideaalplaatjes en doet mensen geloven dat ze alleen van waarde zijn, alleen iets kunnen bereiken, als ze daaraan beantwoorden.
En wij mensen lopen er met open ogen in.
De één wordt er ontevreden door en krijgt een hekel aan zichzelf, anderen nemen het over en leggen het ook weer aan anderen op.
En het is heel verdrietig maar waar, ook onder Gods kinderen gebeuren deze dingen, terwijl wij het juist anders zouden moeten doen, omdat we beter weten.
Ik wil jou daarom ook als kind van God om vergeving vragen als ik, of anderen, jou ooit iets dergelijks hebben aangedaan.
Vergeef ons, dat we soms net zo hard en wreed zijn als de wereld.
Luister toch niet naar ons, naar de wereld, en lees maar snel wat de afzender van deze brief over en tegen  je zegt.

Want, nadat Hij je zo mooi en kunstig maakte, kwam de dag dat je helemaal ‘af’ was, en toen je werd geboren, was Hij ook daar bij.
Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat Hij de eerste was om je te verwelkomen.
Niet de verloskundige, of je vader of moeder, maar Hij, Degene die jou zo prachtig heeft gemaakt in de buik van je moeder.
Dus, als je niet gewenst was, werd weggegeven, of ergens achtergelaten, of …, onthoudt dan dit: er is altijd Iemand die oneindig veel van je houdt; die je heeft gewild, en die je welkom heette in deze wereld.
(Psalm 71:6; Jesaja 46:3b,4 → eigen toevoeging)    


Vervolg morgen ...



>> Vadersliefdesbrief

vrijdag 14 april 2017

De liefde van God zichtbaar in Zijn genade (3 - slot)

Neem de tijd ...

God geeft niet naar dat wij verdienen, maar schenkt ons in Jezus, genade op genade.
Zo ook als het gaat om het volgende.
Zolang ik me kan herinneren heb ik ook gezongen wanneer ik maar kon.
Als kind urenlang op de schommel, op de zondagsschool van de Hervormde kerk, later met anderen op speciale avonden van de Chr. Gereformeerde kerken in de regio.
Ik zong op de fiets, op school in Utrecht, tijdens mijn werk.
Met mijn vader op zaterdagmiddag in de kerk waar hij als organist de sleutel van had; en och, wat zong dat geweldig en wat klonk dat mooi!
Of ook bij het orgeltje dat we thuis hadden, of samen met mijn moeder bij de vaat.
Eens heb ik me opgegeven voor een zangwedstrijd van de EO, maar ik heb nooit het lef gehad om te gaan, mijn angst en onzekerheid zorgden ervoor dat ik het afzei.
Echter door het roken verloor mijn stem haar glans, en op een gegeven moment was er niet zo veel meer van over.
Zingen deed ik nog steeds graag, maar zoals vroeger, nee, dat was voorbij.
Toch ben ik blijven zingen, ook in de moeilijke jaren die kwamen.
De aanbiddingsavonden van de gemeente waar we toen nog lid van waren, werden mijn zingende-met-gebroken-hart-en-stem-voorbede-en-staande-blijfavonden.
Ik denk dat ik daar geleerd heb, pas ingezien heb, wat een lofoffer werkelijk inhoudt.
>> Broken Hallelujah - Gebroken Halleluja

Inmiddels is het alweer heel wat jaar geleden dat ik op Goede Vrijdag gestopt ben met roken, ik ben de tel kwijt geraakt, maar niet het besef van het Genadegeschenk dat God mij heeft gegeven (naast Zijn hulp, waardoor het dit keer ook echt gelukt is), namelijk mijn stem terug om Hem de lof en eer toe te zingen en nu ook in het Aanbiddingsteam van onze gemeente.
En dat op mijn leeftijd!
Welk een trouwe en liefdevolle God is HIJ!


Wat God mij door Zijn Geest ook heeft laten zien en heeft geleerd, is de kracht van Zijn woord.
Het was op een dag dat ik de wanhoop nabij was, en niet meer wist wat ik nog kon doen, en ook niet meer wist hoe of wat te bidden.
Het was op die dag, dat Gods Geest mij drong om Gods woord te openen en allerlei Bijbelteksten uit te schrijven.
Eerst allemaal teksten waarin wanhoop doorklonk, uitroepen om Zijn hulp en redding, en vervolgens allemaal Bijbelteksten waarin doorklonk wie Hij was, en wat Hij allemaal heeft gedaan enz.
Vervolgens heb ik midden in de kamer hardop alles opgelezen en mijn wanhoop verdween en maakte plaats voor stille vrede in mijn hart.
Ik wil niet zeggen dat ik het nu helemaal voor elkaar heb, echt niet, maar de herinnering aan deze middag, aan dit moment, staat in mijn geheugen gegrift en brengt mij met iedere moeilijkheid bij Zijn woord.
Zijn woord stellen tegenover wat mij wanhopig maakt, tegenover mijn moeilijkheden en problemen, het verlegd eenvoudig mijn aandacht van mijzelf naar Hem en dat maakt dat ik veel meer aankan dat ik ooit had gedacht.
De moeilijkheden en problemen gaan niet weg, maar ik word er dan wel steeds weer bij bepaald Wie het is die mij bijstaat en helpt.
Een leerproces voor de rest van mijn leven, een keuze die ik steeds opnieuw moet maken.
Maar wat een Genade, wat een liefde, dat Hij mij zo tegemoet kwam (en komt) in mijn wanhoop.


In mijn raamkozijn staat een knipwerkje van een vogelkooi met een geopende kant; ooit gekregen van een lieve ‘zus’, die één van mijn stukjes had gebruikt op een Vrouwenochtend en die iemand tegen kwam die mij weer kende.
De vogelkooi is voor mij van grote betekenis, want het brengt de herinnering terug in mijn gedachten aan de toespraak van Margreet van Straalen  ‘Van afwijzing tot aanvaarding’, een toespraak die we met een groepje vrouwen hebben geluisterd en die ik vervolgens helemaal heb uitgeschreven en uitgespit.
Het bracht mij bij het feit dat ik (door allerlei omstandigheden) was als die vogel in die kooi met geopend deurtje was, vrij en toch gevangen.
Vrij om te gaan en staan, maar gevangen door de angst voor het onbekende; gevangen door een vals gevoel van veiligheid, want laten we eerlijk zijn, hoe ‘onprettig’ soms iets ook kan zijn,
als dat het enige is dat we kennen, dan kan dat ook een bepaald gevoel van veiligheid geven.
Maar God gaf mij met het inzicht ook de kracht en moed om die ‘valse, veilige’ plek te verlaten en ik legde mijn hand in die van Hem, en zo gingen we samen op weg.
En welk een bijzondere wereld is er niet voor mij opengegaan!
>> Mijn geliefde dochter (vervolg)
Ja, het was doodeng, het heeft heel wat gekost, maar het was het allemaal waard!
Wat was die toespraak een Genadegeschenk, wat waren het (meerdere keren) luisteren en uitschrijven ervan Genademomenten, welk een inzichten gaf Hij mij niet wat betreft de blokkades en dergelijke die er waren in mijn leven; wat is Zijn liefde daarin zichtbaar!

>> Van afwijzing tot aanvaarding (toespraak van Margreet van Straalen – even naar beneden scrollen en onderaan beginnen*)


Angst is iets dat deel uitmaakte van mijn vorige herinnering, van verschillende herinneringen.
Angst is wat al heel vroeg in mijn leven is binnengekomen, er waarvan God mij heeft laten zien, dat het satans manier is om Zijn kinderen weg te houden, of weg te halen, van hun bestemming.
Wat een Genade is het niet alleen dat God dit liet zien, maar ook dat Hij mij de moed en kracht geeft, en daarin ook naast mij en met mij mee gaat, om dit te veranderen en mij alsnog daar te brengen waar Hij mij hebben wilt, namelijk in de vrijheid.

Mensen zeggen soms: zo ben ik nu eenmaal, maar ik geloof met heel mijn hart, dat God niet wil dat we blijven wie we zijn.
Ik geloof met heel mijn hart, dat Hij bij machte is ons te veranderen, als wij het maar toelaten.
Het leven brengt nu eenmaal soms dingen met zich mee, waardoor wij heel anders worden dan we als kind waren, of zoals we hadden kunnen zijn, als de omstandigheden anders waren.
Toch zie ik om mij heen, en gedeeltelijk ook aan mijzelf, dat we zo niet hoeven te blijven en dat we het ook niet als een excuus kunnen gebruiken, want onze God is groter en machtiger dan hij die ons klein en gebonden wilt houden.
Hij zond Zijn Zoon, onze Here Jezus Christus naar deze wereld, zodat we nieuwe mensen kunnen worden, mensen die bevrijd zijn van zonde en schuld, maar ook van het oude leven dat we hebben geleefd.
Het antwoord op alles is Genade, Gods Genade, en in die Genade is Zijn liefde zichtbaar.

En zo ben ik weer terug waar ik was begonnen, bij Genade, bij Grace, Amazing Grace.
Bij ‘It is by GRACE you (I) have been saved!’; bij ‘door genade bent u (ik) gered’.
Want, niet alleen heeft God mij Zijn grootste Genadegeschenk gegeven in Jezus, maar ook al deze andere dingen en de vele momenten en geschenken die nog zullen komen.
Het is Zijn Genade waardoor ik ben gered voor de eeuwigheid, maar het is ook Zijn Genade die mij keer op keer red van mijzelf en alles wat nog uit mijn leven weg moet om meer en meer op Hem te gaan lijken, om heilig(er) te worden, zoals Hij zegt in Zijn woord.


Alles wat ik hier heb opgeschreven zijn slechts enkele van de vele herinneringen die ik heb van momenten van Gods genadegeschenken.
Van sommige was ik mij al bewust dat het Genademomenten waren, van anderen kwam ik er pas veel later achter en een enkele pas met het lezen van het boekje.

Ik hoop (dat is eigenlijk mijn gebed) dat ook jij met het lezen van alles iets van Zijn liefde, die zichtbaar is in Zijn Genade, hebt ontdekt, en meer nog, dat het je aangezet heeft, of aanzet, tot het kijken naar Zijn liefde in de Genademomenten en -geschenken in je eigen leven.
Schrijf ze op en bewaar ze.
Met het opschrijven word je je bewuster van dingen, komen dingen beter binnen, en onthoud je dingen beter.
En soms kunnen dingen die je hebt opgeschreven weer tot een enorme bemoediging voor jezelf zijn, of je terugbrengen bij Hem, of een aansporing zijn, of …
Misschien zelfs van (levens)belang voor iemand die het ooit later in handen krijgt; wie zal het zeggen; God weet het.


Als laatste staat er nog één zin in het schrift dat ik gebruikt heb om alles op te schrijven, en daarmee wil ik eindigen.
Het heeft niets met het boekje te maken, nog met mijn herinneringen, maar ik denk dat het wel uit dit alles voortkomt en alles zegt:

‘Wees niet bang om aan de hand van Jezus te gaan!’


Lieve Vader in de hemel, het schrijven heeft deze keer wel heel wat voeten in de aarde gehad, maar dank U wel, dat U mij dwars door alles heen hebt geleid en geholpen.
Ik bid, Vader, dat het opnieuw tot zegen mag zijn en mensen heel dicht bij U zal brengen.
Niet door alles wat ik heb meegemaakt, of wat er is gebeurd, maar door wat U daarin voor mij hebt gedaan en betekent, en dat U dit niet alleen voor mij zo is, maar voor iedereen.
Wie U met het hele hart zoekt, zal U vinden, zegt Uw woord.
Nader tot Mij, en Ik zal tot u naderen!
U bent geen God van ver weg; U bent een God die ons zoekt en een relatie met ons wilt.
En door Jezus, Uw Zoon, door Zijn lijden en sterven, heeft U dit weer mogelijk gemaakt voor ons.
Door Hem mogen wij U Abba – Vader – noemen.
Wat een Genade, wat een Liefde!
Dank U wel!
Geprezen zij Uw grote Naam, van nu aan tot in alle eeuwigheid.

– Amen –


Zo terugdenkend zie
en ervaar ik Zijn liefde
meer en meer.
Het vult mijn hart
met dankbaarheid,
en mijn mond
met lof en eer.


Gods rijke zegen in het ontdekken van Gods liefde in Zijn genade in jouw leven.
Een liefdevolle groet,

Rita











* Wil je de toespraak van Margreet van Straalen graag in wordbestand lezen, dan kan ik je dit per mail toesturen.
Gebruik hiervoor het contactformulier bijna onderaan rechts op dit Blog, of mail naar bloemingodstuin@upcmail.nl.
Dit geldt ook voor mijn verhaal van ‘Onderweg naar Pasen’.

donderdag 13 april 2017

De liefde van God zichtbaar in Zijn genade (2)

… Ik trek mij terug, 
word stil en laat mij 
leiden door Zijn Geest.
En in de herinneringen
die komen, toont Hij mij
dat Hij er altijd, en overal,
bij is geweest.


De eerste herinnering brengt mij terug naar de nacht waarin mijn man heerlijk op bed lag te slapen, terwijl ik beneden aan tafel zat te schrijven (ik had toen nog geen eigen kamertje).
Al langere tijd was er diep in mij iets dat mij drong om stil te worden en de tijd te nemen om mijn gedachten en gevoelens op te schrijven rond de vraag die mij al lange tijd bezig hield, namelijk: besef ik zelf eigenlijk wel hoe groot Zijn lijden was?
En die bewuste avond, toen we aanstalten maakten om naar bed te gaan, was het gevoel om te moeten schrijven zo sterk, dat mijn man alleen naar bed ging en ik plaatsnam aan mijn keukentafel om te schrijven.
En ik heb geschreven tot in de vroege ochtend.
Nooit eerder, en ook niet daarna, is wat Jezus voor mij heeft gedaan zo diep binnengekomen.
Nimmer heb ik zo’n berouw gehad over mijn zonden en wat Hij daarvoor heeft moeten lijden.
Het is nu pas dat ik besef welk een Genademoment deze nacht was, welk een Genadegeschenk deze tijd met Hem, dit schrijven.
Hoe zichtbaar was en is Zijn liefde niet in Zijn allergrootste Genadegeschenk:  JEZUS.

Het verhaal is te lang :) om hier ook op te schrijven, maar via onderstaande link kun je het lezen.
Ik heb het verdeeld over verschillende blogpost, van ‘Onderweg naar Pasen … (het begin) in maart 2013 tot aan het slot in april.
(>> Onderweg naar Pasen …)


De volgende herinnering brengt mij op het grootste dieptepunt van mijn geloofsleven.
Na jaren van zware stormen in ons gezin was ik op een gegeven moment zo moe, zo boos, zo opstandig, zo teleurgesteld, dat ik het niet meer zag zitten, zowel eigenlijk het leven niet, als ook mijn leven met God.
Was het nog niet genoeg?
Waarom liet Hij dit alles toe?
Was de strijd om het leven van onze jongens nog niet genoeg, moest dit er ook nog bij?
Betekent geloven dan alleen maar strijd en moeiten en pijn en verdriet en …
Ik wilde niet meer, en zo kwam ik op een kruispunt in mijn leven waarvan ik nooit had gedacht maar te kunnen komen.
Op het punt waar ik me afvroeg of ik Hem dan maar vaarwel zou zeggen en zonder Hem verder zou gaan, of verder met Hem, maar zonder te nog te weten hoe.
En ik stelde mij voor hoe het zou zijn als ik alles maar vaarwel zou zeggen …

Mijn Bijbel(s), en alles in ons huis en op mijn kamer wat naar Hem verwijst, of op Hem wijst, wegdoen, niet meer naar de kerk of naar kring, geen aanbiddingsavonden meer, geen gebed meer (–ach, wat hielp dat immers …).
Niet meer ’s morgens met Hem beginnen, niet meer gedurende de dag met Hem praten, geen noodkreten naar boven meer op welk moment van de dag of nacht dan ook, niet meer schrijven, dichten, niets meer van alles wat ik ben en adem.
Niets meer …
Dan komt dit besef binnen: maar … dan ben ik niets, dan ben ik nergens meer.
Wat blijf er dan nog over?
Wat blijf er dan nog over van mij?
Dan wordt mijn leven zinloos, dan houdt het leven op, dan is alles … leeg …
En ik kon de leegte bijna gewoon voelen en op dat moment wist ik dat ik nooit zonder Hem kan …
O God …  hoewel ik op dit moment niet weet hoe ik verder moet, weet ik wel dat ik niet zonder U verder kan; zonder U houdt mijn leven op te bestaan, zelfs als ik gewoon verder leef.

Zelfs op dit grootste dieptepunt van mijn geloofsleven was Hij er met Zijn Genade.
Geen veroordeling, geen hand die mij wegvaagde, geen mond die sprak: weg van Mij, Ik wil je niet meer.
Alleen maar liefdevolle Vaderarmen, die nog steeds, ook na dit alles, wijd open waren om mij op te vangen, mij liefdevol te omarmen om samen met mij de weg te gaan die nog voor mij lag.
Wat een Genade!
Wat een Liefde!


Dan is daar het moment van mijn volwassen doop.
Welk een strijd daar om heen, ik ben immers ook als baby gedoopt.
Maar God liet mij duidelijk zien, zowel door Zijn woord als in het zeker (gevoels)weten, dat Hij dit van mij vroeg en ik ervoer de bevestiging op het moment dat ik uit het water omhoog kwam: ‘Ik ben vrij!’
Vrij van ‘je moet dit, je moet dat’; vrij van het wetticisme, het zelf moeten doen.
Met Hem begraven en weer opgestaan; niet meer ik, maar Hij leeft in mij!
Het heeft me best veel gekost; de relatie met mijn vader is nooit meer geworden wat die was, maar God vroeg mij te kiezen, mijn angst voor de reactie van mijn vader en wat daar uit voort zou komen, of Hem gehoorzaam zijn.
Van mijzelf had ik dit nooit kunnen doen, maar dankzij Hem wel.
Vergeven, genezen, bevrijdt; een nieuw leven ving aan.
Wat een Genade, wat een Liefde!
>> Mijn doopgedicht


Ik ellendig mens, …
O, ik ben zo dankbaar, dat mijn vader niet in die ellende is gestorven, maar dat hij met het ziek worden, verlost werd van zijn angst voor de dood en daarmee van deze woorden.
Deze woorden, ‘Ik ellendig mens, …’ waren keer op keer zijn woorden.
Hij was doof als ik hem zei dat er nog wat achter stond, dat het hier niet ophield, dat Paulus nog meer zei.
‘Maar Gode zij dank, door Jezus Christus, onze Here …!’
Ik was nog jong, een tiener als ik mij vastklamp aan wat er achteraan kwam en weigerde (ondanks alle gevoelens die bovenkwamen) daarin weg te zinken.
Ik zie daarin Gods genade, Gods liefde, dat Hij mij dit voorhield, terwijl overal om mij heen mensen bleven steken in het ‘Ik ellendig mens, …’


Een ander Genadegeschenk dat ik van God ontving als vijftienjarige, was met de preek van Professor Velema over ‘Mijn Vader’.
Het was de eerste keer, voor zover ik mij kan herinneren, of dat het pas echt binnenkwam, dat ik God mijn Vader mag noemen.
Ik weet echt niet meer wat hij verder allemaal heeft gezegd in die preek, behalve deze twee woordjes, die blijven mij mijn gehele verdere leven bij.
Een paar jaar later schreef ik er een gedichtje over, één van mijn eerste gedichtjes.
>> Mijn Vader


Met het oog op vergeven komen er een paar herinneringen boven.
Herinneringen aan heftige en moeilijke tijden, aan wat mij en later ook ons als gezin, aan onze dochter, werd aangedaan.
Mijn gedachten gaan naar de plaats waar ik gewerkt heb, naar mijn laatste afdeling …
Naar de tijd dat onze dochter verkering had met een jongen wiens pleegouders onze dochter van ons af wilde nemen en in hun eigen huis wilden hebben.
De pijn is weg, zo ook het verdriet, het zelfmedelijden en de bitterheid, de angels zijn eruit.
Ik had het nooit zelf gekund, ik wilde het zelf niet eens, maar dankzij Hem, dankzij Zijn Genade en Liefde kwam ik tot vergeven en gaf Hij de diepe genezing die daarbij hoort.
Het lied ‘Mercy’ van Laura Woodley heeft in die genezing zeker de laatste hand gehad; het bracht mij ook tot het schrijven van het gedicht >> ‘I've been forgiven of more - Ik ben meer vergeven’.


Wat ik ook zo bijzonder vind, is dat hoewel ik opgegroeid ben met een toornende God (opnieuw zeg ik erbij ‘in mijn beleving’), en voor die God heel bang was, ik niet bang was om Hem alles te vertellen.
Zolang ik me kan herinneren was er aan de ene kant een stuk angst voor God, en aan de andere kant ook een stuk dat niet bang voor Hem was.
Altijd is er ergens een diep besef geweest, dat God in werkelijkheid anders was dan de God die ik kreeg voorgeschoteld (in mijn herinnering –misschien was het minder erg dan ik het me herinner)
Het feit dat Hij alles van mij wist, alles zag wat ik deed, boezemde mij geen angst in, maar maakte het mij juist makkelijk om Hem alles te vertellen, want Hij wist het immers toch al, en het maakte het ook gemakkelijker om Hem overal bij te betrekken.
Ik zie dat als dat Zijn hand van kleins af aan op mijn leven was, en ik zie met het ouder worden meer en meer de Genade die daarin ligt en de Liefde die daarin ten grondslag ligt.


Gods Genade en Liefde zien in het feit dat iemand je tot de orde roept, heeft wel wat jaren gekost.
Door alles wat er in mijn leven gebeurd was en gebeurde, was ik terecht gekomen in een poel van zelfmedelijden, zelfbeklag en bitterheid.
Heel wat mensen hebben mijn verhalen vol van pijn en alle ellende die ik toch maar mee moest maken keer op keer moeten aanhoren.
Tot er op een dag iemand (een oudere man die ik heel graag mocht, nou ja, daarna ook even niet meer en die tevens psycholoog was geweest) op bezoek kwam en niet meeging in mijn zielige verhalen, maar mij vertelde dat ik mezelf eens aan moest pakken en iets anders moest gaan doen, zodat ik niet zoveel tijd had om aan en over mezelf na te denken (daar kwam het tenminste ongeveer op neer).
Ga borduren of zo, zei hij; met zo’n telpatroon kun je tenminste niet aan jezelf denken.
Mijn ‘dat heb ik nog nooit gedaan’ en ‘dat kan ik toch niet’ veegde hij van tafel.
Ach, hoe het precies gegaan is weet ik niet meer, noch wat hij precies heeft gezegd, maar ik weet nog wel dat ik heel erg teleurgesteld was en verdrietig, want ik had die dag juist iemand nodig die mij zou bemoedigen, een arm om mij heen zou slaan, me zou troosten, en hij deed niets van dat alles.
Het voelde eerder alsof ik op mijn kop kreeg; ik, die al zoveel te verduren had.
Maar zijn woorden bleven wel hangen, daar zorgde God wel voor, en Hij zorgde er ook voor dat ik erover ging nadenken en Hij zorgde er ook voor dat ik uiteindelijk toch een borduurwerk kocht en ging borduren.
En met het borduren, -het tellen, kwam er minder ruimte om met mijzelf bezig te zijn.
Daarnaast gaf God ook de juiste boeken, die mij ook de juiste weg wezen, en na jaren van worstelen met God en met mezelf, veranderde mijn leven.
O ja, ik ben nog steeds iemand van details en het keer op keer ‘moeten’ vertellen van dingen voor ik iets een plaats kan geven, dat schijnt zo bij mij te horen(al blijf ik er ook van overtuigt dat Hij dit in mij kan veranderen), ik moet kunnen praten, al helpt het schrijven mij ook enorm.
Maar welke een Genadegeschenk was deze man, die het lef had om mij tot de orde te roepen en niet mee te gaan in mijn zelfbeklag.
Welk een Genademomenten waren er in de jaren die volgden in het herinneren van zijn woorden, de borduurwerkjes, de boeken …
En opnieuw, welk een liefde van God is niet zichtbaar in Zijn Genadige geduld met mij.


Wat komen de woorden uit Psalm 147:3, die de schrijver van het boekje aanhaalt binnen:
‘Hij geneest wie gebroken zijn, en verzorgd hun wonden.’
Alles in mij roept ‘AMEN’.
Weg is immers de pijn van alle woorden, genezing is wat ik ervaar; mijn diepe wonden heeft Hij verzorgd.
Ja, Jezus kwam echt voor de gebrokenen van hart; Hij kwam voor mij!
Ik weet dat ik op sommige punten (heel) kwetsbaar ben, maar ik weet bij Wie ik moet zijn.

Wordt vervolgd ...

Gods rijke zegen in het ontdekken van Gods liefde in Zijn genade in jouw leven.
Een liefdevolle groet,

Rita




woensdag 12 april 2017

De liefde van God zichtbaar in Zijn genade (1)

Neem de tijd …


‘It is by GRACE you have been saved.’

‘Ja, vanwege de Genade zijt gij mensen die gered zijn door het geloof; 
en dat niet dankzij uzelf: Gods gave is het;…’

>> Efeziërs 2:8


Het is door het Dagboekje dat ik gebruik met mijn FF (>> First Focus)  dat ik werd bepaald bij het woord Genade; bij het zichtbaar worden van Gods liefde in Zijn genade.
Ik had werkelijk geen idee hoe of wat ik daar verder mee moest (en eigenlijk nog niet goed) maar het past wel precies in de lijn van waar ik mee bezig ben, en het valt precies in de maand dat we ook Goede Vrijdag en Pasen herdenken en vieren.
Als ik dan vanmorgen (het is nu dinsdag 28 maart) het document open waar ik de titel al had ingevuld, weet ik eigenlijk niet waar ik en hoe ik moet beginnen.
Het woord Genade komt ontzettend vaak voor in de Bijbel, dus aan de hand van welke tekst zal ik dan gaan nadenken en schrijven …
Ik kijk en zoek en denk, en denk … en ik ga nog maar even wat anders doen.

Als ik wat later terugkom schijnt de zon behoorlijk naar binnen door het zijraam van mijn kamertje, en dus buig ik mij iets voorover om de screen naar beneden te doen.
En terwijl ik  me voorover buig en met mijn hand naar de knop ga, lees ik schuin vanuit mijn ooghoek het woord ‘Grace’ op het bord dat ik vorig jaar met mijn verjaardag heb gekregen en dat toch eigenlijk heel duidelijk zichtbaar en leesbaar op mijn kamertje staat.
Zo dichtbij, en toch had ik het niet gezien.
 Als ik dan ook de tekst eronder lees, weet ik dat dit het woord is waarvoor ik de tijd mag nemen om over na te denken en te schrijven.

‘It is by GRACE you have been saved!’
Het is door GENADE dat je bent gered!’
Grace.
Genade.
Een onverdiende gunst, een onverdiend geschenk.


Ik heb geen prachtig en groots bekeringsverhaal.
Ik weet ook de datum niet van de dag dat ik mijn hart aan de Jezus heb gegeven; al wat ik nog weet, is dat ik als kind, in één van de kinderkampen van de NCGB onder leiding van (ome) Aad en (tante) Coby v.d. Sande, mijn hartje aan de Heer heb gegeven; een hartje dat Hem echter allang toebehoorde.
Ik heb het al eens eerder geschreven, ik ken geen leven zonder de Heer; Hij is er gewoon altijd al geweest.
Er is een tijd geweest dat ik dit best lastig vond, maar nu niet meer.
Steeds meer ga ik de genade daarvan inzien en ervaren.
Het één is immers niet beter, makkelijker of mooier dan het ander, we gaan alleen allemaal een andere weg –God gaat met een ieder van ons een andere weg.
Want, waar we ook vandaan komen, of het nu uit de wereld is of uit een (al dan wel of geen warm) christelijk nest, we zullen allemaal vroeg of laat zelf een eigen keuze moeten maken of we de Heer willen volgen en dienen ja of nee.
En is de weg tot onze redding genade, ook alles wat er volgt in ons leven, elke leerschool, alles wat we ontvangen, is ook genade.
Genade is alles, en alles is genade.


‘It is by GRACE you have been saved!’
Het is alsof God Zelf deze woorden tot mij spreekt; alsof Hij mij er opnieuw bewust van wilt maken en mij de diepte ervan nog meer wil doen kennen.
Alsof Hij met uitdaagt om te gaan zoeken, te graven, te overdenken, zodat mijn leven weer een stapje dichterbij Hem komt en tot Zijn eer zal zijn.

Focus.
Neem de tijd.
De schoenen uit.
De diepte zien van Zijn liefde.
Zijn liefde zichtbaar in Zijn geduld.
In Zijn genade …



Amazing Grace …
Het is inmiddels 5 april en ik ben niet verder gekomen de afgelopen dagen.
Hoe moet ik verder?
Eigenlijk weet ik nog steeds niet hoe of wat te schrijven.

In de tijd dat ik de eerste woorden trachtte op te schrijven en nu, kwam ik met het nadenken en zoeken het boekje van Jos Douma 'Genade ervaren' tegen.
Ik las (dacht ik) het eerste hoofdstuk (maar bij nader inzien was het waarschijnlijk de 1e preek) maar al snel had ik zoiets van, dit boekje wil ik hebben en ik moet dit gelezen hebben voor ik verder kan.
Een dag later lag het boekje in mijn brievenbus en het bleek een zeer waardevol boekje.
Heel wat keren kwam ik met het lezen tot het besef dat ik in mijn leven al vele genadegeschenken van God heb ontvangen.
Met het lezen kwamen namelijk steeds weer allerlei herinneren in mijn gedachten, waarvan ik met het lezen besefte: dit is genade.
Soms was ik zelfs tot tranen geroerd.
En het deed me beseffen dat we veel meer genade ontvangen  dan we ons vaak bewust zijn, en, en dat is het allerbelangrijkste, dat Zijn woord waarheid is als het zegt dat we ‘uit Zijn (Jezus) volheid genade op genade ontvangen’.
En het doet me ook opnieuw zien hoe groot Gods liefde is; liefde zichtbaar is in al die genadegeschenken.


Maar het is inmiddels alweer een paar dagen geleden dat ik het boekje uit heb, en ik kom er achter hoe snel ik het ook weer vergeet.
En het doet me eigenlijk best verdriet, want ik weet nog heel goed dat die momenten er waren en hoe sommige dingen uit het boekje mijn hart diep raakten.
Maar de drukte van alle dag, alle andere dingen die mijn aandacht en tijd vroegen, lieten mij alleen achter met de vage herinnering aan het ‘iets’.
Ik weet dat dit vrij ‘normaal’ is, dat we ons gewoon niet altijd alles kunnen herinneren en maar terug kunnen halen wanneer wij dat willen; dat het best ergens ligt opgeslagen en boven komt, maar voor nu, voor nu wilde ik dat het anders was.

Met dat ik deze dingen schrijf en tot dit besef kom, komt ook een opmerking van Ann Voskamp van haar DVD over Dankbaarheid die we afgelopen maandag met de VrouwenBijbelstudiegroep hebben gekeken in mijn gedachten: ‘Satan hates our pens’
(de eerlijkheid gebied mij om te zeggen dat ik de precieze woorden niet meer wist, alleen ongeveer en ik heb het snel nog even teruggekeken voor de juiste woorden; ze citeert hier trouwens Maarten Luther)
Pennen zijn er om dingen op te schrijven, te noteren, om te kunnen onthouden en/of door te geven, en ik kan me er dus wel wat bij voorstellen dat hij, satan, het haat als wij dingen opschrijven waardoor we meer van Hem gaan houden, Hem beter leren kennen, beter kunnen onthouden wat Hij zegt, of daardoor terug kunnen vinden wat Hij heeft gezegd enz.

Is dit het dan wat ik deze keer mag gaan doen, wat Hij wilt dat ik zal doen?
Nog een keer het boekje lezen (dat is namelijk het gevoel dat mij de hele tijd als ik deze dingen schrijf bekruipt) en dan de herinneringen en/of gedachten opschrijven die opkomen?
Zodat het ontdekken van genade in de herinneringen mij Zijn liefde doet zien, Zijn liefde zichtbaar wordt?
Zodat tevens een ieder die meeleest ook de genademomenten gaat zien in eigen leven en daarmee Gods liefde?

Dat ga ik dan nooit in deze ene dag die ik gereserveerd heb als schrijfdag redden, is mijn eerste gedachte en het vliegt me eigenlijk gewoon een beetje aan.
En toch … toch is er iets dat mij dringt om terug te gaan naar dit boekje, het nogmaals te lezen en pen en papier bij de hand te nemen en te op te schrijven wat in mijn gedachten komt, wat mij aanspreekt en raakt, doet nadenken, of wat dan ook.
Met andere woorden: wat Gods Geest mij te binnen brengt of laat zien, want dat is immers mijn gebed, ook vooraf aan het opnieuw lezen van dit boekje.
Ik sluit mijn laptop af, en gewapend met pen, papier en het boekje ga ik naar beneden naar ‘mijn stoel’ …


Amazing Grace 
8 April 2017

De rest van de dag van 5 april heb ik lezend en schrijvend doorgebracht.
En hoewel het nog maar kort geleden was dat ik het boekje gelezen had, het was beslist geen straf, noch kostte het mij moeite, om het opnieuw te lezen.
(En ik denk dat ik het zelfs zo nog een keer kan lezen)
Voor mijn gevoel zijn niet alle herinneringen die met het lezen in mijn gedachten kwamen hetzelfde als met de eerste keer lezen, maar velen wel.

Nu vraag ik me af of ik al deze dingen moet opschrijven of dat ik er enkele van zal noemen, en hoe past dit dan weer bij waar ik mee begonnen ben.
Daarbij wordt het dan helemaal een ellenlang schrijven, en in mijn achterhoofd klinkt hoe een blogpost juist niet te lang moet zijn.
Voor wie schrijf ik, is dan de vraag die zich opdring, en ik weet dat ik dit in de eerste plaats toch voor mijzelf doe en niet om lezers te winnen en door velen gevolgd te worden, hoewel het mij zeker erg goed doe als dit gebeurd en men er ook nog geraakt of bemoedigd door wordt.
En ik besluit om toch alles op te schrijven en dat ik gewoon deze hele blogpost in delen op mijn Blog zet.
Ik wil gewoon het hele verhaal hebben, het helemaal compleet hebben.
Het schrijven is deze keer één grote worsteling, maar ik besef dat er één is die helemaal niet wil dat het geschreven wordt, die niet wil dat ik Gods genademomenten en geschenken zie en opschrijf, die niet wil dat ik de liefde van God in die momenten en geschenken zie, omdat het mij meer van Hem doet houden en mij dichter bij Hem brengt.
Omdat het mijn gebed is, dat het een ander (al is het er maar één) er ook toe brengt om eens stil te gaan staan, na te denken en op te schrijven, om zo bewust te worden van hoeveel genade God al heeft gegeven naast Zijn allergrootste genadegeschenk, Jezus, en daarin Zijn enorme liefde ziet, of gaat zien.

Focus.
Neem de tijd.
De schoenen uit.
De diepte zien van Zijn liefde.
Zijn liefde zichtbaar in Zijn geduld.
In Zijn genade …


Er zit geen lijn in mijn herinneringen, het gaat kriskras door de jaren heen, afhankelijk van wat Jos Douma schrijft.
Daarbij zullen het alleen mijn herinneringen zijn die ik opschrijf, en niet vanuit welk punt in het boekje zij komen; ik geloof namelijk niet dat dit er iets toe doet.
Wel is het een boekje dat ik zeker aanbeveel om ook zelf te lezen.


Gods liefde zichtbaar 
in genademomenten, 
genadegeschenken.
Soms word ik mij 
er pas van bewust
als ik stil word
en terug ga denken …


Wordt vervolgd ...

Gods rijke zegen in het ontdekken van Gods liefde in Zijn genade in jouw leven.
Een liefdevolle groet,

Rita