donderdag 13 april 2017

De liefde van God zichtbaar in Zijn genade (2)

… Ik trek mij terug, 
word stil en laat mij 
leiden door Zijn Geest.
En in de herinneringen
die komen, toont Hij mij
dat Hij er altijd, en overal,
bij is geweest.


De eerste herinnering brengt mij terug naar de nacht waarin mijn man heerlijk op bed lag te slapen, terwijl ik beneden aan tafel zat te schrijven (ik had toen nog geen eigen kamertje).
Al langere tijd was er diep in mij iets dat mij drong om stil te worden en de tijd te nemen om mijn gedachten en gevoelens op te schrijven rond de vraag die mij al lange tijd bezig hield, namelijk: besef ik zelf eigenlijk wel hoe groot Zijn lijden was?
En die bewuste avond, toen we aanstalten maakten om naar bed te gaan, was het gevoel om te moeten schrijven zo sterk, dat mijn man alleen naar bed ging en ik plaatsnam aan mijn keukentafel om te schrijven.
En ik heb geschreven tot in de vroege ochtend.
Nooit eerder, en ook niet daarna, is wat Jezus voor mij heeft gedaan zo diep binnengekomen.
Nimmer heb ik zo’n berouw gehad over mijn zonden en wat Hij daarvoor heeft moeten lijden.
Het is nu pas dat ik besef welk een Genademoment deze nacht was, welk een Genadegeschenk deze tijd met Hem, dit schrijven.
Hoe zichtbaar was en is Zijn liefde niet in Zijn allergrootste Genadegeschenk:  JEZUS.

Het verhaal is te lang :) om hier ook op te schrijven, maar via onderstaande link kun je het lezen.
Ik heb het verdeeld over verschillende blogpost, van ‘Onderweg naar Pasen … (het begin) in maart 2013 tot aan het slot in april.
(>> Onderweg naar Pasen …)


De volgende herinnering brengt mij op het grootste dieptepunt van mijn geloofsleven.
Na jaren van zware stormen in ons gezin was ik op een gegeven moment zo moe, zo boos, zo opstandig, zo teleurgesteld, dat ik het niet meer zag zitten, zowel eigenlijk het leven niet, als ook mijn leven met God.
Was het nog niet genoeg?
Waarom liet Hij dit alles toe?
Was de strijd om het leven van onze jongens nog niet genoeg, moest dit er ook nog bij?
Betekent geloven dan alleen maar strijd en moeiten en pijn en verdriet en …
Ik wilde niet meer, en zo kwam ik op een kruispunt in mijn leven waarvan ik nooit had gedacht maar te kunnen komen.
Op het punt waar ik me afvroeg of ik Hem dan maar vaarwel zou zeggen en zonder Hem verder zou gaan, of verder met Hem, maar zonder te nog te weten hoe.
En ik stelde mij voor hoe het zou zijn als ik alles maar vaarwel zou zeggen …

Mijn Bijbel(s), en alles in ons huis en op mijn kamer wat naar Hem verwijst, of op Hem wijst, wegdoen, niet meer naar de kerk of naar kring, geen aanbiddingsavonden meer, geen gebed meer (–ach, wat hielp dat immers …).
Niet meer ’s morgens met Hem beginnen, niet meer gedurende de dag met Hem praten, geen noodkreten naar boven meer op welk moment van de dag of nacht dan ook, niet meer schrijven, dichten, niets meer van alles wat ik ben en adem.
Niets meer …
Dan komt dit besef binnen: maar … dan ben ik niets, dan ben ik nergens meer.
Wat blijf er dan nog over?
Wat blijf er dan nog over van mij?
Dan wordt mijn leven zinloos, dan houdt het leven op, dan is alles … leeg …
En ik kon de leegte bijna gewoon voelen en op dat moment wist ik dat ik nooit zonder Hem kan …
O God …  hoewel ik op dit moment niet weet hoe ik verder moet, weet ik wel dat ik niet zonder U verder kan; zonder U houdt mijn leven op te bestaan, zelfs als ik gewoon verder leef.

Zelfs op dit grootste dieptepunt van mijn geloofsleven was Hij er met Zijn Genade.
Geen veroordeling, geen hand die mij wegvaagde, geen mond die sprak: weg van Mij, Ik wil je niet meer.
Alleen maar liefdevolle Vaderarmen, die nog steeds, ook na dit alles, wijd open waren om mij op te vangen, mij liefdevol te omarmen om samen met mij de weg te gaan die nog voor mij lag.
Wat een Genade!
Wat een Liefde!


Dan is daar het moment van mijn volwassen doop.
Welk een strijd daar om heen, ik ben immers ook als baby gedoopt.
Maar God liet mij duidelijk zien, zowel door Zijn woord als in het zeker (gevoels)weten, dat Hij dit van mij vroeg en ik ervoer de bevestiging op het moment dat ik uit het water omhoog kwam: ‘Ik ben vrij!’
Vrij van ‘je moet dit, je moet dat’; vrij van het wetticisme, het zelf moeten doen.
Met Hem begraven en weer opgestaan; niet meer ik, maar Hij leeft in mij!
Het heeft me best veel gekost; de relatie met mijn vader is nooit meer geworden wat die was, maar God vroeg mij te kiezen, mijn angst voor de reactie van mijn vader en wat daar uit voort zou komen, of Hem gehoorzaam zijn.
Van mijzelf had ik dit nooit kunnen doen, maar dankzij Hem wel.
Vergeven, genezen, bevrijdt; een nieuw leven ving aan.
Wat een Genade, wat een Liefde!
>> Mijn doopgedicht


Ik ellendig mens, …
O, ik ben zo dankbaar, dat mijn vader niet in die ellende is gestorven, maar dat hij met het ziek worden, verlost werd van zijn angst voor de dood en daarmee van deze woorden.
Deze woorden, ‘Ik ellendig mens, …’ waren keer op keer zijn woorden.
Hij was doof als ik hem zei dat er nog wat achter stond, dat het hier niet ophield, dat Paulus nog meer zei.
‘Maar Gode zij dank, door Jezus Christus, onze Here …!’
Ik was nog jong, een tiener als ik mij vastklamp aan wat er achteraan kwam en weigerde (ondanks alle gevoelens die bovenkwamen) daarin weg te zinken.
Ik zie daarin Gods genade, Gods liefde, dat Hij mij dit voorhield, terwijl overal om mij heen mensen bleven steken in het ‘Ik ellendig mens, …’


Een ander Genadegeschenk dat ik van God ontving als vijftienjarige, was met de preek van Professor Velema over ‘Mijn Vader’.
Het was de eerste keer, voor zover ik mij kan herinneren, of dat het pas echt binnenkwam, dat ik God mijn Vader mag noemen.
Ik weet echt niet meer wat hij verder allemaal heeft gezegd in die preek, behalve deze twee woordjes, die blijven mij mijn gehele verdere leven bij.
Een paar jaar later schreef ik er een gedichtje over, één van mijn eerste gedichtjes.
>> Mijn Vader


Met het oog op vergeven komen er een paar herinneringen boven.
Herinneringen aan heftige en moeilijke tijden, aan wat mij en later ook ons als gezin, aan onze dochter, werd aangedaan.
Mijn gedachten gaan naar de plaats waar ik gewerkt heb, naar mijn laatste afdeling …
Naar de tijd dat onze dochter verkering had met een jongen wiens pleegouders onze dochter van ons af wilde nemen en in hun eigen huis wilden hebben.
De pijn is weg, zo ook het verdriet, het zelfmedelijden en de bitterheid, de angels zijn eruit.
Ik had het nooit zelf gekund, ik wilde het zelf niet eens, maar dankzij Hem, dankzij Zijn Genade en Liefde kwam ik tot vergeven en gaf Hij de diepe genezing die daarbij hoort.
Het lied ‘Mercy’ van Laura Woodley heeft in die genezing zeker de laatste hand gehad; het bracht mij ook tot het schrijven van het gedicht >> ‘I've been forgiven of more - Ik ben meer vergeven’.


Wat ik ook zo bijzonder vind, is dat hoewel ik opgegroeid ben met een toornende God (opnieuw zeg ik erbij ‘in mijn beleving’), en voor die God heel bang was, ik niet bang was om Hem alles te vertellen.
Zolang ik me kan herinneren was er aan de ene kant een stuk angst voor God, en aan de andere kant ook een stuk dat niet bang voor Hem was.
Altijd is er ergens een diep besef geweest, dat God in werkelijkheid anders was dan de God die ik kreeg voorgeschoteld (in mijn herinnering –misschien was het minder erg dan ik het me herinner)
Het feit dat Hij alles van mij wist, alles zag wat ik deed, boezemde mij geen angst in, maar maakte het mij juist makkelijk om Hem alles te vertellen, want Hij wist het immers toch al, en het maakte het ook gemakkelijker om Hem overal bij te betrekken.
Ik zie dat als dat Zijn hand van kleins af aan op mijn leven was, en ik zie met het ouder worden meer en meer de Genade die daarin ligt en de Liefde die daarin ten grondslag ligt.


Gods Genade en Liefde zien in het feit dat iemand je tot de orde roept, heeft wel wat jaren gekost.
Door alles wat er in mijn leven gebeurd was en gebeurde, was ik terecht gekomen in een poel van zelfmedelijden, zelfbeklag en bitterheid.
Heel wat mensen hebben mijn verhalen vol van pijn en alle ellende die ik toch maar mee moest maken keer op keer moeten aanhoren.
Tot er op een dag iemand (een oudere man die ik heel graag mocht, nou ja, daarna ook even niet meer en die tevens psycholoog was geweest) op bezoek kwam en niet meeging in mijn zielige verhalen, maar mij vertelde dat ik mezelf eens aan moest pakken en iets anders moest gaan doen, zodat ik niet zoveel tijd had om aan en over mezelf na te denken (daar kwam het tenminste ongeveer op neer).
Ga borduren of zo, zei hij; met zo’n telpatroon kun je tenminste niet aan jezelf denken.
Mijn ‘dat heb ik nog nooit gedaan’ en ‘dat kan ik toch niet’ veegde hij van tafel.
Ach, hoe het precies gegaan is weet ik niet meer, noch wat hij precies heeft gezegd, maar ik weet nog wel dat ik heel erg teleurgesteld was en verdrietig, want ik had die dag juist iemand nodig die mij zou bemoedigen, een arm om mij heen zou slaan, me zou troosten, en hij deed niets van dat alles.
Het voelde eerder alsof ik op mijn kop kreeg; ik, die al zoveel te verduren had.
Maar zijn woorden bleven wel hangen, daar zorgde God wel voor, en Hij zorgde er ook voor dat ik erover ging nadenken en Hij zorgde er ook voor dat ik uiteindelijk toch een borduurwerk kocht en ging borduren.
En met het borduren, -het tellen, kwam er minder ruimte om met mijzelf bezig te zijn.
Daarnaast gaf God ook de juiste boeken, die mij ook de juiste weg wezen, en na jaren van worstelen met God en met mezelf, veranderde mijn leven.
O ja, ik ben nog steeds iemand van details en het keer op keer ‘moeten’ vertellen van dingen voor ik iets een plaats kan geven, dat schijnt zo bij mij te horen(al blijf ik er ook van overtuigt dat Hij dit in mij kan veranderen), ik moet kunnen praten, al helpt het schrijven mij ook enorm.
Maar welke een Genadegeschenk was deze man, die het lef had om mij tot de orde te roepen en niet mee te gaan in mijn zelfbeklag.
Welk een Genademomenten waren er in de jaren die volgden in het herinneren van zijn woorden, de borduurwerkjes, de boeken …
En opnieuw, welk een liefde van God is niet zichtbaar in Zijn Genadige geduld met mij.


Wat komen de woorden uit Psalm 147:3, die de schrijver van het boekje aanhaalt binnen:
‘Hij geneest wie gebroken zijn, en verzorgd hun wonden.’
Alles in mij roept ‘AMEN’.
Weg is immers de pijn van alle woorden, genezing is wat ik ervaar; mijn diepe wonden heeft Hij verzorgd.
Ja, Jezus kwam echt voor de gebrokenen van hart; Hij kwam voor mij!
Ik weet dat ik op sommige punten (heel) kwetsbaar ben, maar ik weet bij Wie ik moet zijn.

Wordt vervolgd ...

Gods rijke zegen in het ontdekken van Gods liefde in Zijn genade in jouw leven.
Een liefdevolle groet,

Rita




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen