Pagina's

zondag 29 maart 2026

Week 14 - Liefde vraagt Alles!

‘Hieraan leerden wij de liefde kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven. Ook wij moeten voor de broeders het leven geven.’
HSV

‘Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij Zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor onze broeders ons leven in te zetten.’
NBG

‘Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat hij voor ons lijf-en-ziel heeft ingezet; ook wíj moeten voor onze broeders-en-zusters lijf-en-ziel inzetten; …’

NB

1 Johannes 3:16

Liefde vraagt alles …
Ons leven geven.
Ons leven inzetten.
Lijf-en-ziel inzetten.

‘en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.’
HSV

‘en wandelt in liefde, zoals ook de Gezalfde u heeft liefgehad en zichzelf voor u heeft prijsgegeven als opgangsgave en offerande, voor God tot welriekende reuk.’
NB

Efeze 5:2

Liefde vraagt alles …
Liefhebben als Christus.
Wandelen, leven in deze liefde.
Een aangename geur zijn voor God.
Liefhebbend, zoals Hij ons heeft liefgehad.

‘Niemand heeft een grotere liefde dan deze, namelijk dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden.’
HSV

‘Grotere liefde dan deze heeft niemand: dat iemand zijn lijf-en-ziel inzet voor zijn vrienden.’
NB

Joh. 15:13

Liefde vraagt alles …

‘De Liefde van Christus zal u dringen,
en zal voorzien in alle kracht en sterkte die u nodig heeft.’

Andrew Murray


Geef mij meer Liefde, Heer!
Ontsteek opnieuw het vuur in mijn hart.

Geef mij meer Liefde, Heer!
Laat het oplaaien te midden van alle smart.

Geef mij meer Liefde, Heer!
Vul toch mijn tekorten aan.

Geef mij meer Liefde, Heer!
Opdat ik in Uw voetspoor kan gaan.

Geef mij meer Liefde, Heer,
ja, geef mij meer en meer.
Niet tot eigen verdienste,
maar tot Uw glorie en eer.

Geef mij meer Liefde, Heer,
Ja, geef mij meer en meer!


    >> Michael W. Smith feat Tauren Wells - More Love, more Power … 


Mag de Heere de ruimte krijgen om ons hart zacht en ontvankelijk te maken voor Zijn liefde in ons en om die uit te delen op de plaats waar we zijn; in het bijzonder naar onze broeders en zusters in de Heer!
Opdat de wereld zal zien Wie wij toebehoren!
Geef ons meer Liefde, Heer!
Ja, zegen ons allen, Heer, met meer Liefde.
In Jezus' Naam.

- Amen -

Een liefdevolle groet,
Rita

zondag 22 maart 2026

Week 13 - De Wil ... (3c)
Opdracht en Bemoediging ...

‘Vele christenen maken geen vorderingen in hun gebedsleven
omdat ze niet de moed hebben om …’

Andrew Murray

Deze woorden zijn een deel van het citaat dat ik in het blogje van vorige week gebruikte.
Terugkijkend denk ik dat ik geen enkele keer zolang met een onderwerp bezig ben geweest als deze keer; uiteraard ook deels door de situatie bij mij thuis, maar zeker ook omdat mijn gedachten zoveel kanten opgingen met het nadenken erover.
En zo vandaag nog één blogje rond ‘De Wil …’, omdat deze woorden mij zo troffen, en omdat ik geloof dat de Heer wil dat ik Zijn aanwezigheid in alles tot bemoediging benadruk.



Omdat ze niet de moed hebben …
Ook deze woorden in het hoofdstukje troffen mij en haakten zich in mij vast.
Geen moed hebben om bepaalde keuzes te maken.
Geen moed hebben, omdat we misschien huiverig zijn voor de consequenties.
Geen moed hebben, misschien omdat we te moe zijn door alles wat we al hebben meegemaakt, of meemaken.

Geen moed hebben …
Of hebben we misschien geen fut, of energie, of zin om zo’n commitment aan te gaan?
Vinden we het wel best zoals het is?
Gaat ons dat net teveel kosten in onze ogen?

Omdat ze niet de moed hebben …

In datzelfde hoofdstuk als waar de tekst komt die Murray heeft gebruikt in het hoofdstukje over de wil, staat ook de volgende tekst:
‘U dan, wees sterk en verlies de moed niet, want er is loon overeenkomstig uw werk.’
Wéés sterk en verlies de moed níet.
Andere vertalingen -NBG, SV, NB (De HSV geeft dit er wel als een aantekening bij) - gebruiken de woorden: ‘laat-of laten, uw handen niet verslappen’.
Al deze woorden komen we ook op andere plaatsen in de Bijbel tegen.
Op meerdere plaatsen worden mensen aangemoedigd om sterk te zijn en moedig, vastberaden; om niet te vrezen, zich geen schrik aan te laten jagen; om ‘de knikkende knieën te strekken en de slappe handen te heffen’. 

Bijvoorbeeld Jozua, zowel door Mozes als door de Heer Zelf:
‘En Mozes riep Jozua en zei tegen hem: Wees sterk en moedig, want ú zult …
De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.
Deut. 31:7,8

‘Het gebeurde na de dood van Mozes, de dienaar van de HEERE, dat de HEERE tegen Jozua, … zei:
‘Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten.’
‘Wees sterk en moedig, want ú zult …’
‘Alleen, wees sterk en zeer moedig, door …’
‘Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat.’

Jozua 1:1,5,6,7,9

En Salomo, door zijn vader David.
‘Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en wees niet ontsteld!’

Nu dan, richt uw hart en uw ziel erop om de HEERE, uw God, te zoeken. Sta op en …’
1 Kron.22:13b,19a 

‘Wees sterk en moedig, en doe het; wees niet bevreesd en wees niet ontsteld, want de HEERE God, mijn God, zal met je zijn. Hij zal je niet loslaten en Hij zal je niet verlaten, totdat …’
1 Kron.28:20

Dat deze woorden ook voor ons zijn, blijkt wel uit de woorden van Paulus in 1 Kor. 16:13 waar hij zegt: ‘Wees waakzaam, sta vast in het geloof, wees manmoedig, wees sterk.
En in Hebreeën 12:12 – Hef daarom de slappe handen op en strek de knikkende knieën, …’
Het mag duidelijk zijn dat de Heer ons door en door kent, Hij weet dat wij mensen vroeg of laat ontmoedigd raken, moedeloos worden, bang, soms ook willen opgeven, of zelfs opgeven.
Hij weet hoe er aan ons wordt getrokken, hoe we worden belaagd, maar ook hoe zwak wij van nature zijn.
De Heer weet, dat we Zijn aansporingen en aanmoedigingen nodig hebben om voort te gaan op onze weg met Hem, want Hij weet dat het soms heel moeilijk kan zijn.

In gedachten zie ik juichende menigten aan de zijlijn van een voetbalveld, langs de kant van de weg …, op tribunes …
In gedachten komt het beeld van een wankelende atlete, die door de aansporingen van juichende mensen het toch lukt om die begeerde eindstreep te halen.
De mensen willen dat het haar lukt en moedigen haar aan: ‘Toe dan, nog een paar meter, hou vol, je kunt het!’
Is dit in wezen niet wat de Heer doet met Zijn woorden?
‘Kom op, Mijn Kind, je kunt het! Wees sterk, wees moedig, houd vol!
Zie op Mij, zie op wat je wacht bij Mij, zie de prijs!
Ik weet dat je moe bent, en bijna niet meer kunt, maar richt je hart op Mij; kom overeind en ga er voor!’

Gods aansporingen en aanmoedigingen zijn echter nooit zonder Zijn bemoedigingen.
Heb je het al gelezen tussen de dikgedrukte aansporingen door?

‘De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.’

‘Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten.’

‘… want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat.’ 

‘… want de HEERE God, mijn God, zal met je zijn. Hij zal je niet loslaten en Hij zal je niet verlaten, totdat …’

En in Hebreeën 13:5 - …,  want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten.’

Dat zijn de woorden die altijd verbonden zijn aan Zijn aansporingen: ‘Ik ben bij je; Ik ga met je mee; Ik hou je vast; Ik laat je niet alleen, van het begin tot het einde en voorbij het einde, ben Ik bij je.’
Waar een atleet zijn weg alleen moet gaan, het alleen moet doen in de wedstrijd, zullen wij nóóit
alleen onze weg hoeven te gaan.
Als Kind van Hem is Hij altijd bij ons, en gaat Hij overal met ons mee!
Ja, meer nog ‘Zijn eeuwige armen zijn onder ons!’ (Deut. 33:27)
Hij is voor ons, achter ons, naast ons, en ín ons! (Ps. 139; Ef. 3:17)
Zijn kracht is onze kracht, want Hij Die in ons is, is meer dan hij die in de wereld is; ja, in Hem zijn we meer dan overwinnaars! (Ef. 1:19,20; 1 Joh. 4:4; Rom. 8:37)


Het brengt mij bij Hebreeën 13:6.
‘Daarom zeggen wij met goede moed: Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?’

Met goede moed zeggen: ‘De Heere is voor mij een Helper!’
Misschien ben je te moe, misschien ben je moedeloos, en heb geen kracht en energie meer, sta je op het punt van opgeven.
Dan moedig ik je aan: Geef niet op! Laat de woorden ‘De Heere is mij een Helper’ binnenkomen.
Herhaal ze voor jezelf, in jezelf, keer op keer, en je zult merken dat er een moment komt dat je het misschien zelfs hardop gaat uitspreken; dat je merkt dat je rug rechter wordt, en zachte vrede en vreugde je hart binnenkomt en je kracht wordt vernieuwt.

‘maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, …’  (Jesaja 40:31)
‘Het is God Die mij met kracht omgordt; …’ (Psalm 18:33)
‘Want U omgordde mij met kracht voor de strijd; …’ (Psalm 18:40)
(eigenlijk zou ik je willen aanmoedigen om heel Psalm 18 hardop te lezen, zo’n geweldig bemoedigende Psalm, gaat zoveel kracht vanuit)

Omdat ze niet de moed hebben om …

De Heer gaat voor ons uit.
De Heer gaat met ons mee.
De Heer is voor ons, achter ons, naast ons, onder ons, in ons.
De Heer is onze Toevlucht, onze Rots, onze Helper in elke nood!

Daarom zeg ik vol goede moed: De Heere is mij een Helper; ik zal niet vrezen!

Daarom zeg ik vol goede moed:

Heere, U bent mijn Helper,
mijn toevlucht in elke nood.
U bent het Die mij ter zijde staat;
och Heere, wat bent U groot!

U bent mijn schuilplaats, Heer,
Degene die mij troost en bevrijdt.
U bent het Die mij altijd hoort;
hoe groot is toch Uw goedertierenheid!

U bent mijn heil, mijn rots,
de Gever van moed en kracht.
U bent het Die mij sterkte geeft;
och Heere, van U alleen is alle macht!

U bent het Die het licht ontsteekt,
Degene Die nieuwe ruimte geeft.
Niets is voor U moeilijk of onmogelijk;
U bent het Die alles vast in handen heeft!

Ik loof en prijs Uw heilige Naam;
ja, ik dank U voor Uw barmhartigheid.
Uw Naam, Uw eer, is alles dat telt,
geprezen bent U, God in alle eeuwigheid.

Naar: >> Psalm 18


Ik bid, dat de Heere krachten vernieuwt, ja, een ieder die het nodig heeft met kracht omgordt; dat Hij het Licht ontsteekt voor wie in het donker gaat.

Gods rijke zegen voor de komende week,
en een liefdevolle Groet,
Rita

maandag 16 maart 2026

Week 12 - De wil ... (3b)
Vastbesloten en vastberaden!

 Na wat ‘omwegen’ dan nu naar het Dagboek.

‘Geheel Juda verheugde zich, want met geheel hun wil hadden zij de Here gezocht en Hij had Zich door hen laten vinden’ 
2 Kron.15:15

Het hoofdstukje in het Dagboek over de wil is eigenlijk helemaal niet zo groot, maar er staan heel wat woorden in die te maken hebben met onze wil.
Ik had ze er voor mijzelf eens uitgepikt en op een rijtje gezet; gewoon om dat eens te bekijken en tot me door te laten dringen.
Onze wil is zo in alles van het leven aanwezig en bij betrokken, dat we ons er misschien niet eens meer van bewust zijn hoeveel.
En dus zet ik al deze woorden ook hier even op een rijtje.
- hij (de wil) regeert
- niet besluiten
- met vaste wil luisteren
- geen moed
- grote vastberadenheid
- zal ik alles doen wat …
- ik zal tijd maken voor …
- ik zal niet toegeven aan …
- ik zal tot God roepen met …
- onder ogen zien en besluiten
- of …, of …
- heb ik besloten om …
- ik kan …
- ik zal …
- doorgaan
- ernst maken met
- niet snel tevreden zijn
- zonder voorbehoud geven
- met alle kracht

Wie of wat bepaalt onze wil, waar we voor kiezen, wat we doen?
Waar laten we ons door leiden?
Wat we zelf maar willen, wat goed voelt, wat we denken dat goed is, of kijken en luisteren we ook naar Hem, naar wat Zijn wil is, wat zegt Zijn Woord ons zegt?
Nee, het betekent niet dat we dan altijd maar de juiste keuzes maken, maar als we samen met Hem onze keuzes maken, zal Hij ons zeker, zij het dan soms met een omweg, daar brengen waar we moeten zijn of komen.
En te midden van verkeerde keuzes of beslissingen, is daar altijd Zijn trouw en vergeving.
Zijn Liefde is voor eeuwig!
Waar het uiteindelijk altijd om gaat, is, of we onze eigen wil willen volgen en doen, of ernaar verlangen om die van Hem te doen.


De tekst die Murray boven aan het hoofdstukje heeft geplaatst, laat ons zien dat het gaat om onze gehele wil, dat het gaat om ‘met alles wat in ons is’.
Maar zoals Murray hem boven aan het hoofdstukje heeft geplaatst, is het slechts een, ja …, ik zou bijna zeggen, een ‘slap aftreksel’ van wat er werkelijk staat, want hij heeft niet de gehele tekst gebruikt.
Er staat namelijk dit:
‘Iedereen in Juda verheugde zich over de eed die ze hadden afgelegd. Ze hadden uit volle overtuiging gezworen en zochten met heel hun hart de HEER, en Hij liet zich door hen vinden en verschafte hun rust aan al hun grenzen.’ (NBG)
De dikgedrukte woorden had Murray weggelaten.
Ik snap wat hij wilde benadrukken, maar mijns inziens tonen de dikgedrukte woorden juist hoe zeer zij de Heer hadden gezocht, hoe ver hun zoektocht en keuze ging.

De voorgaande verzen laten ons zien, dat alle dingen die niet goed waren, weggedaan werden, en dat dat wat juist was, werd herstelt; en ze gingen daar heel ver in.
Iedereen werd ook bij elkaar geroepen, en er werd ter ere van de Heere geofferd, en iedereen beloofde ‘met hart en ziel’ dat zij de Heere zouden zoeken; ja, ze gingen, staat er in de HSV en SV, zelfs een verbond met de Heere hierover aan, en iedereen die zich daar niet aan zou houden, moest gedood worden.
'Ze beloofden plechtig dat ze zich met hart en ziel zouden richten naar de HEER, de God van hun voorouders, en dat iedereen die zich daar niet aan hield, jong of oud, man of vrouw, zou worden gedood. Met luide stem zwoeren ze trouw aan de HEER. Daarbij juichten ze en lieten ze de trompetten en ramshoorns schallen.’ (1 Kron. 15:12-14)
Geen halfbakken belofte, maar een belofte gedaan met hun gehele overtuiging, met alles wat in hen was, met een vastbesloten, vastberaden wil!
Het is alsof ik iedereen rechtop zie gaan staan, nergens meer een gebogen houding of slap afhangende schouders, maar fier rechtop staande mensen, met het hoofd omhoog gericht en een vastbesloten en vastberaden gezicht.
Misschien zelfs wel vuisten in de lucht en luide stemmen die de belofte aan de Heere laten klinken.

Hoewel wat Murray in het Dagboek zegt gaat over het gebedsleven, denk ik dat we het ook door kunnen trekken naar de vele andere terreinen van ons leven.
Hij zegt het volgende:
‘Vele christenen maken geen vorderingen in hun gebedsleven omdat ze niet de moed hebben om met grote vastberadenheid te zeggen: ‘Door Gods hulp zal ik alles doen wat Gods Woord en mijn eigen geweten mij bieden. Ik zal tijd maken voor gebed en stille gemeenschap met Hem.’’
Omdat ze niet de moed hebben …
Met grote vastberadenheid …
Ik zal alles doen wat …
Ik zal tijd maken voor …
Oftewel: als we niet bereid zijn om vastberaden en vastbesloten keuzes te maken, zullen we niet veel verder komen.
En dat geldt denk ik voor alle terreinen in ons leven, of het nu geestelijk is of wat anders.

Ergens pal voor staan.
Alles voor over hebben.
Er met 100 % voor gaan.
Commitment - Toewijding.
Je ergens aan verbinden met hart en ziel.

Ja, net zoals in ons gebedsleven er afleidingen komen in de vorm van allerlei gedachten die juist dan boven komen, zo krijgen we ook in ons gewone dagelijks leven te maken met allerlei zaken die ons bij Hem vandaan kunnen trekken.
Aan ons is dan de keuze wat we er mee doen.
Geven we toe, of houden we vast aan de keuze of beslissing die we hebben genomen?
Of gaan we voor van allebei wat?

De twee woordjes die in dit Dagboek herhaaldelijk terugkomen en zich in mij hebben genesteld, zijn de woorden: een onverdeeld hart.
Of zoals Psalm 86:11 zegt: maak mijn hart één.
Met vallen en opstaan.
Niet snel tevreden zijn met.
Ik zál zoeken om te doen!
Met mijn gehele hart, met mijn gehele ziel, met mijn gehele verstand, en met al mijn kracht!

'God verlangt ernaar u te zegenen, maar is niet in staat dit te doen
zolang u niet bereid bent uzelf zonder voorbehoud te geven en,
met alle kracht van uw wil, Hem Zijn wil in u te laten uitwerken.’

Andrew Murray

Onze positie kalm onder ogen zien en besluiten, zoals Murray zegt.
- Ik heb besloten.
- Met een onverdeeld hart.
- En met grote vreugde, net als heel Juda.

De zegen die volgde, was, dat er in de jaren dat ze de Heere zo trouw volgden, geen oorlog was.
En ik denk dat dit ook de grootste zegen van de Heer is voor ons in deze tijd als we Hem volgen met heel ons hart, heel onze ziel, heel ons verstand en met al onze kracht: Vrede.
Vrede in ons hart; een vrede die alle verstand te boven gaat, omdat het hemelse Vrede is, de Vrede van onze Here Jezus Christus door Zijn volbrachte werk aan het kruis op Golgotha.
Shalom.

‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.’
Johannes 14:27

‘Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.’
Filippenzen 4:6,7

Om vastbesloten en vastberaden Hem te volgen, en Zijn wil te doen, is het nodig dat we een onverdeeld hart hebben, een hart dat één is met Hem, en Zijn vrede, innerlijke vrede en rust, zal de zegen zijn die daarop volgt, en het zal zijn tot een licht dat Hem laat zien.


Gebed …

Heer, maak mijn hart één met dat van U!
Laat het verlangen dat wat U verlangt,
laat het liefhebben dat wat U liefheeft,
laat het dat doen wat is naar Uw wil,
ja, dat het in alles tot Uw eer en glorie leeft.

Heer, maak mijn hart één met dat van U!
Dan zal Uw Vrede mijn deel zijn,
elke dag, en in elke omstandigheid;
dan worden Uw liefde en genade gezien;
ja, Uw Licht wordt door mij verspreid.

Mag de Heer ons zegenen met een onverdeeld hart;
mag Zijn Geest het één maken met dat van Hem.
Opdat we vastberaden en vastbesloten Zijn weg gaan;
Zijn wil zoekende, en luisterend naar Zijn stem.


Gods rijke zegen voor deze nieuwe week die voor ons ligt,
en een liefdevolle Groet,
Rita


zondag 15 maart 2026

Week 12 - De wil ... (3a)
Persoonlijk

Deze week deel ik het blog even in tweeën; een Persoonlijk gedeelte, en eentje met mijn gedachten bij het Dagboek.
Vandaag het Persoonlijke blogje en morgen de andere.

Als we iets echt heel graag willen, dan gaan we er vaak voor.
De mate van ons verlangen is dus soms mede belangrijk of we bereiken, of voor elkaar krijgen, wat we willen.
Maar het leven laat ons wel zien dat we er met alleen verlangen niet komen.
Er zijn nog heel wat andere factoren die ook een rol spelen daarin, omstandigheden, financiën, ...; maar daarnaast zullen we er over het algemeen ook wat voor over moeten hebben, zal het ons wat kosten als het gaat om doorzettingsvermogen, volhouden, inzet, niet opgeven enz.
Kortom: Je komt niet op het erepodium door alleen maar iets te verlangen, daar komt wel wat meer bij kijken.
De wil moet er in de eerste plaats zijn; maar hoe graag we iets willen, verlangen, helpt ons wel op weg.
De vraag bij dit alles is: Wat zijn wij bereid om ervoor te doen; hoeveel mag het ons kosten?
En even teruggrijpend naar mijn vorige overdenking: Hoe standvastig is onze geest?

Getuigenis …
Mijn gedachten gaan dan, zelfs na zovele jaren, altijd terug naar toen ik nog jong was.
Ik was niet zo’n groot leerwonder; de citotoets liet zien dat de MAVO voor mij eigenlijk te hoog gegrepen was, en dus kregen mijn ouders het advies om mij naar de Huishoudschool te sturen.
Ik wilde echter de verpleging in, dat wilde ik al van heel kleins af aan, en dat zou niet lukken zonder dat papiertje.
Gelukkig mocht ik van mijn ouders toch naar de MAVO, en ja, ik heb het begeerde diploma gehaald, zelfs zonder te blijven zitten, maar wel met ‘bloed, zweet en tranen’.
Nee, er was geen klinkende cijferlijst, maar dat papiertje had ik.
Hoewel ik dat papiertje uiteindelijk niet nodig had (-want ik koos voor de ziekenverzorging i.p.v. de verpleegkundeopleiding), ben ik tot op de dag van vandaag dankbaar voor de les die ik eruit heb geleerd, namelijk het belang en de waarde van een standvastige geest.
Ik wilde dat papiertje, want dat dacht ik nodig te hebben, en dus had ik er alles voor over om dat te doen.
Waren daarin momenten dat ik het niet meer zag zitten?
Zeker!
Waren daarin momenten dat ik op wilde geven?
Misschien wel, want het ploeteren en de vele, vele tranen die op mijn bureaublad en in mijn boeken en schriften zijn gevallen, staan onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift. 

Wat ook in mijn geheugen gegrift staat, en wat laat zien dat de Heer overal bij is en dwars door alles heen werkt, is het feit dat ik dacht dat het op de valreep nog bijna mis zou gaan, ziek als ik werd precies met het eindexamen.
Een fikse keelontsteking met heel hoge koorts belette mij om zelfs nog maar een boek in te kunnen kijken.
Het was van mijn bed naar school, examen doen en weer terug mijn bed in.
Ik had niet gedacht dat ik het zou halen zo zonder nog een boek in te kunnen kijken. 

In de aanloop naar de uitslag zat ik op een dag achter mijn bureautje; ik denk dat ik een beetje down was door alles en het vooruitzicht, want ik had een gedichtenbundel* van Nel Benschop gepakt en was die gaan doorbladeren en lezen.
Dit weet ik nog zo goed, omdat ik nooit vergeet wat ik op een gegeven moment (ongeveer) las en wat er vervolgens gebeurde.
Het laatste coupletje gaat namelijk zo:
‘En toen ik wachtte op de uitslag wist ik: -’t is niet goed -
Maar Jezus riep mij binnen – ‘k voelde de adem stokken:
Ik was geslaagd! Niet door mijn eigen blokken:
Hij maakte van de minnen kruisjes met Zijn rode bloed.’

Ik was geslaagd! Niet door mijn eigen blokken:
Hij maakte van de minnen kruisjes met Zijn rode bloed.
Het was op dat moment dat ik overduidelijk de woorden in mijn hoofd hoorde: ‘Je bent geslaagd!’

Ik weet nog hoe ik schrok.
Ik kende dit niet.
Ja, ik geloofde in de Heer, ik ken geen leven zonder de Heer, maar vanuit mijn (zwaardere) achtergrond, was dit iets waar je nooit wat over hoorde en waarvan ik dus ook nooit verwachtte dat dit zou kunnen gebeuren, dat de Heer zo duidelijk tegen mij zou spreken.
Ik durfde dus ook tegen niemand iets te zeggen, hoe zou ik ook; wie zou mij ooit geloven of zelfs maar begrijpen?

Geloofde ik het?
Ja, en nee.
Ik wilde zo graag, en diep, diep van binnen wist ik het ook echt zeker, ik voelde het, maar de twijfel was daarbij altijd dicht aanwezig: wat als …
Dit kon toch niet waar zijn; en toch …
Het was zo duidelijk geweest, bijna tastbaar.
Ik geloofde, maar tegelijk durfde ik het ook weer niet.
Ik had daarom met mijn moeder afgesproken dat ze me niet zou bellen op mijn vakantiewerkadres, ook niet als ik geslaagd was, want ik wilde daar niet zitten wachten op wel of geen telefoontje.
Toch belde ze: Rita, je bent geslaagd!
Tot op de dag van vandaag weet ik nog hoe vreselijk ik begon te huilen, waardoor iedereen dacht dat ik gezakt was.
Ach, hoe kon ook maar iemand weten dat deze tranen van dieper uit kwamen; dat ze kwamen omdat wat ik gehoord had, waar was.
Maar bovenal omdat ik me realiseerde dat de Heer werkelijk tot mij had gesproken, en het voor mij onmogelijke, mogelijk had gemaakt.


De wil …
De wil om iets voor elkaar te krijgen.
De wil om iets te doen, ongeacht wat je voelt.
De wil om door te gaan, niet alleen omdat het moet, maar omdat je vanuit iets diepers gedreven wordt.
De wil, door de standvastige geest voortgedreven, om zó te leven dat het Hem eert en recht doet.
De wil; leven als ziende het onzichtbare …
Echter ‘Het goede dat ik doen wil …’

Afgelopen week (Wk. 10), waar ik af en toe als ik tijd heb hier even mee bezig ben, is tegelijk een week waarin ik elke dag met deze dingen word geconfronteerd.
De ene dag gaat het heel goed, en dan ineens slaat het om, doordat mijn gedachten en gevoelens meegesleept worden in alle onzekerheden en zorgen.
Ja, ons leven staat al lange tijd aardig op z’n kop, maar sinds het afgelopen weekend toch wel even helemaal.
Na zaterdags bij de HAP gezeten te hebben met mijn man in de ene plaats, zaten we zondags op de spoedeisende hulp in een andere plaats, en als ik aan het einde van die lange dag thuis kom, ben ik alleen, omdat mijn man werd opgenomen in een zorgcentrum.
Ik weet, het is maar tijdelijk, om te herstellen en op krachten te komen, maar toch, zal hij ooit nog kunnen werken?
Ik zag hem de laatste maanden steeds verder achteruitgaan, maar ja, met een eigen winkel …

Mijn oog valt op wat ik al eerder had opgeschreven; - mijn schrijven is namelijk soms een van hier naar daar gaan voor ik ervaar dat ik daar ben waar ik moet zijn, maar ik bewaar alles wat ik eerder heb opgeschreven voor het geval ik het toch nodig heb, en pas aan het eind wis ik alles wat ik toch niet heb gebruikt.
En zo gebeurt het dat ineens de woorden ‘De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten’, in mijn zichtveld komen.
Ja, de Heer ging duidelijk met mij mee; ja, meer nog: Hij ging voor mij uit!
Hij was erbij, Hij heeft mij -ook nu weer- nooit verlaten!
De Bijbelteksten, één op zaterdagmorgen en één op zaterdagavond; bijna identiek en uit dezelfde Psalm.
Precies het juiste boekje pakken om even iets te lezen, waardoor een klein gedichtje in de inleiding mijn gebed wordt (ik heb het uit mijn hoofd geleerd) in deze hectische dagen.
‘Heer, geef mij een rustig hart
dat ondanks vele vragen
vertrouwend voortgaat aan Uw hand
ook in donk’re dagen.’*

God is goed!
Ja, God is goed, ook in deze donkere dagen!
Later die week voeg ik in gedachten ook het woord ‘standvastig’ toe aan het gebed; ‘Heer, geef mij een rustig en standvastig hart’(zie vorige blogje)

Maar dan is daar ineens die terugslag als ik door mijn gedachten meegezogen word naar allerlei doemscenario’s, die zouden kunnen gebeuren, en hoewel het gedichtgebed mij zeker wel wat rustiger maakt, krijg ik het neerslachtige gevoel niet van me afgeschud en ik stap die dag vroeg in bed.
Midden in de nacht word ik wakker, en in plaats van weer lekker in slaap vallen, is daar ineens een ander probleem dat zich in mijn hoofd probeert te nestelen.
Het is nog lang geen tijd om op te staan, en juist nu heb ik mijn slaap zo hard nodig, en dus besluit ik om eruit te gaan en een beker warme melk voor mezelf te maken en dat bewuste boekje er even bij te pakken om iets te lezen.
Als ik weer mijn bed in stap, voel ik me rustiger, maar het is slechts van korte duur, want … ja, daar zijn ze weer, die gedachten.
Maar dit keer weiger ik er in mee te gaan en dwing mijn gedachten naar het gedichtgebed en naar een paar dingen die ik net nog heb gelezen, terwijl ik me op mijn zij draai en me in mijn gedachten als het ware ‘dicht tegen de Here Jezus aan nestel’.
Ja, die gedachten blijven het proberen, maar ik wil niet, en herhaal keer op keer het gedichtgebed, terwijl ik Hem zeg dat ik aanvaard dat wat nu is, wetende dat Hij erbij is en ons helpen zal.
Het is kwart voor zeven als ik gewekt word door mijn wekker.

De wil …
Ik ervaar dat het goed is voor mezelf om deze dingen op te schrijven, maar ook om ze hier op dit blog te delen, en niet alleen voor mezelf te houden.
Is het niet voor wie het misschien lees en er iets aan heeft, dan wel voor mezelf, omdat ik weet dat de Heer, mij met regelmaat terugbrengt bij mijn eigen schrijfsel, als van: Weet je nog?!
Ja, het is goed om in herinnering te brengen, de wonderlijke, en mooie dingen die de Heer in ons leven heeft gedaan.

Met dat ik deze dingen schrijf, komt het woordje ‘Terugdenken’ in mijn gedachten.
‘Terugdenken’ is de titel van een gedichtje dat ik jaren geleden schreef bij een paar verzen uit Psalm 77 en gaat over het gedenken van dingen die de Heere in ons leven heeft gedaan.
We moeten zeker niet in het verleden blijven hangen, maar het is wel goed om af en toe onszelf in herinnering te brengen wat de Heere allemaal voor ons heeft gedaan.

'Ik zal de daden van de HEERE gedenken,
ja, ik zal denken aan Uw wonderen van oudsher.
Ik zal al Uw werken overdenken en over Uw daden spreken.
O God, Uw weg is in het heiligdom.
Wie is een God zo groot als God?
U bent de God Die wonderen doet,
U hebt Uw macht bekendgemaakt onder de volken.
U hebt Uw volk door Uw sterke arm verlost,
de nakomelingen van Jakob en van Jozef.’
Psalm 77:12-14


Heer,
vandaag zet U mij even stil door Uw woord,
dat mij oproept om terug te denken
aan hetgeen U voor mij hebt gedaan.

In gedachten ga ik terug in de tijd
en kijk naar de lange, moeilijke weg
die we reeds met elkaar zijn gegaan.

In die weg, Heer, was U steeds nabij,
geen moment liet U ons alleen;
U hebt ons steeds weer bijgestaan.

U was het, die tranen droogde,
hoop gaf en bemoedigde,
de Kracht om door te kunnen gaan.

U was het, die spaarde en bewaarde,
wonden en striemen genas,
zonden en ongerechtigheden hebt weggedaan.

U schonk bevrijding en genezing,
verloste; nooit was Uw hand te kort,
in alles bleef U altijd naast ons staan.

Groot was, en is Uw liefde en trouw,
wonderlijk waren, en zijn soms Uw wegen;
in alles zijn Uw ogen die ons immer gadeslaan.

Ik loof de Heer, want Hij is goed;
eeuwig duurt Zijn liefde en trouw.
Ik loof de Heer, de Allerhoogste God,
Hij is het op wie ik in vertrouwen bouw.

‘Loof de HEERE, want Hij is goed,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
Loof de God der goden,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
Loof de Heere der heren,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.
Die grote wonderen doet, Hij alleen,
want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.’

Psalm 136:1-4


De wil ...
Een bijzonder iets.
De Heer eenieder van ons een eigen wil gegeven; Hij verlangde geen marionetten, geen mensen die alleen maar meelopen en overal ja en amen op zeggen, en domweg doen wat Hij zegt en vraagt.
Hij verlangde naar mensen die bewust kiezen om Hem als hun Schepper te erkennen en Hem te eren, Die in Hem geloven en op Hem vertrouwen; Hem willen volgen, gehoorzaam willen zijn.
Niet omdat ze niet anders kunnen, in de zin van 'zo geprogrammeerd zijn', maar om Wie Hij is!
Niet omdat ze Hem en alles wat Hij heeft gezegd en gedaan begrijpen, maar omdat ze geloven dat Hij is Wie Hij zegt dat Hij is, en doet wat Hij belooft, en ervoor kiezen om Zijn Woord als waarheid aan te nemen, ook al begrijpen ze er niets, of niet veel van.
Maar om Wie Hij is, willen zij Hem met hun hele hart volgen.
Om wie Hij is, willen ze Hem met hun hele hart willen dienen.
Om Wie Hij is, willen ze Hem met hun hele hart gehoorzaam zijn.
Om Wie Hij is, willen zij Hem met hun hele hart willen leren kennen, -voor zover het hier op aarde mogelijk is, en hebben daar alles voor over, en gaan daarin vastbesloten en vastberaden op weg.

Wie Mij zoekt, zal Mij vinden!
Maar willen wij dat?
En zo ja, hoe graag?

'Onrustig is het hart, tot het rust vindt in U!'
(Augustinus)

Een Gezegende zondag,
en een liefdevolle Groet,
Rita


* >> Een Vlinder van God - Nel Benschop

* >> Stilte in mijn hart - Elisabeth Elliot

* >> 'Terugdenken …'

maandag 9 maart 2026

De wil ... (2)
Een standvastige geest ...

In mijn vorige blogje schreef ik dat ik de week erop waarschijnlijk wel verder zou gaan met dit onderwerp, en ja, dat was ook echt de bedoeling, maar persoonlijke omstandigheden dwongen mij even een heel andere richting dan schrijven op, waardoor het even bijna helemaal stil kwam te liggen.
Met mijn Stille Tijd wel even iedere dag een paar dingetjes, maar verder …

Ondertussen waren mijn gedachten ook nog eens ergens anders heengeleid, naar iets wat mijns inziens er ook nauw mee verbonden is, en dus maak ik er even verschillende blogjes van.
Door alles wat er gebeurd is, weet ik niet meer hoe ik bij de tekst kwam van waaruit ik dit blogje begonnen was met schrijven, maar ach, uiteindelijk is dat ook niet zo belangrijk, denk ik.
Ik kwam in ieder geval bij deze tekst, Psalm 51:12.

‘Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.’

In mijn vorige blogje schreef ik er al over in het gedichtje, hoe ziel en geest met elkaar in conflict kunnen zijn.
Ik weet niet hoe het bij jou is, maar mijn geest en mijn ziel zijn nogal eens in conflict.
Nee, niet als het gaat om de kern van het geloof, maar wel als het gaat tussen weten wat ik zou moeten doen, en mijn gevoel, dat mij soms zo een heel andere kant op trekt.
Nog steeds kan ik bij tijden verbaasd zijn over de kracht van gevoelens en de strijd die gevoelens kunnen opleveren.
‘Het goede dat ik doen wil, doe ik niet, en het verkeerde dat ik niet wil, dat doe ik’; de woorden van Paulus weerklinken in mijn hoofd.
De geestelijke mens.
De vleselijke mens.
Gods wil.
Mijn wil.

Heer, wat zijn ze soms
met elkaar in conflict
en wat raken we,
als we niet oppassen,
zo in het web van
de boze verstrikt.


Ingaan tegen wat ik voel, wat kan dat zwaar zijn.
Mijn strijd met mijn overgewicht.
De strijd om te midden van alle negatieve dingen positief te blijven, vol goede moed, een opgeruimde geest …
De strijd om niet (altijd) toe te geven aan vermoeidheid, zwaarmoedige gevoelens, de dingen die mij terneerdrukken …
Tegelijk resoneren de woorden van Prediker ‘voor alles is een tijd en een plaats …’; alsof ze willen zeggen, soms mag je ook even tijd nemen om uit te rusten, te huilen, even alles laten voor wat het is, of gewoon even iets doen wat je fijn vindt en je opbeurt, verkwikt, versterkt, …
En dan is daar dit hoofdstukje over de wil.
Murray mag dan dit Dagboek geschreven hebben waarin hij alles toegespitst op Gebed, de Heer leidt mijn gedachten vaak verder, breder, wijder, zo ook nu.

De wil, niet alleen belangrijk in het wel of niet tijd nemen voor de Heer, om Zijn Woord te lezen, te overdenken en te bidden, maar ook zo belangrijk in alle keuzes waar we in ons dagelijks leven mee te maken hebben en krijgen.
Als ik zittend achter mijn laptop mijn gedachten even laat gaan over de woorden van David, - een standvastige geest, dus even niet over dat hij hierom bidt, maar alleen even over die twee woorden, kom ik min of meer tot de volgende gedachte, -of mag ik zelfs zeggen, conclusie:
De mate van standvastigheid van onze geest, bepaalt de uitkomst van onze wil.
Dan kom ik bij Davids gebed, want het bepaalt mij erbij hoe belangrijk het is om te bidden om een standvastige geest.
Een standvastige geest, die de dingen van boven zoekt waar Christus is, - Die mijn leven is, waardoor ik uit liefde Zijn wil zoek om te doen, en die mij in staat zal stellen, door de kracht van de Heilige Geest Die mij gegeven is, om mijn wil ondergeschikt te maken aan die van Hem.
Kortom: Een standvastige geest is nodig voor een vastbesloten en vastberaden wil. 
De Bijbel laat ons dit zien in de levens van heel wat mannen en vrouwen, maar er zijn er een paar die steeds opnieuw in mijn gedachten terugkomen en mij tot een voorbeeld zijn.

‘…
Daniël nu nam zich in zijn hart voor zich niet te besmetten met de gerechten van de koning of met de wijn die hij dronk. Daarom verzocht hij het hoofd van de hovelingen of hij zich niet zou hoeven te verontreinigen.’
Daniël 1:8

‘…
Sadrach, Mesach en Abed-Nego antwoordden en zeiden tegen koning Nebukadnezar: Wij hoeven u hierop geen antwoord te geven.
Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o koning, uit uw hand verlossen.
En zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden.’
Daniël 3;12,16-18

‘…
Toen Daniël te weten kwam dat dit bevelschrift ondertekend was, ging hij zijn huis binnen. Nu had hij in zijn bovenvertrek open vensters in de richting van Jeruzalem. Op drie tijdstippen per dag ging hij op zijn knieën, bad hij en dankte hij voor het aangezicht van zijn God, precies zoals hij voordien had gedaan.’

Daniël 6:11

Maar ook in het leven van Jozef, van Debora en Jaël, van Maria, zien we hoe hun standvastige geest hun wil en keuzes bepaalde.
Vooral de woorden van Maria blijven me raken en tot een voorbeeld, want haar leven werd totaal op z’n kop gezet, en toch zegt zei:
‘Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig Uw woord.’
(- Gen. 39,40; - Richt. 4; - Luc. 1) 

En wat te denken van Mozes.
De Hebreeënbrief (11:27) zegt het volgende over hem:
‘Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare.’

De standvastige geest van deze mannen en vrouwen maakte dat zij de keuzes konden maken die zij hebben gemaakt.
Maar door Paulus heen geeft de Heer ons dit ook als opdracht:
‘Daarom, mijn geliefde broeders (-en zusters), wees standvastig, onwankelbaar, …’
1 Korinthe 15:58
Wéés standvastig, onwankelbaar, Paulus zegt hiermee: kies daarvoor, ga daarvoor, geef niet op!
Standvastigheid gaat dus duidelijk hand in hand met onze wil.
En Davids gebed laat ons daarbij duidelijk zien, dat we dit niet zonder de Heer kunnen, zonder Zijn hulp, zonder de hulp van de Heilige Geest.

Ja, Heer, vernieuw in ons binnenste een standvastige geest.
In Jezus’ Naam.

- Amen -

Een standvastige geest
en onze wil zijn
onlosmakend met
elkaar verbonden.

Een standvastige geest
weet, dat het vertrouwen
dat hij stelt in zijn Heer,
nooit wordt geschonden.

Een standvastige geest
leeft en kiest vanuit
vast geloof en zekerheid,
in de Heer gevonden.


Laten we toch dagelijks bidden om een standvastige geest, vooral gezien de tijd waarin we leven.
Ja, mag de Heer ons zegenen met een standvastige geest, om vastbesloten en vastberaden onze weg met Hem en tot Zijn eer te gaan.


Een gezegende week
en een liefdevolle groet,
Rita