zondag 11 mei 2014

Week 20 - Van alle markten thuis

Geef haar van de vrucht van haar handen
en laten haar werken haar prijzen in de poorten.
HSV

Moge zij de vruchten plukken van haar werk,
mogen haar daden worden geprezen in de poorten.
NBV

Spreuken 31:31

Er is al heel wat geschreven over de vrouw uit Spreuken 31, dat valt nog eens extra op als je op Google Spreuken 31 intypt.
En er wordt soms toch ook wel heel verschillend naar dit Bijbelgedeelte gekeken.
Maar ook merk ik dat het verschillend bij mensen binnenkomt.
De één wordt er blij van, een ander put er kracht uit, en ikzelf raak er eerder gefrustreerd van, omdat ik al lezende me meer en meer tekort voel schieten en het gevoel heb nooit bij machte te zijn om te worden zoals deze vrouw.

De overdenking op mijn Stille Tijd-kalender (Mijn moment met God) beziet het als een ideaalplaatje dat geschetst wordt; als iets waar vrouwen en mannen naar mogen streven en verlangen.

Hieronder nog een paar citaten uit deze overdenking:
‘…
Ze deed niet alles zelf, maar zorgde ervoor dat het gebeurde.

Het gaat om de ijverige houding, de werklust, het inzicht en de dankbaarheid.

En in de allereerste plaats om haar geestelijk leven – een vrouw met ontzag voor de Heer, die is te prijzen!

Je kunt veel als vrouw.
Je hebt veel in je mars.
Maar om het ook vol te houden, is het belangrijk dat je jezelf kent, je mogelijkheden en je beperkingen, en dat je voor jezelf zorgt, voor je lichaam, je ziel en je geest.’

Vervolgens komen er ter afsluiting een aantal persoonlijk gerichte vragen die je doen nadenken over dit alles.
Ik merk dat ik met dit thema en het hoofdstuk uit Spreuken twee kanten op kan.
Ik kan me te neer laten drukken door de frustraties die opkomen als ik dit alles lees of ik richt me op waar ik wel wat aan kan doen en waarvan ik weet dat dat ook het belangrijkste is en van waaruit al het andere haar oorsprong vind.
Nee, ik ben niet van alle markten thuis, in het geheel niet, maar het is wel mijn diepste verlangen om een vrouw naar Gods hart te zijn, een vrouw die leeft in diep ontzag voor de Heer, een vrouw die Hem vreest.
En aangezien dat het belangrijkste is, ga ik op zoek in Gods woord naar wat ‘ontzag voor de Heer’ nu eigenlijk wil zeggen.


Welzalig is een ieder die de HEERE vreest, die in Zijn wegen gaat.
Psalm 128:1

De definitie die gegeven wordt voor het woordje ontzag is: ‘gevoel voor iemand die je waardeert en bewondert’.
Persoonlijk ‘voel’ ik een andere dimensie nog bij dit woord, ik kan het niet goed omschrijven, maar voor mijn gevoel gaat ontzag hebben dieper dan waarderen en bewonderen.
Vooral naar God toe creëert dit woord voor mij een ‘heilige afstand’.
Niet in de zin van onbereikbaar, maar van erkenning van Hij is de Grootste, de Meeste, de Meerdere.
Het is een diep geworteld gevoel, waar vroeger angst de boventoon voerde, maar nu een diepe, eerbiedige liefde, die mij mijn knieën en hoofd doet buigen.

Terwijl ik dit schrijf, herlees en de woorden tot mezelf laat doordringen, komt de gedachte in mij op, dat het precies is als het Oude en Nieuwe testament, het Oude en Nieuwe Verbond.
Was ontzag voor God in het Oude Testament, onder het Oude Verbond gekoppeld aan angst, in het Nieuwe Testament, het Nieuwe Verbond is het gekoppeld aan liefde, omdat de Here Jezus is gekomen en door Zijn volbrachte werk de weg tot God heeft vrijgemaakt; we mogen Hem nu zelfs ‘Abba – Vader’ noemen.
Maar eerbied en diep respect, verering en aanbidding zijn en blijven daaraan onlosmakend verbonden.
De God van het Oude Testament, het Oude Verbond, is dezelfde God als in het Nieuwe Testament, het Nieuwe Verbond.
God blijft God, de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde, de Allerhoogste en niet ons vriendje waar we mee knikkeren.

De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis,
dwazen verachten wijsheid en vermaning.
Spr. 1:7

Mijn zoon, als je mijn woorden aanneemt, en mijn geboden bij je opbergt,
om je oor acht te doen slaan op de wijsheid, 
als je je hart neigt naar het inzicht, 
ja, als je roept om het verstand, 
je stem laat klinken om inzicht, als je het zoekt als zilver,
het naspeurt als verborgen schatten,
dan zul je de vreze des HEEREN begrijpen, 
de kennis van God vinden.
Spr. 2:1-5

Ontzag voor God is de grondslag van alle kennis, van alle wijsheid, maar om echt te begrijpen wat ontzag voor God werkelijk betekent, is wijsheid en inzicht nodig.
Het begint met het erkennen en belijden dat God de Allerhoogste is, de Schepper van hemel en aarde, de Almachtige en het houdt in dat we vervolgens luisteren naar wat Hij ons heeft te zeggen, Hem gehoorzamen, Zijn  wil zoeken en doen.
Het houdt in dat we tijd apart zetten om Zijn woord te lezen, om te bidden.
Het betekent dat we er moeite voor zullen doen, het mag ons wat kosten.
Het zoeken naar en het opgraven van een schat heeft heel wat voeten in de aarde, is niet iets wat in één dag gebeurt.
Kijk of lees maar eens wat er niet aan vooraf gaat, wat er voor nodig is, hoeveel het wel niet kost, zowel financieel als aan energie (misschien is de uitdrukking met bloed, zweet en tranen hier wel op zijn plaats).
Hoeveel te meer zouden wij, als Zijn kinderen, dan niet bereid moeten zijn om te groeien in wijsheid en inzicht, ten einde Hem steeds meer en beter te leren kennen, om te begrijpen wat Hij ons wilt leren.
Hij heeft ons immers geschapen om Hem te eren en te aanbidden, te dienen en groot te maken!

En het bijzondere is dat God, in Wie alle wijsheid, kennis en inzicht is, ons daarvan ook wilt geven:
Spr. 2:6 en Jac. 1:5:

De HEERE geeft immers wijsheid, uit Zijn mond komen kennis en inzicht.

En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden.

We hoeven er slechts om te vragen en Hij zal overvloedig geven, hoe bijzonder; om stil van te worden.
Is dat ons verlangen, is dat waar ons hart naar verlangt en ons leven op gericht is?

De vreze des HEEREN (ontzag voor de Heer) is een bron van leven …
Spreuken 14:27a

Ik vind het heel mooi wat de Matthew Henri hierover zegt:
‘De vreze des Heren wordt hier aangeduid als het belangrijkste principe waarop alle andere principes gestoeld zijn. Waar dit principe wordt gehuldigd, heerst een rustige, kalmte van geest. Het stelt de mens in staat vast te houden aan zijn evenwichtige levenswijze en het geeft hem vrijmoedigheid voor God en de mensen.
Het is een overvloeiende en altijdvloeiende bron van troost en blijdschap. Het is het beste tegengif tegen zonden en verzoekingen.’

Deze woorden van Matthew Henri brengen mij vervolgens weer terug bij waar ik begon, bij de vrouw uit Spreuken 31.
Want zij is een vrouw die leeft vanuit dit principe.
Haar rustige, kalme geest spreekt uit alles wat zij doet.
Evenwichtig is haar levenswijze en vrijmoedig haar handel en wandel.
Ze biedt troost aan wie het nodig heeft en deelt uit van haar blijdschap; standvastig is haar geest.
Het is een vrouw die weet wie zij is; een vrouw die werkelijk haar identiteit in Christus gevonden heeft en van daaruit leeft.
En als ik deze dingen zo op een rijtje zet, en overdenk, dan komt er ook vreugde en blijdschap in mijn hart.
Het betekent niet dat ik haar zal evenaren in alles, maar wel dat ik kan uitgroeien tot de vrouw zoals God mij bedoeld heeft te zijn met mijn eigen gaven en talenten, mogelijkheden en beperkingen.
En mijn verlangen is alleen maar groter geworden om zo’n vrouw te zijn, te worden; een vrouw naar Zijn hart, een vrouw die leeft in diep ontzag voor Hem.


Lieve Vader in de hemel, met een hart vol ontzag voor wie U bent, kom ik bij U om U te danken, te loven en te prijzen.
Wat hebt U een geduld met mij!
Wat moet U toch veel van mij houden, dat U niet opgeeft en mij blijft onderwijzen.
Hetzelfde misschien wel honderdduizend keer zegt, net zolang totdat ik het begrijp of kan pakken.
Dank U wel, voor Uw liefde en trouw!
Dank U wel, voor Uw woord!
Dank U wel, voor wie U bent!
Ik buig mij voor U neer, in diep en heilig ontzag en ik prijs Uw grote naam.
Halleluja!

- Amen –


In ontzag voor U ...

In ontzag voor U, Heer,
ligt alles verborgen.
Eerbied,
achting en respect,
verering
en aanbidding.
Levend’ in ontzag voor U, Heer,
heeft U de hoogste plaats
gister, vandaag en morgen.

In ontzag voor U, Heer,
ligt alles verborgen.
Alle wijsheid,
kennis en inzicht,
een sterke
en standvastige geest.
Levend’ in ontzag voor U, Heer,
kunnen we blijmoedig uitzien,
wetend: U zal voor ons zorgen.

In ontzag voor U, Heer,
ligt alles verborgen.
Al onze kracht,
onze vreugde en blijdschap,
vrijmoedigheid
en troost.
Levend’ in ontzag voor U, Heer,
mogen we ons veilig weten
en geborgen.


Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,




Bevalligheid is bedrieglijk en schoonheid vergankelijk,
een vrouw die de HEERE vreest, die zal geprezen worden.
Spreuken 31:30

Wie in zijn oprechtheid wandelt, vreest de HEERE,
maar wie van zijn wegen afwijkt, veracht Hem.
Spreuken 14:2

In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen,
en voor Zijn kinderen zal Hij een toevlucht zijn.
Spreuken 2:26

Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, 
zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.
Psalm 103:13

Dan spreken zij die de HEERE vrezen,
ieder tot zijn naaste:
De HEERE slaat er acht op en luistert.
Er is een gedenkboek geschreven voor Zijn aangezicht,
voor wie de HEERE vrezen en wie Zijn Naam hoogachten.
Maleachi 3:16

Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken?
Immers, U alleen bent heilig.
Want alle volken zullen komen en U aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.
Openbaring 15:4


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen