maandag 26 februari 2024

Week 9 - Een kostbare bijzondere aanvulling
Neem de tijd ... (28)

Belangrijke lessen om te onthouden en te leren!


Inmiddels is het zaterdagmorgen; het was namelijk vrijdag toen ik het blogje van gister schreef.
En eigenlijk dacht ik dat het stukje klaar was op eventueel een gedichtje na.
Echter na wat ik vanmorgen las met ‘mijn Bijbelleesrooster’, ervaar ik dat dit er toch nog ‘bij’ moet, maar omdat het bij elkaar echt te lang wordt, komt dit stukje vandaag apart.
Even voor alle duidelijkheid (voor het geval iemand ook dit Bijbelleesrooster volgt) ik ben iets verder met lezen dat wat er precies op het rooster staat, - dit geeft mij wat speling voor de dagen dat ik door afspraken of onvoorziene dingen geen tijd heb, vandaar dat ik vandaag iets anders las dan staat aangegeven voor vandaag.

Jezelf verliezen in de emoties van het moment …
En zo begon ik vandaag met Numeri 14.
Degenen die ook meelezen op mijn Blog ‘Into Your Hands’, weten dat ik dit jaar het Rooster lees vanuit ‘Het nieuwe Leven’, en ik lees daarbij ook alle aantekeningen onderin die daarbij gegeven zijn.
Zo kwam ik dan ook bij de aantekeningen bij Num. 14:1-4, een gedeelte waar het volk Israël alles bij elkaar klaagde nadat de twaalf verspieders waren teruggekomen uit het Beloofde Land, en tien van hen hadden aangegeven dat het onmogelijk zou zijn om dit land te veroveren, zo groot en sterk waren de mensen (en steden etc.) die daar woonden.
Jozua en Kaleb, die heel andere dingen vertelden, werden compleet overstemt door de negatieve reacties van de andere tien.
En dan staat er bij de aantekeningen het o.a. volgende:
‘Doordat zij het overzicht verloren, verloor het volk zich in de emotie van dat moment. Zij vergaten daarbij wat zij over Gods karakter wisten.’

Met het lezen van deze woorden gingen mijn gedachten direct terug naar dat moment waar mijn geloof zo onder vuur lag.
Ik bedenk mij nu dat de omstandigheden inderdaad zo’n grote plaats in mijn leven hadden ingenomen, dat ik het overzicht had verloren, en niet meer kon accepteren dat Gods wegen en gedachten hoger zijn dan mijn wegen en gedachten.
De emoties hadden zo de overhand gekregen, dat ik mij daarin inderdaad had verloren, in plaats van dat ik nog kon zien en leven vanuit Wie Hij was.
O ja, heel diep van binnen wist ik het allemaal nog wel, maar alle emoties hadden de overhand gekregen.
Nu terugkijkend en denkend, besef ik dat ik ze de overhand laten nemen; ik had het al zover laten komen, dat dit een onvermijdelijk gevolg was.

Welk een grote les ligt er dan ook in deze woorden!
De les van elke dag waakzaam zijn, me niet mee laten slepen door wat ik voel of denk, zelfs niet een heel klein stukje, omdat als ik niet oppas me anders kan verliezen in de emoties van het moment!
Een moeilijke les om te leren, immers we worden vaak juist aangevallen als we zwak zijn, moe en kwetsbaar.
Opnieuw ligt hier het bewijs van de noodzaak van het dagelijks omgang hebben met Hem!

Gevolgen van ongeloof en weglopen …
Vervolgens lees ik op de volgende bladzijde, de aantekening bij Num. 14:34 - ‘Door niet op God te vertrouwen, ontstaan vaak grotere problemen dan er oorspronkelijk waren. Als we van God weglopen, komen we onvermijdelijk in de problemen.’
De problemen – gevolgen, voor het volk Israël waren gigantisch groot, iedereen vanaf twintig jaar mocht het Beloofde Land niet meer in, op de paar mensen na die de Heere God wel hadden vertrouwd.
Hoewel onze eeuwigheid misschien niet à la minuut in gevaar komt, toch zijn er zeker consequenties als wij de Heer niet vertrouwen.
Er ontstaat een steeds grotere verwijdering tussen Hem en ons, waardoor we Zijn kracht en steun steeds minder zullen ervaren; en hoe langer dit ongeloof – want dat is het uiteindelijk, duurt, hoe groter de kloof tussen Hem en ons wordt.
Het zal onze relatie met Hem negatief beïnvloeden.
Het zal ons weghalen van tijd met Hem.
Zijn Woord zal steeds minder voor ons gaan betekenen en we zullen er steeds minder ons houvast in vinden.
Het zal ook ons gebedsleven aantasten, waardoor we uiteindelijk misschien wel helemaal niet meer (kunnen) bidden.
En als we van Hem weglopen, lopen we zelfs de kans om ook onze eeuwige toekomst met Hem te verspelen, en dan hebben we pas echt een groot probleem!

'Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?
Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging,
of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?
Zoals geschreven staat:
Want omwille van U worden wij de hele dag gedood,
wij worden beschouwd als slachtschapen.
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars
door Hem Die ons heeft liefgehad.
Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven,
noch engelen, noch overheden, noch krachten,
noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte,
noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden
van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.'

Romeinen 8:35-39

Als geen ander weet ik hoe moeilijk het soms is om te blijven geloven, te blijven vertrouwen.
Hoe kostbaar is dan Zijn belofte dat niets of niemand ons uit Zijn hand kan roven!
Dat niets ons kan scheiden van Zijn Liefde!
Behalve …
Ja, behalve wijzelf, alleen wijzelf kunnen ervoor kiezen om Hem volledig de rug toe te keren, en niets meer met Hem te maken willen hebben.
Maar aan Hem zal het niet liggen, zo groot is Zijn liefde en genade, zo’n waarheid is Zijn woord, zo onveranderlijk is Hij!

Een bijzonder Gebed …
Als laatste las ik Psalm 90.
Wat een prachtige afsluiting voor vandaag met alles wat ik al heb gelezen, maar ook van alles waar ik de laatste dagen mee bezig mocht zijn.
De Psalm toont ons de eeuwige grootheid en almacht van God, en de nietigheid en kwetsbaarheid van de mens.
En uit de laatste woorden van Mozes blijkt hoe belangrijk Zijn liefde, goedheid, en bewogenheid zijn, en hoezeer wij het nodig hebben in ons leven.
Maar voor vandaag, met de woorden van gister en vandaag in gedachten, is vers 12 wat we moeten leren.
‘O God, leer ons zo te leven dat wij ons uiteindelijk de wijsheid eigen maken.’ 
In dit geval spreekt mij de NBG-vertaling mij het meeste aan, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik deze tekst in die vertaling ooit als eerste uit mijn hoofd geleerd heb.
‘Leer ons zó onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.’

Onze tijd hier op aarde mag soms heel lang lijken, vooral als het leven moeilijk en zwaar is, maar in wezen hebben we slechts beperkt de tijd op deze aarde.
Daarom is het belangrijk hoe wij onze dagen hier op aarde leven, hoe we de tijd die we hebben gekregen, besteden.

Op mijn Blog ‘Into Your Hands’ heb ik een verhaal staan dat heet ‘Tactiek van de boze’, en komt er in het kort op neer, dat hij erop uit is om maar te zorgen dat we het zo druk hebben, dat onze tijd met de Heer er (vaak als eerste) bij inschiet en dat menig mens zijn benen voorbijloopt.
Gezien het aantal burn-outs lijkt het hem ook bijzonder goed te lukken.
Toch zijn we allemaal uiteindelijk zelf verantwoordelijk wat we met onze tijd doen, en hoe we die besteden.
Wat heeft onze prioriteit?
Wat zegt Hij ons eigenlijk in Zijn Woord?
Misschien is vandaag wel een goed moment om tijd te nemen en onze agenda eens te bestuderen.
Misschien is vandaag wel een goed moment om hem eens naast Gods Woord te leggen.

Neem de tijd …

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd en sta eens even stil
bij het feit dat je leven kwetsbaar is,
en voorbij voor je het weet.
Neem de tijd en bedenk daarbij wat
nu eigenlijk het meest belangrijk is.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd en spiegel je leven eens
aan Zijn Woord en aan Zijn wil;
aan wat hem vreugde schenkt.
Neem de tijd, om zo dagelijks bij Hem
te zijn, zodat Hij je kan onderwijzen en leren.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd, sta open voor wat Hij
je zegt in Zijn Woord, neem het ter harte
en wees Hem in alles gehoorzaam.
Neem de tijd, sta open voor Zijn leiding, en
je zult een wijs en moedig hart verkrijgen.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd …


   >> 'In de stilte' -  Opwekking 854
                              

Blessings & Shalom
Rita


👉 Tactiek van de boze

👉 Een dagje vrij

zondag 25 februari 2024

Week 9 - Om over na te denken …
(niet) Kunnen of (niet) Willen?

Een gedachte om eens over na te denken bij de tekst die centraal stond in mijn vorige blogje.

‘Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!’
Marc. 9:24


Als ik iets moois lees, of een gedachte in mij opkomt die mij tot nadenken stem, of waar ik nog eens over wil nadenken, dan schrijf ik het (meestal) gelijk op.
Citaten vaak in een schriftje, maar gedachten vaak op een briefje.
En zo lag er alweer een tijdje een klein briefje op mijn bureau met een gedachte die erop wachtte dat ik er iets mee zou doen, of om gebundeld te worden met andere briefjes die waren blijven liggen, en die ik toch maar niet weg kan gooien.
Vanmorgen (vrijdag 23 febr.) zag ik dit briefje opnieuw liggen en ineens moest ik denken aan de tekst die in mijn vorige blogje centraal stond en hoe ze bij elkaar passen, misschien wel bij elkaar horen
En zo voor deze week een gedachte met een persoonlijk verhaal erbij om eens over na te denken.

Huilende vrouw van Christa Rosier

Ik geloof het niet meer …
Soms kunnen we door de dingen die we in ons leven meemaken, komen op het punt waarop we soms zeggen: ‘ik geloof het niet meer; ik kan niet meer geloven dat de Heer mij ziet, dat Hij van mij houdt, dat Hij voor mij zorgt; dat Hij mij helpt; dat ik kostbaar en waardevol ben in Zijn ogen, dat …’
Uit ervaring weet ik hoe zwaar het leven soms kan zijn, en hoe het je geloof kan aantasten, ondermijnen, kan doen afbrokkelen; het je zo aan de afgrond brengt, dat dit soort gedachten in je opkomen.
Een tijdje terug werd ik bij dit soort gedachten stilgezet, en het bracht mij terug in de tijd naar het moment dat ik mij daar bevond, en ik realiseerde mij dat ik van ‘ik geloof het niet meer’ belandde bij de vraag: ‘Wil ik nog wel geloven?’
Het was echt een oprechte vraag die ik mezelf stelde, een vraag die voortkwam uit alles wat we hadden meegemaakt en waar gewoon maar geen einde aan leek te komen.
Een vraag die voortkwam uit het gevoel van ‘waar bent U dan; kan het U dan nog wel iets schelen, ziet U mij nog wel? Heer help, ik verga!’
Het nadenken over deze vraag bracht mij uiteindelijk op de plaats waar ik besefte, dat als Hij geen deel meer van mijn leven zou uitmaken, ik dan net zo goed dood kon zijn; om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik dan de eeuwigheid zonder Hem zou moeten doorbrengen, waardoor ik automatisch terugkwam bij Hem en het ‘Ja, Heer, ik wil wel geloven maar …
Ik wil wel geloven, ik weet immers niet hoe ik zonder U moet, maar ik kan niet meer; ik zie het ook niet meer, kom mij dan toch alstublieft op de één of andere manier tegemoet.’
En dit alles deed mij de volgende gedachte opschrijven:
‘De vraag is niet: kunnen we (nog) wel geloven, maar willen we (nog) geloven? Als we willen dan komt Hij ons tegemoet om het ook te kunnen.’

Kunnen of willen …
De ultieme vraag: willen we?
Want dat brengt mij per direct terug bij de tekst waarin ik de vorige keer over schreef; bij die radeloze vader van de bezeten jongen, die tegen de Here Jezus zei: ‘Here, ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp!’
Here, ik wil wel geloven, maar ik heb niet genoeg geloof.
En de Here Jezus kwam hem tegemoet, en genas zijn zoon!
Wat erg belangrijk was (zie ook vorige blogje) was het opzien naar Jezus.
Murray zei daarover: ‘Doch toen hij Christus in het gelaat keek, was hij er zeker van dat de liefde, die bereidwillig was om te genezen, ook klaar zou staan om met zijn geloof te helpen en zelfs het zwakke begin ervan in genade zou accepteren.’

Zolang ik bleef kijken naar wat er maar niet gebeurde, er maar niet veranderde; er steeds bij kwam, en hoe moe ik was enz., zag ik niet op Jezus, zag ik niet meer op Zijn liefde en kracht, zag ik niet meer dat God soms de tijd neemt, oftewel het juiste moment afwacht om hulp of uitkomst te geven.
Met de vraag of ik nog wel wilde geloven, werd mijn blik weer omhoog gericht, naar Hem Die alles vast in handen heeft, dus ook al mijn omstandigheden, alles wat er gebeurde, en gebeurt.

Misschien bevind jij je wel op dat punt van ‘ik geloof niet meer, ik kan niet meer geloven dat’.
Misschien bevind jij je wel op dat punt van waardeloos voelen, onbegrepen en onbemind, totaal niet kostbaar, niet voor mensen en ook voor God, want anders …
Dan wil ik je vragen om je blik daarvan eens weg te nemen en jezelf deze vraag te stellen: Wil ik nog wel geloven?
Kijk met het nadenken hierover eens terug naar toen je ging geloven, toen je koos voor Hem, en waarom je dat deed.
Neem Zijn Woord, de Bijbel, eens in je handen; wat betekende dit voor jou?
En hoe is alles nu?
Wat zou je nu willen?
Waar verlang je naar in je relatie met Hem?

Ik weet van mijzelf nog dat bidden en Bijbellezen gaandeweg minder werd naar mate ik mijn blik verlegde van Hem naar alle problemen en verdriet.
Opmerkingen als ‘Och, het houdt bij jullie ook niet op, hè’, -hoe goed en meelevend ook bedoeld en ook als zodanig ervaren, trokken mij in wezen alleen maar meer bij Hem vandaan, en richtte mijn blik -onbedoeld, nog meer op alle ellende in plaats van op Hem, Die onveranderlijk is, en Die bij machte is oneindig veel meer te doen, dan ik maar kan bidden of beseffen, en bij Wie alle dingen mogelijk zijn.

Onder tranen koos ik opnieuw voor Hem, vroeg ik Hem vergeving over alles wat mij op dit punt had doen belanden, en smeekte Hem om mij te helpen om weer te kunnen geloven, om mij weer iets aan hoop en kracht te geven; om mij tegemoet te komen.
Hoe het allemaal precies ging, weet ik niet meer, maar wel dat de Heer mij iets liet doen, zo heb ik dat (achteraf) echt ervaren.
Ik ervoer dat ik Zijn Woord bij de Psalmen moest openen, ze doorbladeren en elk woord van de Psalmist opschrijven waarmee ik me verwant voelde als het ging om pijn en verdriet, om strijd en ellende, moeiten en zorgen enz.
Vervolgens ervoer ik dat ik -op een ander papier, alles op ‘moest’ schrijven waarvan de Psalmist getuigde van Wie en hoe God was. 
Toen ik daarmee klaar was, ben ik alles hardop gaan voorlezen, hardop gaan uitspreken; eerst het vel met alle ‘klachten’ en daarna alle Bijbelteksten die spraken over Wie en hoe Hij is.
En met dat ik aan het lezen was over Zijn grootheid, Zijn bewogenheid, liefde en kracht, ervoer ik dat er binnenin mij iets veranderde, hoe spoortjes van licht en hernieuwde hoop mijn ziel binnenkwamen, en mij weghaalden bij die afgrond en terugbrachten bij Hem.
Nee, de omstandigheden waren nog precies dezelfde, en bleven dat ook nog voor lange tijd, maar ín mij was er iets veranderd.

Wat ik met dit alles wil zeggen?
Kéér toch terug naar God, naar Gods Woord!
Ga het weer lezen, -het liefst hardop zodat je ook hoort wat je leest.
Maar ik geloof ook dat, vooral in dit soort omstandigheden, het belangrijk is dat je het hardop doet, zodat de boze machten het ook horen, want ik ben ervan overtuigt dat ze daarmee hun greep verliezen.
Terugkijkend, geloof ik dat dat ook hetgeen was wat er gebeurde, toen ik die spoortjes van licht en hernieuwde hoop mijn ziel voelde binnenkomen.

Het doet er niet toe of jij -voor je gevoel, geen geloof meer hebt in Hem of Zijn Woord; de boze wil maar al te graag dat wij denken dat het zo is, maar als je wil geloven, dóe het dan, laat het de eerste stap weer terug zijn naar Hem.
‘Nader tot God, en Hij zal tot u naderen’, zegt Zijn Woord in Jacobus 4:8; dat is een belofte waar je op mag gaan staan!
En bid, spreek het maar uit:
‘Heer, ik geloof, -ik wil geloven, maar kom mijn ongeloof te hulp!’
Zoals de Here Jezus de vader van die jongen tegemoet kwam, en mij, zal Hij ook jou tegemoet komen.

Niet meer kunnen, of niet willen geloven …
‘Nader tot God, en Hij zal tot u naderen’,
dát is wat Hij belooft in Zijn Woord.
Niet meer kunnen, of niet willen geloven …
‘Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp’;
zie, het eerste lichtpuntje van hoop gloort.

'For thou wilt light my candle: the LORD my God will enlighten my darkness.'
Psalm 18:28
(In Nederlandse vert. vers 29)

Dat de Heer Zijn licht in jouw leven weer zal ontsteken als het duister en donker is.
Zegen en een liefdevolle groet,
Rita


👉 De afbeelding van het schilderij 'Huilende vrouw' van Christa Rosier is een foto van het canvas van het schilderij dat op mijn studeerkamer hangt, en betekent erg veel voor mij, daar er een verhaal aan vast zit. Helaas bestaat het Blog waarop dit verhaal stond niet meer, maar het verhaal heb ik nog steeds. Misschien dat ik het één dezer dagen op mijn Blog 'Into Your Hands' plaats. Mocht ik dit doen, dan zal ik hier de link daarheen plaatsen.

👉 Lees >> hier<< Christa's verhaal achter dit schilderij.

zondag 18 februari 2024

Week 8 - Jezus, de Leidsman en Voleinder van ons Geloof
Overwinnend leven (slot)
Neem de tijd ... (27)

Vorige week eindigde ik het stukje (voor het gedichtje) met deze woorden:
‘Stel uw vertrouwen in de machtige kracht van God,
in de blijvende tegenwoordigheid van Jezus,
als de enige borg voor zekere en voortdurende overwinning.
- Gelooft gij dit? Ja, Heere, ik geloof -

Als we dit geloven, als dit onze zekerheid is, kunnen we vastberaden voortgaan op de weg die nog voor ons ligt, wetende dat ons leven veilig is in de almachtige hand van God, onze Vader, en in de liefde van onze Heer en Heiland, Jezus Christus.'

Maar helaas is ons geloof niet altijd even groot en sterk, hebben we simpelweg te kort aan geloof.
Hoe mooi is het dan dat het volgende hoofdstukje begint met deze tekst, Marc. 9:24b, waar staat:
‘Heere, ik geloof; maar kom mijn ongeloof te hulp.’

Groot geloof - klein geloof - ongeloof ...
Ja, soms schiet mijn geloof gewoon te kort, maar soms lijkt het ook af te brokkelen als vele moeilijkheden en problemen zich opstapelen; het één op het ander volgt, en er maar geen eind aan lijkt te komen.
Ja, dan vind ik het soms moeilijk om te blijven geloven dat Hij erbij is, erbij blijft en ook uitkomst zal geven.
Al moet ik bij dit laatste wel zeggen, dat ik wel in alle jaren die achter mij liggen, meer en meer in ben gaan zien, dat de Heere er echt altijd bij is, en hulp geeft op het juiste moment; als ook dat Hij de dingen die gebeuren soms wil gebruiken om mij te onderwijzen, te leren, te doen groeien, door te laten zien wie Hij is; als ook dat uiteindelijk eigenlijk alles er altijd om gaat dat Híj de meeste eer ontvangt.
Helaas was -en ben ik soms nog, dan vaak te ongeduldig in het wachten, wil ik dingen zelf oplossen in plaats van dat ik Hem de ruimte te geeft.
Is het immers niet zo dat we vaak wel willen leren, maar dan zonder (al te veel) lijden, zonder moeilijkheden en problemen enz.?
Maar iets leren gaat nu eenmaal niet zonder dat het ons iets kost, en dat geldt letterlijk voor alles wat we in dit leven hebben te leren.
Leren lopen gaat met vallen en opstaan.
Praten leert een kind alleen doordat zijn ouders hem dingen -soms eindeloos, voorzeggen en hem laten herhalen, en waar nodig verbeteren.
Leren lezen en schrijven, ons verder ontwikkelen, het kan alleen door te oefenen en er moeite voor te doen.
Een topsporter worden kan alleen door dag in dag uit te trainen.
Zo heeft ook ons geloof ook training nodig om te kunnen groeien, groter en sterker te worden.
Maar ook hierin komt de Here Jezus ons tegemoet, Hij weet dit!
Hij is ons immers in alles voorgegaan, ook hierin, want ook Hij heeft gehoorzaamheid geleerd door lijden heen; Hij vraagt niets van ons, waar Hij niet Zelf doorheen gegaan is.
En dan nog komt Hij ons tegemoet …

Heere, ik geloof; maar kom mijn ongeloof te hulp.’

Lees als je tijd hebt, of jezelf deze tijd gunt, het hele gedeelte eens even waar deze tekst uit voortkomt, -want het is niet alleen mooi, maar ook heel belangrijk om te doen, zelfs als het zoals vandaag eigenlijk alleen gaat om een paar verzen eruit.
>> Marcus 9:14-29   

De vader van de bezeten jongen vraagt de Here Jezus om hulp, en de Here jezus zegt tegen hem: ‘Als u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft.’
En dan zegt Murray een paar dingen die mij zeer raken.
‘De vader voelde dat Christus de verantwoordelijkheid op hem legde. Als hij geloofde, kon het kind genezen worden. En hij dacht dat hij zulk geloof niet had.
Doch toen hij Christus in het gelaat keek, was hij er zeker van dat de liefde, die bereidwillig was om te genezen, ook klaar zou staan om met zijn geloof te helpen en zelfs het zwakke begin ervan in genade zou accepteren.
En hij riep in tranen uit: Here, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.’

Christus verhoorde het gebed en het kind werd genezen.’


Opzien - aankijken ...
Doch toen hij Christus in het gelaat keek, was hij er zeker van …
Als ik het Bijbelgedeelte nog eens herlees, zie ik in gedachten de radeloze vader bij de Here Jezus staan.
Hij was al bij de discipelen geweest, maar die hadden hem niet kunnen helpen; het was zelfs uitgemond in onenigheid en geruzie met enkele schriftgeleerden.
En nu had Jezus hem naar zijn verhaal gevraagd en als laatste zei hij in zijn radeloosheid tegen Jezus: ‘…, maar als U iets kunt, wees dan met innerlijke ontferming bewogen over ons, en help ons.’

Maar als U iets kunt …
Geloof en ongeloof klinken in dezelfde zin door, willen geloven en toch ook bijna niet kunnend.
En tegelijkertijd doet hij een beroep op de liefde en bewogenheid van de Here Jezus: ‘wees dan met innerlijke ontferming bewogen over ons en …’
Geen mens kan zulke dingen zeggen, zonder de persoon tot wie ze spreken aan te kijken.
Misschien dat we ons smekend op de grond laten vallen aan de voeten van de Heere, maar er zal altijd een moment zijn van verwachtend en verlangend opzien naar Hem.
De vader van de jongen zag verwachtend en verlangend op; keek Hem vol verlangen verwachtend aan.
Jezus’ antwoord was moeilijk voor hem, maar doordat hij naar Jezus keek, zag hij Zijn liefde en bewogenheid, waardoor hij uitriep: ‘Ik geloof, Heere, maar kom mijn ongeloof te hulp!’
Ik geloof, Heere, maar ik heb ook weer niet genoeg geloof, kom mij daarin toch tegemoet!

Doch toen hij Jezus in het gelaat keek …
Ik geloof dat hier de sleutel ligt naar groei in ons geloof, naar versterking van ons geloof; naar de verhoring van onze gebeden, om het antwoord, -zowel het ja, als nee, te kunnen zien, als ook het te kunnen accepteren als het antwoord anders is dan wij hadden gewild of gehoopt.
Opzien naar Jezus.
Verwachtend opzien naar Jezus.
Vertrouwend op Zijn liefde en bewogenheid, op Zijn ontferming.

Deze woorden, opzien naar Jezus, brengen mij een voorval in herinnering van jaren geleden.
Het was op een zondagmorgen tijdens een dienst.
Degene die de leiding had voor de zang/aanbidding was een jonge vader.
En terwijl hij daar stond, kwam er opeens een klein mannetje aan gedribbeld, en ging voor het podium staan en keek omhoog naar de plaats waar zijn vader stond te spelen en te zingen.
Hij keek even, en ging vervolgens weer terug naar zijn moeder.
Thuisgekomen uit de dienst kon ik niet anders dan woorden geven aan wat ik had gezien, en de boodschap die erin verborgen lag.

Opzien naar zijn vader,
zijn oogjes zijn gericht op hem.
Opzien naar zijn vader,
stilletjes luisterend naar zijn stem.

Het kleine mannetje
komt aan gedribbeld,
voor het podium
blijft hij stilletjes staan.
In zijn knuistjes houdt hij
zijn knuffel stevig vast
en met grote ogen
kijkt hij zijn vader aan.
Voor een kort moment
kijkt hij omhoog, dan doen
zijn kleine beentjes hem weer
terug naar zijn moeder gaan.

Een kort moment,
waarin dit kleine ventje,
opzag naar zijn vader
die daar op het podium stond.
Een kort moment,
maar waarin God,
door dit mannetje heen,
Zijn boodschap zond.
Sla je ogen op naar Mij,
Ik ben jouw hemelse Vader,
Zie op naar Mij,
Ik ben jouw vaste grond.

Opzien naar de Vader,
richt de ogen van je hart op Hem.
Opzien naar de Vader,

wees stil, vertrouw en luister naar Zijn stem.

Opzien naar de Vader.
Opzien naar Jezus.


Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd tot al wat je ziet
Jezus is, en wie Hij is.
Neem de tijd, en zie Zijn verlangen
om jouw geloof te versterken.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd om bij Hem te zijn
tot je Zijn bereidheid ziet.
Neem de tijd, zodat je kunt ontvangen
wat Hij je zo vol liefde wilt geven.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd, geloof en vertrouw,
en bidt vurig tot Hem.
Neem de tijd, klamp je aan Hem vast
tot je hebt ontvangen.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd, blijf terugkomen tot
je kunt zeggen: ‘Ja, Heer, ik geloof.’

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd …

Jezus, de Leidsman en Voleinder van ons geloof.
Jezus, onze Heer en Heiland, onze Redder.
Jezus, onze Leidsman, Die ons de weg heeft gewezen, ons in alles is voorgegaan, maar zonder te zondigen.
Jezus, de Voleinder, Hij heeft alles voor ons volbracht en zal op een dag ook alles voltooien.

‘In contact met Jezus,
wordt ook het zwakste geloof
sterk en moedig gemaakt!
Jezus is de Auteur en Voleinder van ons geloof.

Een zwak geloof in de Almachtige Christus
zal uitgroeien tot het grote geloof dat bergen kan verzetten.

Reken met groot vertrouwen
op het verlangen van Christus
om uw geloof te versterken.’

Andrew Murray


Doch toen hij Jezus in het gelaat keek …
Opzien …
Verwachtend opzien.
Verlangend verwachtend opzien om te ontvangen!
Zo kunnen we, samen met Hem, een overwinnend leven leven.

Ik richt mijn ogen naar boven,
naar Hem, Die mij in alles is voorgegaan.
Ik richt mijn ogen op Jezus,
Die zoveel, ja alles, voor mij heeft doorstaan.

Ik richt mijn ogen naar boven,
naar Hem Die vol ontferming is bewogen.
Ik richt mijn ogen op Jezus,
Wiens hart vol liefde is en mededogen.

Ik richt mijn ogen naar boven, op Jezus.
Neem mijn kleine beetje geloof, o Heer,
kom mij toch in Uw grote liefde tegemoet,
en vermeerder het tot Uw glorie en eer.


Gods zegen voor de komende week.
Laten we waar nodig is onze ogen omhoog richten en zien op Hem, Die ons in alles is voorgegaan en wil geven wat we nosdig hebben.

Een liefdevolle groet,
💕Rita

zondag 11 februari 2024

Week 7 - Overwinnend leven (1)
Neem de tijd ... (26)

Eigenlijk zijn het twee hoofdstukjes die mij bezighielden na mijn vorige blogjes; hoofdstukjes die voor mijn gevoel hier weer prachtig bij aansluiten.
Het ene hoofdstukje draagt de titel ‘De wereld overwinnend’, en het andere ‘Jezus, de Leidsman en Voleinder van ons geloof’.
In dit en een volgend blogje komen de beide hoofdstukjes samen onder de titel ‘Overwinnend Leven’. Een reis vanuit ‘de wereld overwinnend’ met ‘Jezus, de Leidsman en Voleinder van ons geloof naar een leven in overwinning.



Neem de tijd, o mijn ziel
neem de tijd en denk eens na
over de volgende vragen.
Neem de tijd om je leven
daaraan te spiegelen.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd: In hoeverre ben je
je bewust van het gevaar van
de verleidingen van de wereld?
Neem de tijd: Hoe hard trekken
de genoegens van de wereld aan jou?

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd: In hoeverre voel je
je onmachtig om dit te overwinnen?
Neem de tijd: Hoe vaak verlies
je de strijd in deze gevechten?

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd: In hoeverre onderschat je
de gevaren van de wereld en wat zij biedt?
Neem de tijd: Of denk je dat het
wel meevalt, je weinig gevaar loopt?

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd, en vraag jezelf eens af:
Is Gods Woord nog echt je leidraad?
Neem de tijd: Wie of wat bepaald
de keuzes die je in alles maakt?

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd: Wat geeft je voldoening?
Wat zie je, en wat zoek je?
Neem de tijd: In hoeverre heb je
God echt nodig in je dagelijks leven?

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd en denk eens na
over deze vragen.
Neem de tijd en spiegel
je leven eens daaraan.

Neem de tijd, o mijn ziel,
neem de tijd …

De wereld overwinnend ...
Onderkennen en erkennen.

‘Wie is het die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?’
1 Joh.5:5

De wereld overwinnend, de wereld met al haar macht en verdorvenheid.
Murray somt het op, en geeft Adam en Eva tot voorbeeld.
- Lust van het vlees (zelfvoldoening) – de boom was goed om van te eten.
- Begeerte van de ogen (zien en zoeken) – de boom was een lust voor het oog.
- Hovaardig leven (zelfverheffing) – het was begeerlijk om daardoor verstandig te worden.
Er is vandaag de dag niet veel veranderd, nog steeds heeft de wereld een enorme invloed op ons, trekt zij aan ons kinderen van God met haar genoegens en verleidingen.
De wereldse geest …

Murray stelt het volgende vast:
‘De meeste christenen zijn òf uiterst onwetend omtrent het gevaar van een wereldse geest, of voelen zich uiterst onmachtig om deze te overwinnen.’
Deze stelling van Murray deed mij mezelf afvragen ‘In hoeverre zijn wij christenen onwetend omtrent het gevaar van een wereldse geest?’; ‘In hoeverre voelen wij christenen ons onmachtig om deze te overwinnen?’; maar meer nog kwam de vraag in mij op ‘In hoeverre onderschatten wij christenen het gevaar van een wereldse geest?’
Ik geloof zeker dat er vele mensen onwetend zullen zijn, als ook onmachtig, onkundig, maar is het gevaar van deze tijd niet vooral ook dat de scheiding tussen de wereldse geest en Gods Woord steeds kleiner wordt?
En onderschatten wij daarmee niet het gevaar van een wereldse geest?
Hoe verdrietig vind ik het om zelfs bij mijn eigen kinderen te merken dat ze sommige dingen uit de Bijbel niet meer bij deze tijd vinden horen, dat het nu anders is.
Voor mij telt Gods Woord, de Bijbel, nog steeds als de leidraad voor ons leven, een Woord waaraan niets mag worden toegevoegd of afgedaan.
Elk Woord dat daarin geschreven staat, gold voor zowel toen als nu.
Simpelweg omdat God nog steeds Dezelfde is, en Hij dat ook tot in alle eeuwigheden zal blijven.
De wereld verandert, de mensen veranderen, alles om ons heen verandert, maar God is en blijft Dezelfde, en daarmee ook Zijn Woord!

Aan de andere kant verbaast het me ook weer niet dat de zienswijze van onze kinderen verandert, hoe kan het ook anders met het voorbeeld dat wij hen geven?
Hoezeer raakt alles niet met elkaar verweven in onze samenleving, ja zelfs in onze kerken?
Echtscheiding/hertrouwen, samenwonen, abortus, euthanasie, homoseksualiteit, transgender, kerkelijke scheuringen …
Hoe zien we zelfs in kerken/gemeente niet de liefdeloosheid toenemen, en willen we wel liefhebben en vergeven, maar dan volgens onze begrippen en niet op de manier waarop de Bijbel het ons zegt.
En ja, ik steek hier ook zeker -helaas- hand in eigen boezem; want hoezeer ik ook probeer het goede te doen, ik faal hierin ook de nodige keren.
Het is namelijk precies zoals Paulus zegt ‘het goed dat ik doen wil, doe ik niet, maar het verkeerde, dat ik niet wil, dat doe ik’.
Toch wil ik net als Paulus mij blijven uitstrekken naar het goede om dat te doen, want daar verlang ik naar.

Hoe mooi is het dat Murray vervolgens de belofte van de Here Jezus aanhaalt voor Hij terugging naar Zijn Vader: ‘Houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen!’ (Joh. 16:33b)
In Hem, in de Here Jezus, en door de kracht van de Heilige Geest kunnen ook wij een overwinnend leven leiden.
‘Wie is het die de wereld overwint, dan wie gelooft dat Jezus de Zoon van God is?’
‘… en voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefhad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.’
Leven vanuit het kracht gevende feit, dat Jezus zoveel van mij hield, dat Hij Zijn leven gaf om het mijne te redden!
Dit zo met mijn leven verweven laten geraken, met mijn geest, met mijn ziel, ja, zelfs met mijn lichaam, dat wat er ook gebeurt, het mij niet onderuit schopt of slaat, omdat ik ten volle weet, besef, ja, leef uit de wetenschap, dat mijn leven met Christus verborgen is in God.

Hier op deze aarde zullen mij allerlei nare dingen overkomen, zullen er allerlei moeilijkheden op mijn pad komen.
Er zal lijden zijn, hetzij als gevolg van mijn verkeerde keuzes, of door vervolging, of verzoeking, of beproeving, of …
Maar te midden van dat alles vasthouden aan Hem, Die mij vergeven heeft en de Overwinning heeft behaald over zonde en dood!
Mij aan Hem vasthoudend, kom ik (uiteindelijk en met vallen en opstaan) door alles heen, en zal ik delen in Zijn overwinning.
Als ik onderweg afhaak, en Hem loslaat, zal ik zeker stranden.

‘Wie is het die de wereld overwint, dan wie gelooft dat Jezus de Zoon van God is?’
Ik leef door het geloof in de Zoon van God, Die mij liefhad en Zich voor mij overgaf’;
dit is het geheim van dagelijkse, voortdurende overwinning over de wereld
en al haar subtiele verleiding.
Maar hiervoor is nodig een hart en een leven
geheel vervuld van geloof in Jezus Christus
om de overwinnaarshouding te allen tijde te handhaven.’

Andrew Murray

Hierbij moedigt Murray ons aan, om eens de tijd te nemen om onszelf de volgende vraag te stellen: 'Geloof ik met mijn gehele hart in de overwinning die het geloof heeft op de wereld?'
Vervolgens moedigt hij ons aan:

‘Stel uw vertrouwen in de machtige kracht van God,
in de blijvende tegenwoordigheid van Jezus,
als de enige borg voor zekere en voortdurende overwinning.
- Gelooft gij dit? Ja, Heere, ik geloof -‘

Als we dit geloven, als dit onze zekerheid is, kunnen we vastberaden voortgaan op de weg die nog voor ons ligt, wetende dat ons leven veilig is in de almachtige hand van God, onze Vader, en in de liefde van onze Heer en Heiland, Jezus Christus.

Vastberaden voortgaan.
Me laten leiden
door Zijn Woord.
Kracht puttend uit
het teken van Zijn liefde,
in handen en voeten,
die voor mij zijn doorboord.

Vastberaden voortgaan.
Vertrouwend op
Zijn almachtige kracht,
die mij zal ondersteunen,
mij voort zal helpen,
in alles bij zal staan,
ja, zelfs in de zwartste nacht.

Vastberaden voortgaan.
Onderkennend elk gevaar
van leugens en misleiding.
In Hem blijvend, daarbij
gelovend vasthoudend,
- met alles wat in mij is,
aan Zijn behaalde Overwinning.


Gods rijke en onmisbare zegen voor de komende week.
Blijf dicht bij Hem, en vertrouw op Hem; Hij zal je nooit beschamen!

Een liefdevolle groet,
Rita

zondag 4 februari 2024

Week 6 - Gebed ...


Verneder u dan onder de krachtige hand van God, opdat Hij u op Zijn tijd verhoogt.
Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.
Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.
Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt.’ 

1 Petrus 5:6-9

Tijdens het schrijven van mijn laatste blogje over ‘Na een korte tijd van lijden …’, werd ik ook bepaald bij het Bijbelvers dat ons waarschuwt dat de duivel rondgaat als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij kan verslinden, en dat we dus ook nuchter en waakzaam moeten zijn.
Ik had er helemaal niet meer aan gedacht, maar die woorden gaan precies vooraf aan de tekst waaruit dat blogje voortkwam (1 Petr.5:10).
Maar met het lezen van dit gedeelte, besefte ik dat ze, met de verzen die ervoor en erna kwamen, één geheel vormden en terwijl ik mijn gedachten erover liet gaan, ontstond het volgende gebed. 

Heer, U wil ik gehoorzaam zijn; Uw wil geschiede in mijn leven; ja, ik wil alles dat komt, aanvaarden als mogelijkheden om dichter tot U te groeien, en waarbij ik U de kans geef om mij meer en meer te vormen en te kneden naar Uw beeld en gelijkenis.
Ik besef, Heer, dat dit ook strijd en lijden met zich meebrengt, omdat mijn eigen ik hierbij vaak in de weg zal staan, maar ik verlang te leren dat U meer wordt en ik minder; mijzelf daarbij steeds voor ogen houdend, dat U mij daar straks voor zal belonen als ik volhard.
Wat verlang ik ernaar om U straks te horen zeggen: Welgedaan, jij goede en trouwe dienstknecht.

Dank U wel, dat U mij daarbij ook vertelt wat ik moet doen als ik allerlei problemen en moeilijkheden ondervind op deze weg; dank U, dat ik dan alles wat mij zo benauwt bij U mag brengen, en dat ik mag weten, dat U voor mij zult zorgen.
Dank U wel, voor deze wonderschone, kostbare belofte!
Breng deze belofte steeds opnieuw in mijn gedachten, Heere, en help mij om steeds weer te doen wat U mij zegt, want ik weet dat ik het alleen op die manier zal kunnen volhouden. 

Help mij, Heer, om voorbereid en op mijn hoede te zijn op de aanvallen van de boze, die, zoals Uw Woord zegt, rondgaat als een brullende leeuw op zoek naar wie hij kan verslinden.
Ik weet immers dat leeuwen als eerste de zwakke en gewonde prooien zoeken om te doden en op te eten, simpelweg omdat die het makkelijkst te vangen zijn.
Laat dit voor mij een grote les zijn, die ervoor zorgt, dat ik dagelijks dicht met U leef, Uw aangezicht zoek in gebed, als ook Uw Woord tot mij neemt als voedsel, zodat ik sterk zal zijn en blijven.
Laat mij daarbij ook niet verzuimen om met mede broeders en zusters samen te komen.
Juist in deze tijd hebben we elkaar zo nodig om elkaar te ondersteunen en te bemoedigen, om elkaar rugdekking te geven, en ervoor te zorgen dat niemand er alleen voor zal staan.
Ik bid U daarom ook, geef ons oog voor de nood van een ander, en laat ons daar niet aan voorbijgaan.

Help mij, iedere keer weer, om weerstand te bieden aan de boze wanneer hij mij belaagd.
Geef mij onderscheidingsvermogen, opdat ik zal zien, herkennen, en afslaan.
En laat mij daarbij nooit vergeten, dat U, Die in mij woont, machtiger is dan hij die mij aanvalt.
U, Heere, hebt de overwinning behaald, en met U ben ik meer dan overwinnaar!
Uw opstandingskracht is in mij, en daarbij hebt U mij alle benodigde wapens die ik nodig heb gegeven; laat mij dat toch niet vergeten!

En als alles mij toch te zwaar dreigt te worden; ik het gevoel heb overal alleen voor te staan, of de enige ben die het (steeds) zo zwaar heeft, breng dan in mijn gedachten dat ik niet alleen ben, dat er vele broeders en zusters zijn als ik, strijdend, vechtend, lijdend; eenieder van ons op zijn of haar eigen plek.
Laat deze gedachte mij dan mijn handen doen vouwen, zodat ons lijden en onze strijd één wordt voor Uw troon, en ik vertroosting mag vinden in de wetenschap dat ik niet alleen ben en dat U altijd voor ons zorgt.
Laat dit mij voor mij zowel een bemoediging zijn, als een aansporing, om te geloven, te vertrouwen en vol te houden.

Dank U wel, gezegende Vader, God van Vrede en van alle Genade, dat U ons zo nabij bent, zo voor ons zorgt, ons zo alles geeft wat we nodig hebben om tot het einde toe vol te houden.
Geprezen zij Uw heilige Naam tot in alle eeuwigheid.

– Amen –