…, want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwing.
HSV
Want we leven in een situatie van geloven, niet van zien.
GNB
2 Korinthiërs 5:7
>>2 Korinthiërs 4 t/m 2 Korinthiërs 5:10
Het is nu drie jaar geleden dat mijn man de deur van de zaak in Barneveld definitief sloot.
Wat een moeilijke tijd was dat, maar vooral wat een moeilijke keuze om te maken!
Zoals overal waren het zware tijden, en de zorgen over of we het wel of niet zouden redden waren soms dagelijks voelbaar.
Wat gaat het worden?
Moeten we ons huis uit; moeten we het verkopen, dit heerlijke huis, dat we uit Zijn hand hebben ontvangen?
Is het tijd om het terug te geven?
En wat moeten we dan?
En …?
Hoe …?
Zoveel vragen, zoveel onzekerheden; wat heb ik geworsteld, gehuild, gevochten, met mijn geloof en gevoelens.
En dan komt er iemand uit het niets met de vraag of we de zaak in Barneveld willen ‘verkopen’ (is niet echt verkopen, meer ‘goodwill’, want we huurden het pand en ze wilden niets anders overnemen dan alleen ons personeel).
Barneveld was echter dé zaak, In Ermelo is mijn schoonvader dan wel begonnen met een heel klein zaakje, Barneveld was echter de eerst ‘grote’ zaak en werd het gezicht van Klapwijk Herenmode (nu Mannenmode)
Waarom Barneveld?
Dat was voor ons echt de grote vraag naar God toe, waarom Barneveld?
Nee, in Ermelo hadden ze echt geen interesse, alleen Barneveld, de zaak waar mijn man bij zijn vader is begonnen en waar hij jaar en dag in had gestaan.
Als we de dingen op een rijtje proberen te zetten snappen we er gewoon niets van.
Hoe moest het dan allemaal; onze oudste zoon woonde erboven met zijn hoogzwangere vrouw.
Van alles moest er daarvoor veranderd worden met oog op elektriciteit, en weet ik allemaal niet wat.
Het woonhuis boven de zaak had een open verbinding met de zaak, wat geen probleem was zolang wij zelf de zaak hadden, maar nu moest het dicht gemaakt worden, wilde de eigenaar van het pand dit wel, en ook al die andere dingen die veranderd moesten worden.
En wie betaald dit allemaal, en …
En Ermelo dan, dan moest mijn man zelf in Ermelo gaan werken, maar dan was er geen plaats meer voor onze zoon in de zaak, want dat kon Ermelo niet aan.
Zoveel vragen, zoveel onzekerheden, zoveel extra onkosten, zoveel …
Wat een zware tijd was dit in het bijzonder voor mijn man, en wat een moeilijke keuze om te maken.
Maar boven alles bleven we ons afvragen: Heer, wat wilt U?
We konden het alles totaal niet overzien.
We konden totaal niet bedenken hoe het dan verder moest met alleen de zaak in Ermelo en of die rendabel zou zijn, en of mijn zoon wel weer makkelijk nieuw werk zou vinden.
En dat terwijl zijn vrouw hoogzwanger was.
Wordt deze stap het begin van het einde of is dit Gods plan om ons te helpen en te behoeden voor erger?
De beslissing viel: we doen Barneveld weg, en willen gaan staan in het geloof en vertrouwen dat dit Zijn plan is.
Voor alles rond was en mijn man eindelijk in alle rust in Ermelo kon werken, zonder nog enig omkijken naar de afwikkeling, waren we heel wat tijd verder en heel wat geld armer (onvoorstelbaar wat mensen elkaar aandoen als er geld mee gemoeid is).
Voor meer dan een jaar heeft mijn man alles alleen gedaan in Ermelo; er was geen geld voor extra personeel, en het heeft zijn tol wel geëist.
Onze zoon vond gelukkig heel snel een andere baan, waar hij nu nog met veel plezier werkt en waar hij het heel goed heeft.
En ondanks alle moeilijkheden en strubbelingen die deze ‘verkoop’ met zich mee bracht, en de prijs die we er voor moesten betalen (lichamelijk en geestelijk, mijn man natuurlijk in het bijzonder) was er al vrij snel na de overname het zeker weten: dit is goed!
En al heel vaak in de afgelopen drie jaar hebben we God gedankt, want het was inderdaad de allerbeste keuze.
God zegent de zaak, en heeft er zelfs voor gezorgd dat er ruimte is voor een parttimer erbij, zodat mijn man niet alles meer alleen hoeft te doen en hij zelfs weer vrije ochtenden en soms dagen heeft.
Ja, het zijn moeilijke en moeizame jaren geweest, maar wat zijn we er geestelijk rijker en sterker uitgekomen en wat zijn we God dankbaar!
De bovenaanstaande Bijbeltekst kwam ik ook tegen in het eerste hoofdstuk uit het boek ‘Een vrouw naar Gods hart’ dat ik aan het lezen (en bestuderen*) ben en zo werd ik door deze tekst even drie jaar teruggebracht in de tijd.
We wandelen door geloof en niet door aanschouwen; door geloof, niet door zien …
Wat een geweldig woord ook zo aan het begin van het nieuwe jaar en wat sluit het eigenlijk mooi aan bij het de tekst waar ik de vorige keer over mocht nadenken en schrijven: ‘Niet zonder U!’
Als we met Hem op weg gaan, met Hem leven, dan betekent dit eigenlijk dat we er voor kiezen om te leven door geloof.
Helaas is dit vaak makkelijker gezegd dan gedaan, want wat kunnen de omstandigheden of de dingen die gebeuren in ons leven ons het zicht op de Heer doen verliezen en ons geloof ondermijnen, vooral als meerdere vervelende of nare, negatieve dingen zich opstapelen of aaneenrijgen.
Ik weet niet hoe jij dit jaar begonnen ben, hoe jou omstandigheden zijn; misschien zie je wel vreselijk tegen het komende jaar op.
Is er ziekte, een echtscheiding die onvermijdelijk lijkt/is, werkeloosheid, …
Of misschien ben je wel in diepe rouw gedompeld, is een dierbare weggevallen en moet je alleen verder.
Of zit je gevangen in omstandigheden waar je niet voor hebt gekozen, maar waar je ook niet zomaar uitkomt, omdat je niet weet hoe of wat je er aan kunt doen.
Of …
Er kunnen zoveel redenen zijn waardoor ons zicht op Hem wordt vertroebeld of zelfs ontnomen; waardoor we alles behalve goede moed hebben voor het nieuwe jaar dat voor ons ligt.
Toch zijn dit de woorden die voor en na de tekst van deze week een paar keer terugkomen.
Al in Hoofdstuk 4 spreekt Paulus deze woorden in vers 1 en vers 16, en in Hoofdstuk 5 in de verzen 6 en vers 8.
In deze verzen zegt Paulus tot twee keer toe ‘…, daarom verliezen we de moed niet’, en ‘we houden dus altijd moed/zijn vol moed’, en het zijn geen licht uitgesproken woorden van Paulus.
Als ik in het Bijbelboek Handelingen lees waar hij allemaal doorheen gegaan is, wat hij allemaal heeft meegemaakt, en dit zet naast deze woorden, dan word ik stil en verlang ik het geheimenis van zijn kracht, die spreekt uit deze woorden, te kennen.
Eigenlijk is het geen geheim, al lijkt het wel vaak zo te zijn, omdat hij iets lijkt te hebben wat mij (ons?) vaak ontbreekt.
Het ‘geheim’ van Paulus’ geloof en standvastigheid ligt in wat er in zijn hart leeft.
Filippenzen 3:8-14:
…, omdat het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, alles te boven gaat.
…, omdat het mij erom gaat Christus te winnen en met Hem één te zijn.
…
Al wat ik wens is Christus te kennen en de kracht te ondervinden van Zijn opstanding; te delen in Zijn lijden en aan Hem gelijk te worden in Zijn dood, in het verlangen eens de opstanding uit de dood te bereiken.
…
Maar ik zet wel door, om eens te grijpen waarvoor Christus mij gegrepen heeft.
…
…, ik vergeet wat achter mij ligt en doe mijn best om te bereiken wat voor mij ligt: ik ga recht op mijn doel af om de hemelse prijs te behalen waartoe God mij geroepen heeft in Christus Jezus.
Alles in Paulus’ zijn leven was hierop gericht; in de keuzes die hij maakte, in alles wat hij deed, in de wegen die hij ging, in alles wat hij ondervond; zijn focus was en bleef Christus.
Hij had maar één doel voor ogen: de hemelse prijs in ontvangst kunnen nemen die op hem wachtte.
En op weg daar naar toe vervulde hij de opdracht die Jezus hem had gegeven (Hand. 9:15,16) en niets kon hem daarvan tegenhouden of afhouden.
Meer dan menigeen van ons heeft Paulus geleden om Christus’ wil.
Nauwelijks was hij begonnen met het prediken, of er werd al een moordaanslag op zijn leven gepland.
En wat te denken van de achterdocht van de gelovigen, ze gingen hem uit de weg, want, was het echt wel waar, of was dit misschien een nieuwe manier om hen gevangen te kunnen nemen?
Maar Paulus sprak vrijmoedig en Jezus gaf hem een vriend die zich over hem ontfermde.
Opnieuw echter werd er een moordaanslag op hem beraamd en zo werd Paulus via Caesarea naar Tarsus geleid om van daaruit verder te trekken.
Zijn gehele leven was getekend door allerlei moeilijkheden, aanslagen, gevangennemingen, stokslagen, stormen, schipbreuk; hij werd gebeten door een giftige slang, …
En toch kon Paulus zeggen: ‘…, daarom verliezen we de moed niet!’, ‘Houden we dus altijd moed!’, Zijn we vol goede moed!’
Paulus verloor de moed niet, omdat hij zijn blik gericht hield op Jezus en op wat komen ging.
Hij verloor de moed niet, omdat hij zag op het onzichtbare en niet op wat zichtbaar was; hij zag niet op zijn omstandigheden, die maar tijdelijk zijn, maar op Hem, die eeuwig is en wat daar op hem wachtte.
Paulus leefde door geloof, en niet door zien!
En nee, dit kwam hem niet aanwaaien, ook hij heeft dit moeten leren.
2 Korinthiërs 1:8,9 – ‘U moet namelijk weten, broeders en zusters, hoeveel moeilijkheden we in de provincie Asia ondervonden hebben. We kregen zoveel meer te dragen dan we konden, dat we zelfs wanhoopten aan ons leven. We beschouwden onszelf al als ten dode opgeschreven. Zo moesten we leren niet op onszelf te vertrouwen, maar op God, die de doden opwekt.’
Vervolgens zegt hij, vers 10: ‘Hij heeft ons uit een groot doodsgevaar gered en Hij zal ons blijven redden. Op Hem hebben we onze hoop gesteld: …’
Daardoor kon hij zeggen, 2 Korinthiërs 4:6-9:
‘Want dezelfde God die gezegd heeft: Uit de duisternis zal het licht schijnen! heeft geschenen in ons hart, om ons te verlichten met de kennis van Zijn heerlijkheid die afstraalt van het gelaat van Christus. (Hebr. 1:3)
Maar deze schat dragen we mee in aarden potten, en zo wordt duidelijk dat die onmetelijke grote (HSV–allesovertreffende) kracht niet van onszelf komt maar van God.
Van alle kanten worden we belaagd , toch zitten we niet in het nauw; we twijfelen, maar vertwijfelen niet; we worden vervolgd, maar niet aan ons lot overgelaten; we worden neergeslagen, maar komen niet om.’
O, ik zou beide hoofdstukken wel uit kunnen schrijven, zulke kostbare, bemoedigende, onderwijzende woorden schrijft Paulus, maar het stuk wordt alweer te lang …
Maar toch ga ik nog even terug naar ons leven, naar het nu, naar de dag van vandaag; terug naar de tijd waarin wij leven, terug naar het nieuwe jaar dat voor ons ligt.
De belangrijkste woorden die we dit jaar mee kunnen nemen en ons op kunnen richten zijn: leven door geloof en niet door zien.
Geloof brengt ons bij Hem, brengt ons bij de Hoop die wij hebben, het Vooruitzicht, Zijn Kracht in ons, waardoor we altijd vol goede moed kunnen zijn, dat eens het tijdelijke door het eeuwige zal worden vervangen, terwijl het zien ons brengt naar ontmoediging, naar bitterheid, onzekerheid, hopeloosheid, klagen, …
‘Geloven is zeker zijn van de dingen waar je op hoopt, ervan overtuigd zijn dat wat je niet ziet, toch bestaat!’
Hebreeën 11:1
Het is mijn gebed dat we dit jaar, net als Paulus, zullen leren van alle moeilijkheden die op onze weg komen; leren om op Hem te vertrouwen en niet op onszelf; leren om onze hoop op Hem te stellen.
Nog een laatste woord van bemoediging uit deze zo kostbare brief; 2 Korinthe 1:3-7:
‘Dank God, de vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die keer op keer barmhartig is, de God die in elke omstandigheid troost.
Hij troost ons in alle moeilijkheden en stelt ons zo in staat anderen in al hun moeilijkheden te troosten met de troost die wij van Hem ontvangen.
Want het lijden van Christus komt wel in ruime mate over ons, maar even overvloedig valt ons door Christus ook Gods troost ten deel.
Worden we door onheil getroffen, dan is dat voor uw troost en behoud.
Worden we getroost, dan is dat om u de troost en de kracht te geven om standvastig het lijden te dragen dat ook wij moeten verduren.
En de hoop die wij voor u koesteren, is gegrond, want we weten dat Gods troost u evengoed ten deel zal valt als het lijden.’
Lieve Vader in de hemel, dank U wel voor deze kostbare bemoediging zo aan het begin van dit nieuwe jaar.
Laten deze woorden ons toch mogen vergezellen iedere dag opnieuw, zodat we, wat er ook gebeurt in ons leven, we steeds nieuwe moed zullen hebben, vol goede moed zullen zijn, omdat we zien op U en niet op onze omstandigheden.
Omdat we onze hoop en vertrouwen op U stellen en niet op wat om ons heen gebeurt.
Omdat we beseffen dat alles wat ons hier overkomt, slechts tijdelijk is, maar dat er een eeuwigheid bij U op ons wacht.
Laat ons hart, net als dat van Paulus gefocust zijn of raken op U, Heer Jezus, op het kennen van U, op de allesovertreffende kracht die U deed opstaan uit de dood, die kracht te ondervinden.
Laat onze ogen gericht zijn op de hemelse prijs die op ons wacht en met een vurig en gepassioneerd hart voor U de wedloop lopen.
Toegewijd aan U, en vol goede moed.
O, Heer Jezus, veranker de woorden in ons hart, breng ze steeds opnieuw in onze herinnering, opdat we leren leven in vol vertrouwen op U.
Standvastig, en vol hoop, en tot Uw eer en glorie!
- Amen -
Vol goede moed!
Vol goede moed en
met opgeheven hoofd
treed ik dit nieuwe jaar
tegemoet.
Ik richt mijn blik op Hem,
Die mijn hoop is en kracht;
Hij is het die mij redde
met Zijn kostbare bloed.
Vol goede moed en
met opgeheven hoofd
stap ik het onbekende
tegemoet.
Hij zal mij niet begeven
en mij niet verlaten;
ik wandel onder Zijn
heerlijke gloed.
Vol goede moed en
met opgeheven hoofd
ga ik zo in vertrouwen
op weg.
Ik kies ervoor om te wandelen
door geloof en niet door zien,
tot Hij de Kroon des Levens
in mijn handen legt.
Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,
*Lees eventueel ook:
>> Begenadigd in de Geliefde!
>> Vertrouw Mij, Mijn kind, en ken Mij in alles!
Posts tonen met het label niet zonder Hem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label niet zonder Hem. Alle posts tonen
zondag 4 januari 2015
zondag 28 december 2014
Week 1 - Niet zonder U!
Toen zei hij (Mozes) tegen Hem: Als Uw aangezicht niet meegaat, laat ons dan van hier niet verdertrekken.
HSV
Mozes antwoordde: Als Uzelf niet meegaat, kunnen we beter hier blijven.
GNB
Exodus 33:15
>> Exodus 33
Als ik afgelopen week in mijn Stille Tijd aan het lezen ben in het Bijbelboek Exodus en wel hoofdstuk 33, zijn het deze woorden die eruit springen en zich vasthaken in mijn hart.
We staan (opnieuw) aan de vooravond van het oude naar het nieuwe jaar en met het lezen van deze woorden zei mijn ziel in mij: ‘Heer, ik wil ook niet wegtrekken het nieuwe jaar in als U niet Zelf met mij meegaat.’
Mijn gedachten gaan naar een goede gewoonte, die ik van mijn ouderlijk huis heb overgenomen: met Oudejaarsavond naar de kerk gaan en voor de klok 0.00 uur slaat nog een stukje uit de Bijbel lezen en bidden.
Op deze manier wordt het voor mij heel concreet en tastbaar dat God met mij (en mijn gezin) mee gaat het oude jaar uit en het nieuwe jaar in, maar ook omdat ik Hem wil danken voor alles wat Hij heeft gegeven en heeft gedaan, dat Hij erbij was elke dag opnieuw.
Het is een moment van terugblikken op wat is geweest, maar ook op wat nog komen gaat en de bewuste keuze, dat ook we ook het nieuwe jaar niet in willen gaan zonder Hem; dat we beseffen dat we afhankelijk zijn van Hem in alles.
Ook het lezen uit Zijn woord heeft zijn vaste plek, want door Zijn woord spreekt Hij immers (ook) tot ons.
Zijn woord, dat zo belangrijk is, want daarin staan niet alleen Zijn richtlijnen, maar ook al Zijn beloften, Zijn woorden van troost en bemoediging, van hoop voor de toekomst.
Hoe moeilijk ons leven soms ook is of kan zijn, hoe onzeker ook de tijden, Zijn woord laat zien dat Hij onveranderlijk is en dat Hij al Zijn beloften nakomt, toen, nu - vandaag de dag, en tot in alle eeuwigheid!
Door Zijn woord leer ik hem meer en meer kennen, ontdekken wie Hij is en wil zijn voor mij.
Maar ook hoe mijn leven dient te zijn, hoe ik Hem het meeste eer, wat Hij van mij verlangt, verwacht, wil zien.
En dan kom ik terug bij het woord dat mij de laatste weken zo bezighoudt en wat ik tot ‘mijn woord’ (incl. consequenties) voor het jaar 2015 wil maken: toewijding.
Zoals ik op 'mijn Pagina - Waar God mij leidt' heb aangegeven, weet ik niet wat ik dit jaar eigenlijk precies moet gaan doen met het oog op het schrijven op dit Blog.
Vanaf 2011 schrijf ik mijn stukjes n.a.v. wat er staat in mijn agenda voor dat jaar, of kalenders die mij aanspraken.
Maar dit jaar is er (nog?) niets.
En toch …, toch blijf het verlangen om één keer in de week heel intensief bezig te zijn met Zijn woord; één, soms twee dagen, of dagdelen, apart te zetten om van Hem te leren, te ontvangen, en te delen.
Misschien is het dit komende jaar voor mij wel een uitstappen in geloof en vertrouwen dat God mij ook hierin zal leiden.
Ik vind het spannend, heel erg spannend en eigenlijk ook best wel eng.
Schrijven n.a.v. iets is immers zoveel makkelijker dan ‘zo maar iets uit het niets’.
Met dat de laatste weken van de kalender in zicht kwamen, was mijn gebed al, Heer, breng alstublieft iets nieuws op mijn pad, laat mij zien waar ik het komende jaar mee bezig mag gaan…, maar er kwam niets en met het rondkijken was er ook niets dat als het ware er uitsprong waardoor ik wist, dit is het.
Moet ik dan niets doen dit jaar, of ‘gewoon’ afwachten wat U mij laat zien, geeft, …?
Ik vind het eigenlijk doodeng, maar dit laatste is iets dat steeds weer naar voren komt en waardoor ik kies om hier voor te gaan.
O, hoeveel te meer is dan het woord dat bovenaan staat niet mijn gebed!
Doe mij van hier niet wegtrekken als U niet met mij meegaat!
Want als Uzelf niet meegaat, dan …, dan heeft het allemaal geen zin.
Mijn gedachten gaan ook naar het boek ‘Een vrouw naar Gods hart’ van Elizabeth George waar ik in begonnen ben.
Welk een verlangen is er niet om meer en meer een Vrouw te zijn naar God hart.
Welk een belangrijke plaats het Gebed van Toewijding niet gekregen in mijn dagelijks gebed.
Maar ook dit alles is zinloos als ik erin op weg ga zonder Hem, als Hij niet Zelf op die weg met mij meegaat.
Zo ook de Vrouwenbijbelstudiegroep, het Secret Sister Program …
Als Hijzelf daarin niet met mij meegaat, wie zal mij dan leiden?
Maar ook in mijn gezin, in mijn huwelijk, als Hij ook daarin niet met mij mee gaat, hoe zou ik Zijn wil kunnen vinden en doen, kunnen zijn en worden, die Hij wil dat ik ben en word, hoe zou ik vol kunnen houden in alle moeilijkheden, in beproevingen en in onzekere tijden?
En wat te denken van mijn gewone dagelijkse leven?
Hoe kan ik leven tot Zijn eer als Hij niet met mij mee gaat; hoe zou ik weten hoe dat moet als Hij er niet is om het mij te vertellen?
Maar met dat Hij met mij meegaat het nieuwe jaar in, verlangt Hij ook wat van mij; het is geen eenrichtingsverkeer.
God wilde niet met Mozes en het volk meegaan omdat het volk Israël zwaar had gezondigd; ze hadden namelijk een afgodsbeeld gemaakt en dat aanbeden in plaats van Hem.
Hoe waakzaam moeten wijzelf ook niet zijn dat andere dingen Zijn plaats in (gaan) nemen.
Zelfs de dingen die we voor Hem doen, kunnen een valkuil worden, een ‘afgod’.
Want alles wat op de eerste plaats komt in ons leven in plaats van God, is een afgod!
Exodus 34:14: ‘Vereer geen andere goden. Ik, de HEER, duld geen andere goden naast Me.’
God kan niet met ons optrekken, als Hij niet de eerste plaats in ons leven heeft; als niet Hij maar iets of iemand anders de eerste plaats heeft in ons leven.
Dit wil niet zeggen dat Hij ons niet ziet, maar wel dat Hij niet met ons mee kan gaan, Hij duld immers niets en niemand naast Zich!
Maar Hij blijft wel wachten en uitzien naar ons, dat we terugkeren van onze verkeerde wegen, want er is vergeving, er is genade, voor iedere zondaar die tot inkeer komt.
Dank U wel, Heer Jezus!
Of God met ons meegaat, is ook afhankelijk van het feit of wij Zijn wil zoeken en doen, en daarvoor is het nodig dat we tijd met Hem doorbrengen.
Mozes verkeerde vaak in de aanwezigheid van God en God sprak met hem als een man met een vriend.
Exodus 33:11a – ‘De HEERE sprak met Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt.’
Mozes had al heel wat tegengesputterd in zijn leven als het ging om wat God wilde, en God was hem ook regelmatig tegemoetgekomen, maar Mozes deed uiteindelijk wel altijd wat God van hem vroeg.
En als we zijn levensgeschiedenis nalezen, dan zien we een duidelijke verandering komen in zijn leven naarmate hij langer met God wandelt.
Een prachtig voorbeeld van iemand die er ook zo naar verlangt om zoveel mogelijk in Gods aanwezigheid te zijn, in Zijn nabijheid en die voor ons echt een voorbeeld mag zijn, is Jozua, Mozes’ dienaar.
Vers 11b – ‘Daarna keerde hij (Mozes) terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.’
Of ik het nu ooit gehoord heb in een preek, of ergens gelezen heb, ik weet het niet meer, maar het is me altijd bijgebleven hoe bijzonder het is dat Jozua in de tent bleef terwijl Mozes al vertrokken was naar het kamp; hoe daaruit het verlangen van Jozua sprak naar het zo dicht mogelijk bij God willen zijn en blijven.
Dat het er ook zo heel specifiek staat dat hij daar bleef, laat ook zien dat dit voor God heel belangrijk is.
En zo is het dus ook voor ons heel belangrijk om tijd met Hem door te brengen.
Hoe zullen we weten wat Zijn wil is, als we niet stil worden om naar Hem te luisteren?
Hoe zou Hij tot ons kunnen spreken als we door de drukte van onze bezigheden geen kans hebben om Hem ook maar te horen?
Hoe zou Hij ons kunnen bemoedigen en troosten, als we maar doorploeteren, alleen maar gericht zijn en blijven op onze zorgen en moeiten, problemen enz., en niet de tijd nemen om aan Zijn voeten neer te knielen en bij Hem uit te huilen of om alles bij Hem neer te leggen?
We willen zo graag dat Hij met ons meegaat, maar hoe snel gebeurt het niet dat wij alweer bij hem vandaan lopen?
En dat hoeft echt niet altijd bewust te zijn, misschien soms eerder onbewust, doordat we door de drukte die onze huidige maatschappij met zich meebrengt, niet de tijd nemen om te horen wat Hij wil.
‘Heer, ik wil graag dat U met mij mee gaat vandaag, maar we moeten wel opschieten, want ik moet dit nog doen en dat nog; en dan moet ik nog daarheen en daarheen; en o, dat moet ik ook nog even vlug doen … Kunt U dan nog even hier helpen en daar, en God? Here God? Heer, Heer, waar bent U nu? Hè, net als ik U zo nodig heb, dan …’
‘Als Uzelf niet meegaat, kunnen we beter hier blijven’, maar krijgt God wel de kans in ons leven om met ons mee te gaan, of lopen we meerdere keren op een dag achterom te kijken om te zien waar Hij blijft?
Ik moet bekennen en belijden, dat mij dit vaker gebeurt dan me lief is, en het is dan ook mijn grote verlangen om het nieuwe jaar in te gaan en mij toe te wijden ook aan het met Hem optrekken en niet voor Hem uithollen; naast Hem te wandelen, zodat ik Hem zie en in gelijke tred met Hem zal gaan en zo kan horen wat Zijn wil voor iedere dag van mijn leven.
En jij?
Lieve Vader in de hemel, zo aan de vooravond van het nieuwe jaar kom ik bij U en leg al deze woorden die ik hier geschreven heb neer voor Uw troon en ik bid U, dat U met mij meegaat ook dit komende jaar.
Laat mijn hart toch steeds vurig zijn, vurig in het volgen en dienen van U; toegewijd en gericht om een Vrouw naar Uw hart te zijn.
Heer Jezus, Maria had het goede deel gekozen en ik verlang ernaar om ook dat goede deel te kiezen, steeds weer, maar hoewel mijn geest gewillig is, mijn vlees is zwak.
Kom mij tegemoet, Heer Jezus, met de hulp van Uw Geest, opdat mijn woorden ook omgezet kunnen worden in daden.
En waar mijn geloof te klein is en ik tekortschiet, Heer, schenk mij geloof!
Leer mij zo om naast U te wandelen, kalm en rustig aan, zodat ik kan horen wat U tot mij wilt zeggen, kan zien wat U mij wilt laten zien, en kan doen wat Uw wil is dat ik doe.
Heer, hoe zinloos en doelloos is het leven zonder U; hoe betekenisloos de dingen die ik doe.
Gaat U daarom met mij mee, en zegen mij en het werk van mijn handen, opdat het zal zijn tot eer en glorie van Uw grote Naam.
Dank U wel, dat U er bent, er was, en er altijd zult zijn; tot in alle eeuwigheid.
Ik prijs Uw Naam.
- Amen -
Heer Jezus,
leer mij volgen,
leer mij gaan.
Niet voor U uit,
maar dicht
achter U aan.
Leer mij luisteren,
leer mij verstaan.
In de stilte
kan ik U horen,
Uw stem verstaan.
Ga met mij mee,
ook dit nieuwe jaar.
Leer mij volgen,
leer mij luisteren,
Leer mij vertrouwen
op Uw woord dat zegt:
‘Ik ben daar!’
Gods rijke en onmisbare zegen voor het nieuwe jaar.
Dat we allen ons zullen laten leiden door Hem; dat er regelmatig momenten zullen zijn in ons leven, waarin we stil zullen staan om te kunnen luisteren naar Hem, om tijd met Hem door te brengen, opdat ook onze omgang met Hem vertrouwelijk zal zijn of worden.
Zijn dichte nabijheid en de leiding van Zijn Geest bid ik je toe voor het komende nieuwe jaar.
In Jezus' Naam.
Een liefdevolle groet,
Tot slot:
Vertrouw op de Heer met heel je hart en wees niet eigenzinnig.
Houdt de Heer voor ogen bij alles wat je doet, dan baant Hij voor jou de weg.
Wees niet eigenwijs, heb ontzag voor de Heer en ga het kwaad uit de weg.
Spreuken 3:5-7
>>HSV
Overweeg wel iedere stap, zodat je gang vast blijft.
Spreuken 4:26
>> HSV
Vertrouw je werk toe aan de Heer en je plannen zullen slagen.
Spreuken 16:3
>> HSV
In eigen ogen heeft een mens altijd juist gehandeld, maar de Heer kijkt tot op de bodem van zijn hart.
Spreuken 21:2
>> HSV
Wie bang is voor mensen, zet zichzelf een val, wie op de Heer vertrouwt is veilig.
Spreuken 29:25
>> HSV
Charme is bedrieglijk en schoonheid verdwijnt snel, lof verdient alleen een vrouw die leeft in ontzag voor de Heer.
Spreuken 31:30
>> HSV
Bewaak daarom boven alles je eigen hart, want daar ligt de bron van het leven.
Spreuken 4:23
>> HSV
Alles wat God ons heeft gezegd, is door de tijden heen waar gebleken; Hij is een schild voor wie bij Hem schuilen.
Spreuken 30:5
>>HSV
HSV
Mozes antwoordde: Als Uzelf niet meegaat, kunnen we beter hier blijven.
GNB
Exodus 33:15
>> Exodus 33
Als ik afgelopen week in mijn Stille Tijd aan het lezen ben in het Bijbelboek Exodus en wel hoofdstuk 33, zijn het deze woorden die eruit springen en zich vasthaken in mijn hart.
We staan (opnieuw) aan de vooravond van het oude naar het nieuwe jaar en met het lezen van deze woorden zei mijn ziel in mij: ‘Heer, ik wil ook niet wegtrekken het nieuwe jaar in als U niet Zelf met mij meegaat.’
Mijn gedachten gaan naar een goede gewoonte, die ik van mijn ouderlijk huis heb overgenomen: met Oudejaarsavond naar de kerk gaan en voor de klok 0.00 uur slaat nog een stukje uit de Bijbel lezen en bidden.
Op deze manier wordt het voor mij heel concreet en tastbaar dat God met mij (en mijn gezin) mee gaat het oude jaar uit en het nieuwe jaar in, maar ook omdat ik Hem wil danken voor alles wat Hij heeft gegeven en heeft gedaan, dat Hij erbij was elke dag opnieuw.
Het is een moment van terugblikken op wat is geweest, maar ook op wat nog komen gaat en de bewuste keuze, dat ook we ook het nieuwe jaar niet in willen gaan zonder Hem; dat we beseffen dat we afhankelijk zijn van Hem in alles.
Ook het lezen uit Zijn woord heeft zijn vaste plek, want door Zijn woord spreekt Hij immers (ook) tot ons.
Zijn woord, dat zo belangrijk is, want daarin staan niet alleen Zijn richtlijnen, maar ook al Zijn beloften, Zijn woorden van troost en bemoediging, van hoop voor de toekomst.
Hoe moeilijk ons leven soms ook is of kan zijn, hoe onzeker ook de tijden, Zijn woord laat zien dat Hij onveranderlijk is en dat Hij al Zijn beloften nakomt, toen, nu - vandaag de dag, en tot in alle eeuwigheid!
Door Zijn woord leer ik hem meer en meer kennen, ontdekken wie Hij is en wil zijn voor mij.
Maar ook hoe mijn leven dient te zijn, hoe ik Hem het meeste eer, wat Hij van mij verlangt, verwacht, wil zien.
En dan kom ik terug bij het woord dat mij de laatste weken zo bezighoudt en wat ik tot ‘mijn woord’ (incl. consequenties) voor het jaar 2015 wil maken: toewijding.
Zoals ik op 'mijn Pagina - Waar God mij leidt' heb aangegeven, weet ik niet wat ik dit jaar eigenlijk precies moet gaan doen met het oog op het schrijven op dit Blog.
Vanaf 2011 schrijf ik mijn stukjes n.a.v. wat er staat in mijn agenda voor dat jaar, of kalenders die mij aanspraken.
Maar dit jaar is er (nog?) niets.
En toch …, toch blijf het verlangen om één keer in de week heel intensief bezig te zijn met Zijn woord; één, soms twee dagen, of dagdelen, apart te zetten om van Hem te leren, te ontvangen, en te delen.
Misschien is het dit komende jaar voor mij wel een uitstappen in geloof en vertrouwen dat God mij ook hierin zal leiden.
Ik vind het spannend, heel erg spannend en eigenlijk ook best wel eng.
Schrijven n.a.v. iets is immers zoveel makkelijker dan ‘zo maar iets uit het niets’.
Met dat de laatste weken van de kalender in zicht kwamen, was mijn gebed al, Heer, breng alstublieft iets nieuws op mijn pad, laat mij zien waar ik het komende jaar mee bezig mag gaan…, maar er kwam niets en met het rondkijken was er ook niets dat als het ware er uitsprong waardoor ik wist, dit is het.
Moet ik dan niets doen dit jaar, of ‘gewoon’ afwachten wat U mij laat zien, geeft, …?
Ik vind het eigenlijk doodeng, maar dit laatste is iets dat steeds weer naar voren komt en waardoor ik kies om hier voor te gaan.
O, hoeveel te meer is dan het woord dat bovenaan staat niet mijn gebed!
Doe mij van hier niet wegtrekken als U niet met mij meegaat!
Want als Uzelf niet meegaat, dan …, dan heeft het allemaal geen zin.
Mijn gedachten gaan ook naar het boek ‘Een vrouw naar Gods hart’ van Elizabeth George waar ik in begonnen ben.
Welk een verlangen is er niet om meer en meer een Vrouw te zijn naar God hart.
Welk een belangrijke plaats het Gebed van Toewijding niet gekregen in mijn dagelijks gebed.
Maar ook dit alles is zinloos als ik erin op weg ga zonder Hem, als Hij niet Zelf op die weg met mij meegaat.
Zo ook de Vrouwenbijbelstudiegroep, het Secret Sister Program …
Als Hijzelf daarin niet met mij meegaat, wie zal mij dan leiden?
Maar ook in mijn gezin, in mijn huwelijk, als Hij ook daarin niet met mij mee gaat, hoe zou ik Zijn wil kunnen vinden en doen, kunnen zijn en worden, die Hij wil dat ik ben en word, hoe zou ik vol kunnen houden in alle moeilijkheden, in beproevingen en in onzekere tijden?
En wat te denken van mijn gewone dagelijkse leven?
Hoe kan ik leven tot Zijn eer als Hij niet met mij mee gaat; hoe zou ik weten hoe dat moet als Hij er niet is om het mij te vertellen?
Maar met dat Hij met mij meegaat het nieuwe jaar in, verlangt Hij ook wat van mij; het is geen eenrichtingsverkeer.
God wilde niet met Mozes en het volk meegaan omdat het volk Israël zwaar had gezondigd; ze hadden namelijk een afgodsbeeld gemaakt en dat aanbeden in plaats van Hem.
Hoe waakzaam moeten wijzelf ook niet zijn dat andere dingen Zijn plaats in (gaan) nemen.
Zelfs de dingen die we voor Hem doen, kunnen een valkuil worden, een ‘afgod’.
Want alles wat op de eerste plaats komt in ons leven in plaats van God, is een afgod!
Exodus 34:14: ‘Vereer geen andere goden. Ik, de HEER, duld geen andere goden naast Me.’
God kan niet met ons optrekken, als Hij niet de eerste plaats in ons leven heeft; als niet Hij maar iets of iemand anders de eerste plaats heeft in ons leven.
Dit wil niet zeggen dat Hij ons niet ziet, maar wel dat Hij niet met ons mee kan gaan, Hij duld immers niets en niemand naast Zich!
Maar Hij blijft wel wachten en uitzien naar ons, dat we terugkeren van onze verkeerde wegen, want er is vergeving, er is genade, voor iedere zondaar die tot inkeer komt.
Dank U wel, Heer Jezus!
Of God met ons meegaat, is ook afhankelijk van het feit of wij Zijn wil zoeken en doen, en daarvoor is het nodig dat we tijd met Hem doorbrengen.
Mozes verkeerde vaak in de aanwezigheid van God en God sprak met hem als een man met een vriend.
Exodus 33:11a – ‘De HEERE sprak met Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt.’
Mozes had al heel wat tegengesputterd in zijn leven als het ging om wat God wilde, en God was hem ook regelmatig tegemoetgekomen, maar Mozes deed uiteindelijk wel altijd wat God van hem vroeg.
En als we zijn levensgeschiedenis nalezen, dan zien we een duidelijke verandering komen in zijn leven naarmate hij langer met God wandelt.
Een prachtig voorbeeld van iemand die er ook zo naar verlangt om zoveel mogelijk in Gods aanwezigheid te zijn, in Zijn nabijheid en die voor ons echt een voorbeeld mag zijn, is Jozua, Mozes’ dienaar.
Vers 11b – ‘Daarna keerde hij (Mozes) terug naar het kamp, maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.’
Of ik het nu ooit gehoord heb in een preek, of ergens gelezen heb, ik weet het niet meer, maar het is me altijd bijgebleven hoe bijzonder het is dat Jozua in de tent bleef terwijl Mozes al vertrokken was naar het kamp; hoe daaruit het verlangen van Jozua sprak naar het zo dicht mogelijk bij God willen zijn en blijven.
Dat het er ook zo heel specifiek staat dat hij daar bleef, laat ook zien dat dit voor God heel belangrijk is.
En zo is het dus ook voor ons heel belangrijk om tijd met Hem door te brengen.
Hoe zullen we weten wat Zijn wil is, als we niet stil worden om naar Hem te luisteren?
Hoe zou Hij tot ons kunnen spreken als we door de drukte van onze bezigheden geen kans hebben om Hem ook maar te horen?
Hoe zou Hij ons kunnen bemoedigen en troosten, als we maar doorploeteren, alleen maar gericht zijn en blijven op onze zorgen en moeiten, problemen enz., en niet de tijd nemen om aan Zijn voeten neer te knielen en bij Hem uit te huilen of om alles bij Hem neer te leggen?
We willen zo graag dat Hij met ons meegaat, maar hoe snel gebeurt het niet dat wij alweer bij hem vandaan lopen?
En dat hoeft echt niet altijd bewust te zijn, misschien soms eerder onbewust, doordat we door de drukte die onze huidige maatschappij met zich meebrengt, niet de tijd nemen om te horen wat Hij wil.
‘Heer, ik wil graag dat U met mij mee gaat vandaag, maar we moeten wel opschieten, want ik moet dit nog doen en dat nog; en dan moet ik nog daarheen en daarheen; en o, dat moet ik ook nog even vlug doen … Kunt U dan nog even hier helpen en daar, en God? Here God? Heer, Heer, waar bent U nu? Hè, net als ik U zo nodig heb, dan …’
‘Als Uzelf niet meegaat, kunnen we beter hier blijven’, maar krijgt God wel de kans in ons leven om met ons mee te gaan, of lopen we meerdere keren op een dag achterom te kijken om te zien waar Hij blijft?
Ik moet bekennen en belijden, dat mij dit vaker gebeurt dan me lief is, en het is dan ook mijn grote verlangen om het nieuwe jaar in te gaan en mij toe te wijden ook aan het met Hem optrekken en niet voor Hem uithollen; naast Hem te wandelen, zodat ik Hem zie en in gelijke tred met Hem zal gaan en zo kan horen wat Zijn wil voor iedere dag van mijn leven.
En jij?
Lieve Vader in de hemel, zo aan de vooravond van het nieuwe jaar kom ik bij U en leg al deze woorden die ik hier geschreven heb neer voor Uw troon en ik bid U, dat U met mij meegaat ook dit komende jaar.
Laat mijn hart toch steeds vurig zijn, vurig in het volgen en dienen van U; toegewijd en gericht om een Vrouw naar Uw hart te zijn.
Heer Jezus, Maria had het goede deel gekozen en ik verlang ernaar om ook dat goede deel te kiezen, steeds weer, maar hoewel mijn geest gewillig is, mijn vlees is zwak.
Kom mij tegemoet, Heer Jezus, met de hulp van Uw Geest, opdat mijn woorden ook omgezet kunnen worden in daden.
En waar mijn geloof te klein is en ik tekortschiet, Heer, schenk mij geloof!
Leer mij zo om naast U te wandelen, kalm en rustig aan, zodat ik kan horen wat U tot mij wilt zeggen, kan zien wat U mij wilt laten zien, en kan doen wat Uw wil is dat ik doe.
Heer, hoe zinloos en doelloos is het leven zonder U; hoe betekenisloos de dingen die ik doe.
Gaat U daarom met mij mee, en zegen mij en het werk van mijn handen, opdat het zal zijn tot eer en glorie van Uw grote Naam.
Dank U wel, dat U er bent, er was, en er altijd zult zijn; tot in alle eeuwigheid.
Ik prijs Uw Naam.
- Amen -
Heer Jezus,
leer mij volgen,
leer mij gaan.
Niet voor U uit,
maar dicht
achter U aan.
Leer mij luisteren,
leer mij verstaan.
In de stilte
kan ik U horen,
Uw stem verstaan.
Ga met mij mee,
ook dit nieuwe jaar.
Leer mij volgen,
leer mij luisteren,
Leer mij vertrouwen
op Uw woord dat zegt:
‘Ik ben daar!’
Gods rijke en onmisbare zegen voor het nieuwe jaar.
Dat we allen ons zullen laten leiden door Hem; dat er regelmatig momenten zullen zijn in ons leven, waarin we stil zullen staan om te kunnen luisteren naar Hem, om tijd met Hem door te brengen, opdat ook onze omgang met Hem vertrouwelijk zal zijn of worden.
Zijn dichte nabijheid en de leiding van Zijn Geest bid ik je toe voor het komende nieuwe jaar.
In Jezus' Naam.
Een liefdevolle groet,
Tot slot:
Vertrouw op de Heer met heel je hart en wees niet eigenzinnig.
Houdt de Heer voor ogen bij alles wat je doet, dan baant Hij voor jou de weg.
Wees niet eigenwijs, heb ontzag voor de Heer en ga het kwaad uit de weg.
Spreuken 3:5-7
>>HSV
Overweeg wel iedere stap, zodat je gang vast blijft.
Spreuken 4:26
>> HSV
Vertrouw je werk toe aan de Heer en je plannen zullen slagen.
Spreuken 16:3
>> HSV
In eigen ogen heeft een mens altijd juist gehandeld, maar de Heer kijkt tot op de bodem van zijn hart.
Spreuken 21:2
>> HSV
Wie bang is voor mensen, zet zichzelf een val, wie op de Heer vertrouwt is veilig.
Spreuken 29:25
>> HSV
Charme is bedrieglijk en schoonheid verdwijnt snel, lof verdient alleen een vrouw die leeft in ontzag voor de Heer.
Spreuken 31:30
>> HSV
Bewaak daarom boven alles je eigen hart, want daar ligt de bron van het leven.
Spreuken 4:23
>> HSV
Alles wat God ons heeft gezegd, is door de tijden heen waar gebleken; Hij is een schild voor wie bij Hem schuilen.
Spreuken 30:5
>>HSV
Abonneren op:
Posts (Atom)
