Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.
HSV
Johannes 8:36
Afgelopen week heb ik een aantal keer terug moeten denken aan de tijd dat ik nog rookte.
Ik wist best dat ik verslaafd was, maar ik ervoer het niet als ‘gebonden’ zijn en gevoelens van vrede ervoer ik immers ook, ook al rookte ik.
Maar vanaf dat ik van het roken af was, en dan bedoel ik niet de tijd toen ik net gestopt was, maar een hele tijd later, toen pas besefte ik, hoe gebonden ik eigenlijk al die tijd ben geweest.
Ik denk dat je wel kunt zeggen, dat je pas echt beseft en ervaart hoe gebonden je was, als je er vrij van bent.
Ik voel me ook echt vrij, bevrijd, en dat had ik niet verwacht.
Nu, na zeven jaar, durf ik ook echt te zeggen dat ik totaal geen behoefte meer heb aan een sigaret; wel ken ik mezelf goed genoeg om te weten, dat ik er niet één kan roken zonder opnieuw verslaafd, en dus gebonden, te raken.
Hoewel het beslist niet makkelijk was, en ik best de nodige tranen in het ‘stopproces’ heb vergoten, weet ik, dat het Jezus was Die mij hiervan heeft vrijgemaakt.
Iets heel anders is de vrijheid en vrede waar we in deze dagen bij stilstaan en herdenken.
In deze dagen voorafgaande aan 4 en 5 mei, dagen waarin we de doden herdenken die gevallen zijn in de Tweede Wereldoorlog en de Bevrijdingsdag vieren, zijn er weer allerlei films en programma’s hierover en ze laten ons zien, vertellen ons, hoe hard er gevochten is voor de vrijheid van ons land en hoeveel levens dit heeft gekost!
Het is dan ook goed om terug te denken aan hen die hun leven voor ons land en onze vrijheid hebben gegeven en om de dag van onze bevrijding te vieren.
En terwijl ik dit opschrijf, komen de volgende woorden in mijn gedachten: ‘Doe dit tot Mijn gedachtenis!’
Het is nog maar enkele weken geleden dat we het Paasfeest vierden; dat we terugdachten aan wat de Here Jezus voor ons heeft gedaan aan het kruis op Golgotha.
Op de avond, voorafgaande aan de nacht dat Hij gevangen werd genomen, vierde Jezus het avondmaal met Zijn discipelen en sprak Hij deze woorden.
‘Doe dit tot Mijn gedachtenis!’
Het brood dat Hij brak, stond symbool voor Zijn lichaam dat verbroken zou worden, en de wijn symbool voor Zijn bloed dat zou vloeien.
Voorafgaande aan alles drukte Hij Zijn discipelen op het hart om dit nooit te vergeten en steeds opnieuw te blijven herdenken.
En ook ons, die door Zijn bloed zijn vrijgekocht, wordt gezegd om dit steeds opnieuw te herdenken door het avondmaal regelmatig te vieren.
Hij gaf immers Zijn leven opdat wij zouden leven; Hij gaf immers Zijn leven opdat wij vrij zouden zijn!
In de Tweede Wereldoorlog (en in vele andere oorlogen) is er gevochten voor onze fysieke vrijheid, maar Jezus ‘vocht’ voor onze geestelijke vrijheid.
In de Tweede Wereldoorlog werd er gevochten voor de vrijheid van ons land en ons volk, maar Jezus ‘vocht’ voor de vrijheid van onze ziel.
Vele soldaten gaven hun leven zodat wij in ‘vrijheid’ in dit land kunnen leven; Jezus gaf Zijn leven, opdat we vrij zouden zijn en eeuwig kunnen leven.
De woorden ‘doe dit tot Mijn gedachtenis’ blijven terugkomen in mijn gedachten.
Avondmaal …
Als we het avondmaal vieren, dan denken we aan hetgeen Jezus voor ons heeft gedaan.
Dan breken we het brood en eten het in nagedachtenis aan Zijn lichaam dat voor ons verbroken werd, dan drinken we de wijn en denken aan het bloed dat Hij heeft vergoten voor onze zonden.
Gethsemané, de doornenkroon op Zijn hoofd, de slagen op Zijn rug, het kruis, Zijn sterven en opstanding; Hij heeft de prijs betaald en ons van onze zonden bevrijd.
De dood is overwonnen; satan is overwonnen.
Eeuwig leven wacht ons in Zijn heerlijkheid.
We zijn vrij!
Werkelijk vrij!
Halleluja!
Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.
Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.
Maar u moet er wel op letten dat juist die vrijheid waarmee u handelt, voor de zwakken geen struikelblok wordt.
(Gal. 5:1,13; 1 Kor. 8:9)
Als Jezus ons heeft vrijgemaakt, zijn we werkelijk vrij, maar de bovenstaande woorden laten ons zien hoe makkelijk we weer berooft kunnen worden van deze vrijheid als we niet heel dicht met Hem leven; ons niet laten leiden door de Heilige Geest.
We hebben verantwoordelijkheid en verplichtingen gekregen met de vrijheid die we van Christus hebben ontvangen.
We dienen waakzaam te zijn en in de waarheid (Jezus) te wandelen.
We zijn vrij, maar dienen er voor te waken dat we deze vrijheid niet gebruiken om onze eigen verlangens na te jagen en te bevredigen.
We leven immers niet meer voor onszelf!
En we hebben ook verantwoordelijkheid voor elkaar, voor broers en zussen die zwak zijn in het geloof; soms zullen we onszelf misschien moeten verloochenen, om te voorkomen dat een ander struikelt.
(zie vervolgverzen: 1 Kor. 8:10-13)
En met de vrijheid die we van Christus hebben ontvangen, ontvangen we ook Zijn vrede.
‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.’
(Joh. 14:27)
Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus.
(Rom. 5:1)
Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.
(Fil. 4:6,7)
Vele soldaten gaven hun leven voor onze vrijheid, en je kunt zeggen dat elk leven dat gegeven werd meewerkte aan onze vrijheid en vrede.
Jezus gaf Zijn leven, opdat wij vrij zouden zijn van de slavernij van de zonden en de diepe vrede van God, die elk verstand te boven gaat, ons hart zal vullen.
Een vrede die de wereld niet kent, omdat zij Jezus niet kennen.
Een vrede die er kan zijn in elke omstandigheid; in tijden van zorgen, moeiten, pijn, verdriet, vervolging, gevangenschap, …
Daarom spreekt de Bijbel van een vrede die elk menselijk verstand te boven gaat.
Denk maar eens aan Paulus en Silas in de gevangenis, waar zij lofliederen zongen terwijl hun voeten in een blok vastzaten en hun rug kapot was van de stokslagen.
(Hand. 16:16-40)
Denk maar eens aan Stefanus, die terwijl hij gestenigd werd, kon zeggen: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan!’
(Hand. 7:54-60)
Laten we het oog gericht houden op Jezus, Die ons op de weg van het geloof is voorgegaan en ons naar de volmaaktheid brengt.
Om de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij het kruis op Zich genomen en de schande niet geteld.
Nu zit Hij aan de rechterzijde van de troon van God.
Denk aan Hem die zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd. Dat zal u helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven.
(Hebr. 12:2,3)
Denk aan Hem!
Denk aan Hem, Die ons heeft vrijgemaakt en ons de vrede bracht!
Denk aan wat Hij heeft gedaan, aan wat het Hem heeft gekost.
Denk aan wat Hij te verduren heeft gehad en niet opgaf om ons, voor ons!
Denk aan wat het ons heeft gebracht.
Vrijheid en vrede!
Lieve Heer Jezus.
Het is onvoorstelbaar wat U voor ons heeft gedaan, onvoorstelbaar wat U voor ons heeft overgehad.
En alles opdat wij vrij zouden zijn.
Vrij van de zonden, van de slavernij van de zonden.
Uw bloed, Uw dood, Uw opstanding, Uw volbrachte werk, maakte ons van een gebonden mens een mens die in vrijheid mag leven.
Toch, Heer, is vrijheid iets moeilijks om mee om te gaan, dat laat Uw woord ons ook zien.
Ik bid U, Heer, help mij om in U te blijven en naar Uw woord te leven, want U bent de waarheid en als ik in Uw waarheid wandel, onder de leiding van de Heilige Geest blijf, dan zal ik in Uw vrijheid blijven en Uw vrede zal in mijn hart heersen.
Bewaar mijn hart en mijn gedachten, Vader, in Jezus’ naam.
- Amen –
Door U ben ik vrij,
vrij van zonden en schuld,
vrij van gebondenheid,
niet langer door duister omhuld.
Door U ben ik vrij
en kan er vrede zijn in mijn hart,
ondanks moeiten en zorgen,
pijn en verdriet, leed en smart.
Door U ben ik vrij!
U betaalde daarvoor de prijs
en ging voor mij uit
naar het hemels paradijs.
Daar,
aan de rechterhand van de Vader,
wacht U op mij.
Verbroken
is de macht der duisternis:
door U ben ik vrij!
Mijn gebed voor deze week is, dat de bevrijding, die we deze week mogen vieren voor ons land, ons ook stil zal doen staan en doen beseffen wat het betekent om vrij te zijn door en in Hem.
Dat Hij ons ook mag laten zien, waar we ons opnieuw een slavenjuk hebben laten opleggen en dat we ook open zullen staan voor bevrijding daarvan, teneinde te blijven wandelen in de Waarheid.
Gods rijke zegen voor de komende week
en een liefdevolle groet,
Lees eventueel ook:
In rust met U – Week 15 - Vrijheid
In rust met U – Week 40 – De boeien verbreken
Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen
zondag 4 mei 2014
vrijdag 7 maart 2014
Week 10 - Berouw (3)
Mijn Jezus ik hou van U!
De vorige keer eindigde ik met een vraag, die ik mezelf stelde: ‘Hoe leef ik dan nu eigenlijk; hoe heb ik dan tot nu toe geleefd? Half onder het oude verbond en half onder het nieuwe verbond?’
Als ik daar mijn gedachten over laat gaan en kijk naar de manier waarop ik met deze dingen omga, kom ik tot een schokkende ontdekking.
Ik kan niet anders concluderen dan dat ik geleefd heb alsof mijn zonden vergeven zijn tot aan mijn bekering, tot aan mijn doop, tot aan mijn ‘bewustwording van Zijn immens grote lijden’ met het schrijven van het verhaal ‘Die alles veranderende gebeurtenis’, en vervolgens alleen als ik mijn zonden heb beleden.
Met andere woorden, niet de zonden die ik nog ga doen, die worden mij dan dus pas vergeven als ik ze belijd en tot die tijd zullen ze tussen mij en God in blijven staan.
Alsof ‘het voorhangsel’ opent en sluit met mijn wel of niet belijden en vergeving vragen van mijn zonden.
Hoe bizar eigenlijk, want ik weet dat mijn zonden, al mijn zonden, zijn vergeven en dat ik Zijn kind, Zijn eigendom ben en dat Hij een plaats voor mij aan het bereiden is.
Ik weet, dat ik kostbaar ben en waardevol, een parel in Zijn hand.
Ik weet, dat op het moment dat de Here Jezus stierf, het voorhangsel in de tempel scheurde, en dat daarin zichtbaar werd dat de toegang tot de Vader is vrijgemaakt.
‘Het is VOLBRACHT!’
Ik weet dat ik daarom met vrijmoedigheid naar Zijn troon mag gaan en daar alles aan Hem vertellen, voorleggen, vragen, danken, loven en prijzen en dat is wat ik iedere keer ook doe, alleen …
Alleen sluit ikzelf steeds opnieuw het voorhangsel in de tempel met mijn ‘mijn zonden staan tussen God en mij in en ik moet ze belijden en eerst vergeving ontvangen voordat ik Hem ook maar iets kan vragen; voordat ik ook maar kan naderen tot Zijn troon van genade voor hulp.’
O, hoe moeilijk en lastig was dit, want ik ken immers niet al mijn zonden.
Bad ik daarom niet met de woorden van David om vergeving van mijn verborgen zonden?!
Pijn trekt door mijn hart als ik mij bedenk dat ik iedere dag opnieuw gebeden heb om vergeving van mijn zonden, ook mijn verborgen zonden, uit angst dat er ook maar iets tussen Hem en mij in zou blijven staan, en waar Hij mij voor ter verantwoording zou roepen als ik voor Zijn rechterstoel moet verschijnen.
Ik realiseer me, dat hoewel ik dit niet als angst voor God heb ervaren, niet het idee had dat ik in angst voor God leefde, hier weldegelijk sprake is van angst voor Hem.
Hoe bizar!
Ver, heel ver weg verstopt, maar nog steeds toch sluimerend aanwezig.
En ik dacht dat mijn angst voor God, voor die ‘man met Zijn wijzende vinger’ weg was.
…
Al mijn zonden zijn vergeven!
Niet een paar, niet alleen degene die ik beleden heb, maar al mijn zonden!
… want dit is Mijn bloed, het
bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. (Mattheüs 26:28)
Van Hem getuigen al de profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam. (Handelingen 10:43)
Vroeger was u dood door uw overtredingen en uw heidense levenswijze, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt, en hij heeft al onze overtredingen vergeven. (Kolossenzen 2:13)
Dit besef schept ruimte, vrijheid, en … dankbaarheid en liefde.
Opnieuw is een stuk angst, dat vroeger is ontstaan, blootgelegd.
En ik weet, dat alles wat in Zijn Licht komt, daar komt genezing en bevrijding.
Het woord van Paulus over ‘vernieuwing van denken’ krijgt een diepere betekenis.
Ik weet, dat er mensen zijn die zeggen dat dit alles te makkelijk is.
een mens moet toch berouw hebben, belijden, om vergeving vragen, zo niet dan heeft hij toch als het ware een vrijbrief om maar te doen wat hij wil, want zijn zonden zijn toch vergeven.
Ik ben er nog niet helemaal uit wat dat betreft, want er komt nog zoveel meer bij kijken, ook naar je kinderen toe, wat je hen dan moet meegeven/leren.
Maar één ding heb ik wel gemerkt aan mijzelf, op het moment dat het tot mij doordrong dat al mijn zonden zijn vergeven, ook die ik nog zal doen, mijn ziel werd overstelpt met liefde en dankbaarheid voor mijn HEER, en ik alleen maar meer en meer Hem wil dienen en eren in alles wat ik doe.
Meer, en niet minder.
Een oprecht kind van God zal nooit zo kunnen gaan leven, nooit.
Je kunt immers niet van Hem houden, Hem dankbaar zijn en tegelijk leven alsof Hij niet bestaat, nooit bestaan heeft.
Ik heb het boek nog niet uit, en op verschillende gebieden kan ik Prince totaal niet volgen en zijn er nog meer vragen dan antwoorden.
Misschien, als ik verder lees, komen er nog wel weer meer gedachten boven, wie zal het zeggen.
Maar voor nu stop ik hier, omdat ik geen pasklare antwoorden heb over hoe dan wel.
Wel geloof ik met heel mijn hart dat we veel meer (ik in ieder geval wel) zouden moeten danken voor de vergeving die we hebben ontvangen van al onze zonden, dan dat er nu wordt gedaan.
Ik heb mijn Heer en Heiland ontelbare malen om vergeving van mijn zonden gevraagd.
Ik heb Hem gedankt voor Zijn lijden en sterven, voor wat Hij voor mij heeft gedaan.
Maar ik heb weinig herinneringen aan mijn dankzegging aan Hem voor de vergeving die ik heb ontvangen van al mijn zonden.
Ja, globaal: Heer, dank U wel, dat U mijn zonden hebt vergeven’, maar nog nooit (of is het gewoon te lang geleden?) is het zo diep binnen gekomen als nu.
Lieve Heer Jezus, dank U, dank U wel, dat U al mijn zonden hebt vergeven.
Niet alleen de zonden die ik heb gedaan in het verleden, of de zonden die ik vandaag heb gedaan, maar ook de zonden die ik nog in de toekomst zal doen.
Woorden ontbreken mij, Heer, om weer te geven wat dit alles voor mij betekent, maar U kent mijn hart en U weet wat er in mijn hart omgaat.
Mijn hart behoort aan U; mijn leven behoort U.
En ik dank U, en ik loof en prijs Uw heilige naam!
U wil ik dienen, liefhebben en eren in wie ik ben en wat ik doe.
Mijn Jezus, ik hou van U.
Ik heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu.
– Amen –
Als ik daar mijn gedachten over laat gaan en kijk naar de manier waarop ik met deze dingen omga, kom ik tot een schokkende ontdekking.
Ik kan niet anders concluderen dan dat ik geleefd heb alsof mijn zonden vergeven zijn tot aan mijn bekering, tot aan mijn doop, tot aan mijn ‘bewustwording van Zijn immens grote lijden’ met het schrijven van het verhaal ‘Die alles veranderende gebeurtenis’, en vervolgens alleen als ik mijn zonden heb beleden.
Met andere woorden, niet de zonden die ik nog ga doen, die worden mij dan dus pas vergeven als ik ze belijd en tot die tijd zullen ze tussen mij en God in blijven staan.
Alsof ‘het voorhangsel’ opent en sluit met mijn wel of niet belijden en vergeving vragen van mijn zonden.
Hoe bizar eigenlijk, want ik weet dat mijn zonden, al mijn zonden, zijn vergeven en dat ik Zijn kind, Zijn eigendom ben en dat Hij een plaats voor mij aan het bereiden is.
Ik weet, dat ik kostbaar ben en waardevol, een parel in Zijn hand.
Ik weet, dat op het moment dat de Here Jezus stierf, het voorhangsel in de tempel scheurde, en dat daarin zichtbaar werd dat de toegang tot de Vader is vrijgemaakt.
‘Het is VOLBRACHT!’
Ik weet dat ik daarom met vrijmoedigheid naar Zijn troon mag gaan en daar alles aan Hem vertellen, voorleggen, vragen, danken, loven en prijzen en dat is wat ik iedere keer ook doe, alleen …
Alleen sluit ikzelf steeds opnieuw het voorhangsel in de tempel met mijn ‘mijn zonden staan tussen God en mij in en ik moet ze belijden en eerst vergeving ontvangen voordat ik Hem ook maar iets kan vragen; voordat ik ook maar kan naderen tot Zijn troon van genade voor hulp.’
O, hoe moeilijk en lastig was dit, want ik ken immers niet al mijn zonden.
Bad ik daarom niet met de woorden van David om vergeving van mijn verborgen zonden?!
Pijn trekt door mijn hart als ik mij bedenk dat ik iedere dag opnieuw gebeden heb om vergeving van mijn zonden, ook mijn verborgen zonden, uit angst dat er ook maar iets tussen Hem en mij in zou blijven staan, en waar Hij mij voor ter verantwoording zou roepen als ik voor Zijn rechterstoel moet verschijnen.
Ik realiseer me, dat hoewel ik dit niet als angst voor God heb ervaren, niet het idee had dat ik in angst voor God leefde, hier weldegelijk sprake is van angst voor Hem.
Hoe bizar!
Ver, heel ver weg verstopt, maar nog steeds toch sluimerend aanwezig.
En ik dacht dat mijn angst voor God, voor die ‘man met Zijn wijzende vinger’ weg was.
…
Al mijn zonden zijn vergeven!
Niet een paar, niet alleen degene die ik beleden heb, maar al mijn zonden!
… want dit is Mijn bloed, het
bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. (Mattheüs 26:28)
Van Hem getuigen al de profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam. (Handelingen 10:43)
Vroeger was u dood door uw overtredingen en uw heidense levenswijze, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt, en hij heeft al onze overtredingen vergeven. (Kolossenzen 2:13)
Dit besef schept ruimte, vrijheid, en … dankbaarheid en liefde.
Opnieuw is een stuk angst, dat vroeger is ontstaan, blootgelegd.
En ik weet, dat alles wat in Zijn Licht komt, daar komt genezing en bevrijding.
Het woord van Paulus over ‘vernieuwing van denken’ krijgt een diepere betekenis.
Ik weet, dat er mensen zijn die zeggen dat dit alles te makkelijk is.
een mens moet toch berouw hebben, belijden, om vergeving vragen, zo niet dan heeft hij toch als het ware een vrijbrief om maar te doen wat hij wil, want zijn zonden zijn toch vergeven.
Ik ben er nog niet helemaal uit wat dat betreft, want er komt nog zoveel meer bij kijken, ook naar je kinderen toe, wat je hen dan moet meegeven/leren.
Maar één ding heb ik wel gemerkt aan mijzelf, op het moment dat het tot mij doordrong dat al mijn zonden zijn vergeven, ook die ik nog zal doen, mijn ziel werd overstelpt met liefde en dankbaarheid voor mijn HEER, en ik alleen maar meer en meer Hem wil dienen en eren in alles wat ik doe.
Meer, en niet minder.
Een oprecht kind van God zal nooit zo kunnen gaan leven, nooit.
Je kunt immers niet van Hem houden, Hem dankbaar zijn en tegelijk leven alsof Hij niet bestaat, nooit bestaan heeft.
Ik heb het boek nog niet uit, en op verschillende gebieden kan ik Prince totaal niet volgen en zijn er nog meer vragen dan antwoorden.
Misschien, als ik verder lees, komen er nog wel weer meer gedachten boven, wie zal het zeggen.
Maar voor nu stop ik hier, omdat ik geen pasklare antwoorden heb over hoe dan wel.
Wel geloof ik met heel mijn hart dat we veel meer (ik in ieder geval wel) zouden moeten danken voor de vergeving die we hebben ontvangen van al onze zonden, dan dat er nu wordt gedaan.
Ik heb mijn Heer en Heiland ontelbare malen om vergeving van mijn zonden gevraagd.
Ik heb Hem gedankt voor Zijn lijden en sterven, voor wat Hij voor mij heeft gedaan.
Maar ik heb weinig herinneringen aan mijn dankzegging aan Hem voor de vergeving die ik heb ontvangen van al mijn zonden.
Ja, globaal: Heer, dank U wel, dat U mijn zonden hebt vergeven’, maar nog nooit (of is het gewoon te lang geleden?) is het zo diep binnen gekomen als nu.
Lieve Heer Jezus, dank U, dank U wel, dat U al mijn zonden hebt vergeven.
Niet alleen de zonden die ik heb gedaan in het verleden, of de zonden die ik vandaag heb gedaan, maar ook de zonden die ik nog in de toekomst zal doen.
Woorden ontbreken mij, Heer, om weer te geven wat dit alles voor mij betekent, maar U kent mijn hart en U weet wat er in mijn hart omgaat.
Mijn hart behoort aan U; mijn leven behoort U.
En ik dank U, en ik loof en prijs Uw heilige naam!
U wil ik dienen, liefhebben en eren in wie ik ben en wat ik doe.
Mijn Jezus, ik hou van U.
Ik heb van U gehouden, maar nooit zoveel als nu.
– Amen –
Abonneren op:
Posts (Atom)

