Deze week deel ik het blog even in tweeën; een Persoonlijk gedeelte, en eentje met mijn gedachten bij het Dagboek.
Vandaag het Persoonlijke blogje en morgen de andere.
Als we iets echt heel graag willen, dan gaan we er vaak voor.
De mate van ons verlangen is dus soms mede belangrijk of we bereiken, of voor elkaar krijgen, wat we willen.
Maar het leven laat ons wel zien dat we er met alleen verlangen niet komen.
Er zijn nog heel wat andere factoren die ook een rol spelen daarin, omstandigheden, financiën, ...; maar daarnaast zullen we er over het algemeen ook wat voor over moeten hebben, zal het ons wat kosten als het gaat om doorzettingsvermogen, volhouden, inzet, niet opgeven enz.
Kortom: Je komt niet op het erepodium door alleen maar iets te verlangen, daar komt wel wat meer bij kijken.
De wil moet er in de eerste plaats zijn; maar hoe graag we iets willen, verlangen, helpt ons wel op weg.
De vraag bij dit alles is: Wat zijn wij bereid om ervoor te doen; hoeveel mag het ons kosten?
En even teruggrijpend naar mijn vorige overdenking: Hoe standvastig is onze geest?
Getuigenis …
Mijn gedachten gaan dan, zelfs na zovele jaren, altijd terug naar toen ik nog jong was.
Ik was niet zo’n groot leerwonder; de citotoets liet zien dat de MAVO voor mij eigenlijk te hoog gegrepen was, en dus kregen mijn ouders het advies om mij naar de Huishoudschool te sturen.
Ik wilde echter de verpleging in, dat wilde ik al van heel kleins af aan, en dat zou niet lukken zonder dat papiertje.
Gelukkig mocht ik van mijn ouders toch naar de MAVO, en ja, ik heb het begeerde diploma gehaald, zelfs zonder te blijven zitten, maar wel met ‘bloed, zweet en tranen’.
Nee, er was geen klinkende cijferlijst, maar dat papiertje had ik.
Hoewel ik dat papiertje uiteindelijk niet nodig had (-want ik koos voor de ziekenverzorging i.p.v. de verpleegkundeopleiding), ben ik tot op de dag van vandaag dankbaar voor de les die ik eruit heb geleerd, namelijk het belang en de waarde van een standvastige geest.
Ik wilde dat papiertje, want dat dacht ik nodig te hebben, en dus had ik er alles voor over om dat te doen.
Waren daarin momenten dat ik het niet meer zag zitten?
Zeker!
Waren daarin momenten dat ik op wilde geven?
Misschien wel, want het ploeteren en de vele, vele tranen die op mijn bureaublad en in mijn boeken en schriften zijn gevallen, staan onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift.
Wat ook in mijn geheugen gegrift staat, en wat laat zien dat de Heer overal bij is en dwars door alles heen werkt, is het feit dat ik dacht dat het op de valreep nog bijna mis zou gaan, ziek als ik werd precies met het eindexamen.
Een fikse keelontsteking met heel hoge koorts belette mij om zelfs nog maar een boek in te kunnen kijken.
Het was van mijn bed naar school, examen doen en weer terug mijn bed in.
Ik had niet gedacht dat ik het zou halen zo zonder nog een boek in te kunnen kijken.
In de aanloop naar de uitslag zat ik op een dag achter mijn bureautje; ik denk dat ik een beetje down was door alles en het vooruitzicht, want ik had een gedichtenbundel* van Nel Benschop gepakt en was die gaan doorbladeren en lezen.
Dit weet ik nog zo goed, omdat ik nooit vergeet wat ik op een gegeven moment (ongeveer) las en wat er vervolgens gebeurde.
Het laatste coupletje gaat namelijk zo:
‘En toen ik wachtte op de uitslag wist ik: -’t is niet goed -
Maar Jezus riep mij binnen – ‘k voelde de adem stokken:
Ik was geslaagd! Niet door mijn eigen blokken:
Hij maakte van de minnen kruisjes met Zijn rode bloed.’
Ik was geslaagd! Niet door mijn eigen blokken:
Hij maakte van de minnen kruisjes met Zijn rode bloed.
Het was op dat moment dat ik overduidelijk de woorden in mijn hoofd hoorde: ‘Je bent geslaagd!’
Ik weet nog hoe ik schrok.
Ik kende dit niet.
Ja, ik geloofde in de Heer, ik ken geen leven zonder de Heer, maar vanuit mijn (zwaardere) achtergrond, was dit iets waar je nooit wat over hoorde en waarvan ik dus ook nooit verwachtte dat dit zou kunnen gebeuren, dat de Heer zo duidelijk tegen mij zou spreken.
Ik durfde dus ook tegen niemand iets te zeggen, hoe zou ik ook; wie zou mij ooit geloven of zelfs maar begrijpen?
Geloofde ik het?
Ja, en nee.
Ik wilde zo graag, en diep, diep van binnen wist ik het ook echt zeker, ik voelde het, maar de twijfel was daarbij altijd dicht aanwezig: wat als …
Dit kon toch niet waar zijn; en toch …
Het was zo duidelijk geweest, bijna tastbaar.
Ik geloofde, maar tegelijk durfde ik het ook weer niet.
Ik had daarom met mijn moeder afgesproken dat ze me niet zou bellen op mijn vakantiewerkadres, ook niet als ik geslaagd was, want ik wilde daar niet zitten wachten op wel of geen telefoontje.
Toch belde ze: Rita, je bent geslaagd!
Tot op de dag van vandaag weet ik nog hoe vreselijk ik begon te huilen, waardoor iedereen dacht dat ik gezakt was.
Ach, hoe kon ook maar iemand weten dat deze tranen van dieper uit kwamen; dat ze kwamen omdat wat ik gehoord had, waar was.
Maar bovenal omdat ik me realiseerde dat de Heer werkelijk tot mij had gesproken, en het voor mij onmogelijke, mogelijk had gemaakt.
De wil …
De wil om iets voor elkaar te krijgen.
De wil om iets te doen, ongeacht wat je voelt.
De wil om door te gaan, niet alleen omdat het moet, maar omdat je vanuit iets diepers gedreven wordt.
De wil, door de standvastige geest voortgedreven, om zó te leven dat het Hem eert en recht doet.
De wil; leven als ziende het onzichtbare …
Echter ‘Het goede dat ik doen wil …’
Afgelopen week (Wk. 10), waar ik af en toe als ik tijd heb hier even mee bezig ben, is tegelijk een week waarin ik elke dag met deze dingen word geconfronteerd.
De ene dag gaat het heel goed, en dan ineens slaat het om, doordat mijn gedachten en gevoelens meegesleept worden in alle onzekerheden en zorgen.
Ja, ons leven staat al lange tijd aardig op z’n kop, maar sinds het afgelopen weekend toch wel even helemaal.
Na zaterdags bij de HAP gezeten te hebben met mijn man in de ene plaats, zaten we zondags op de spoedeisende hulp in een andere plaats, en als ik aan het einde van die lange dag thuis kom, ben ik alleen, omdat mijn man werd opgenomen in een zorgcentrum.
Ik weet, het is maar tijdelijk, om te herstellen en op krachten te komen, maar toch, zal hij ooit nog kunnen werken?
Ik zag hem de laatste maanden steeds verder achteruitgaan, maar ja, met een eigen winkel …
Mijn oog valt op wat ik al eerder had opgeschreven; - mijn schrijven is namelijk soms een van hier naar daar gaan voor ik ervaar dat ik daar ben waar ik moet zijn, maar ik bewaar alles wat ik eerder heb opgeschreven voor het geval ik het toch nodig heb, en pas aan het eind wis ik alles wat ik toch niet heb gebruikt.
En zo gebeurt het dat ineens de woorden ‘De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten’, in mijn zichtveld komen.
Ja, de Heer ging duidelijk met mij mee; ja, meer nog: Hij ging voor mij uit!
Hij was erbij, Hij heeft mij -ook nu weer- nooit verlaten!
De Bijbelteksten, één op zaterdagmorgen en één op zaterdagavond; bijna identiek en uit dezelfde Psalm.
Precies het juiste boekje pakken om even iets te lezen, waardoor een klein gedichtje in de inleiding mijn gebed wordt (ik heb het uit mijn hoofd geleerd) in deze hectische dagen.
‘Heer, geef mij een rustig hart
dat ondanks vele vragen
vertrouwend voortgaat aan Uw hand
ook in donk’re dagen.’*
God is goed!
Ja, God is goed, ook in deze donkere dagen!
Later die week voeg ik in gedachten ook het woord ‘standvastig’ toe aan het gebed; ‘Heer, geef mij een rustig en standvastig hart’. (zie vorige blogje)
Maar dan is daar ineens die terugslag als ik door mijn gedachten meegezogen word naar allerlei doemscenario’s, die zouden kunnen gebeuren, en hoewel het gedichtgebed mij zeker wel wat rustiger maakt, krijg ik het neerslachtige gevoel niet van me afgeschud en ik stap die dag vroeg in bed.
Midden in de nacht word ik wakker, en in plaats van weer lekker in slaap vallen, is daar ineens een ander probleem dat zich in mijn hoofd probeert te nestelen.
Het is nog lang geen tijd om op te staan, en juist nu heb ik mijn slaap zo hard nodig, en dus besluit ik om eruit te gaan en een beker warme melk voor mezelf te maken en dat bewuste boekje er even bij te pakken om iets te lezen.
Als ik weer mijn bed in stap, voel ik me rustiger, maar het is slechts van korte duur, want … ja, daar zijn ze weer, die gedachten.
Maar dit keer weiger ik er in mee te gaan en dwing mijn gedachten naar het gedichtgebed en naar een paar dingen die ik net nog heb gelezen, terwijl ik me op mijn zij draai en me in mijn gedachten als het ware ‘dicht tegen de Here Jezus aan nestel’.
Ja, die gedachten blijven het proberen, maar ik wil niet, en herhaal keer op keer het gedichtgebed, terwijl ik Hem zeg dat ik aanvaard dat wat nu is, wetende dat Hij erbij is en ons helpen zal.
Het is kwart voor zeven als ik gewekt word door mijn wekker.
De wil …
Ik ervaar dat het goed is voor mezelf om deze dingen op te schrijven, maar ook om ze hier op dit blog te delen, en niet alleen voor mezelf te houden.
Is het niet voor wie het misschien lees en er iets aan heeft, dan wel voor mezelf, omdat ik weet dat de Heer, mij met regelmaat terugbrengt bij mijn eigen schrijfsel, als van: Weet je nog?!
Ja, het is goed om in herinnering te brengen, de wonderlijke, en mooie dingen die de Heer in ons leven heeft gedaan.
Met dat ik deze dingen schrijf, komt het woordje ‘Terugdenken’ in mijn gedachten.
‘Terugdenken’ is de titel van een gedichtje dat ik jaren geleden schreef bij een paar verzen uit Psalm 77 en gaat over het gedenken van dingen die de Heere in ons leven heeft gedaan.
We moeten zeker niet in het verleden blijven hangen, maar het is wel goed om af en toe onszelf in herinnering te brengen wat de Heere allemaal voor ons heeft gedaan.
'Ik zal de daden van de HEERE gedenken,
ja, ik zal denken aan Uw wonderen van oudsher.
Ik zal al Uw werken overdenken en over Uw daden spreken.
O God, Uw weg is in het heiligdom.
Wie is een God zo groot als God?
U bent de God Die wonderen doet,
U hebt Uw macht bekendgemaakt onder de volken.
U hebt Uw volk door Uw sterke arm verlost,
de nakomelingen van Jakob en van Jozef.’
Psalm 77:12-14
Heer,
vandaag zet U mij even stil door Uw woord,
dat mij oproept om terug te denken
aan hetgeen U voor mij hebt gedaan.
In gedachten ga ik terug in de tijd
en kijk naar de lange, moeilijke weg
die we reeds met elkaar zijn gegaan.
In die weg, Heer, was U steeds nabij,
geen moment liet U ons alleen;
U hebt ons steeds weer bijgestaan.
U was het, die tranen droogde,
hoop gaf en bemoedigde,
de Kracht om door te kunnen gaan.
U was het, die spaarde en bewaarde,
wonden en striemen genas,
zonden en ongerechtigheden hebt weggedaan.
U schonk bevrijding en genezing,
verloste; nooit was Uw hand te kort,
in alles bleef U altijd naast ons staan.
Groot was, en is Uw liefde en trouw,
wonderlijk waren, en zijn soms Uw wegen;
in alles zijn Uw ogen die ons immer gadeslaan.
Ik loof de Heer, want Hij is goed;
eeuwig duurt Zijn liefde en trouw.
Ik loof de Heer, de Allerhoogste God,
Hij is het op wie ik in vertrouwen bouw.
De wil ...
Een bijzonder iets.
De Heer eenieder van ons een eigen wil gegeven; Hij verlangde geen marionetten, geen mensen die alleen maar meelopen en overal ja en amen op zeggen, en domweg doen wat Hij zegt en vraagt.
Hij verlangde naar mensen die bewust kiezen om Hem als hun Schepper te erkennen en Hem te eren, Die in Hem geloven en op Hem vertrouwen; Hem willen volgen, gehoorzaam willen zijn.
Niet omdat ze niet anders kunnen, in de zin van 'zo geprogrammeerd zijn', maar om Wie Hij is!
Niet omdat ze Hem en alles wat Hij heeft gezegd en gedaan begrijpen, maar omdat ze geloven dat Hij is Wie Hij zegt dat Hij is, en doet wat Hij belooft, en ervoor kiezen om Zijn Woord als waarheid aan te nemen, ook al begrijpen ze er niets, of niet veel van.
Maar om Wie Hij is, willen zij Hem met hun hele hart volgen.
Om wie Hij is, willen ze Hem met hun hele hart willen dienen.
Om Wie Hij is, willen ze Hem met hun hele hart gehoorzaam zijn.
Om Wie Hij is, willen zij Hem met hun hele hart willen leren kennen, -voor zover het hier op aarde mogelijk is, en hebben daar alles voor over, en gaan daarin vastbesloten en vastberaden op weg.
Wie Mij zoekt, zal Mij vinden!
Maar willen wij dat?
En zo ja, hoe graag?
'Onrustig is het hart, tot het rust vindt in U!'
(Augustinus)
en een liefdevolle Groet,
Rita
* >> Een Vlinder van God - Nel Benschop
* >> Stilte in mijn hart - Elisabeth Elliot
* >> 'Terugdenken …'

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
'De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.'
Romeinen 15:13